Verdeling woonruimte steeds belangrijker

DEN HAAG, 7 febr. - 'Beloon bewoners voor goed woongedrag met kleine attenties of geschenken'.

Dat zegt voorzitter J. Kammeijer van de Landelijke Vereniging van Huisvesters (LHV). Volgens Kammeijer, die tevens hoofd is van de afdeling woonruimtezaken van de gemeente Den Haag, is het uitplaatsen van lastige bewoners in speciale (straf)woningen geen begaanbare weg en hij doet dat af als niet meer dan een 'filosofische oefening'. Beter kan volgens hem op een positieve manier te werk worden gegaan. 'Individuen of groepen mensen die lange tijd in een complex wonen en dat op een goede wijze doen, verdienen een schouderklopje. Dat kan bestaan uit het aanbieden van een avondje uit eten of het aanbrengen van een mooie nieuwe brievenbus of verbeteren van de woonomgeving.

Daarmee erkennen we dat als gevolg van de dagelijkse complexe toewijzingspraktijk of door andere sociale omstandigheden het lang niet altijd gemakkelijk is in sommige buurten of complexen te wonen', aldus Kammeijer aan de vooravond van een tweedaags congres van de LVH in Amersfoort. Het is het eerste congres dat over woonruimteverdeling en voorraadbeheer wordt gehouden en dat geeft nog eens aan dat in de volkshuisvesting de komende jaren de nadruk meer zal komen te liggen op beheer van woningen dan op nieuwbouw. De tijd van de grote bouwstromen, groeikernen en uitbreidingsgebieden uit de jaren zeventig is voorbij en bovendien kampt Nederland in toenemende mate met een ruimtegebrek. Dat betekent dat de problemen op het terrein van de volkshuisvesting meer dan voorheen binnen de bestaande woningvoorraad moeten worden opgelost. Daarbij gaat het vooral om het behoud van de kwaliteit en het handhaven van een goed woonmilieu in buurten en wijken. 'Het gaat niet alleen om de technische kwaliteit maar ook over de bevolkingssamenstelling. Voor ons als gemeentelijke volkshuisvesters is dan van belang hoe de bestaande regelgeving op grond van de wet kan worden toegepast. Wij pleiten voor veel vrijheid voor de gemeenten bij de toepassing van die regels'.

De nieuwe Huisvestingswet is op dit moment in behandeling bij de Tweede Kamer en Kammeijer meent dat gemeenten gebaat zijn bij een zo min mogelijk gedetailleerde wetgeving. 'Niet om vervolgens als gemeente eigen regeltjes te maken. Maar iedere situatie is anders. Een dorpsgemeenschap is veel kwetsbaarder dan een grote stad. Daar moet je als beheerder van een deel van de woningvoorraad rekening mee kunnen houden'.

Naaldhakken Ook nu al bestaan volgens Kammeijer landelijk gezien grote verschillen bij het toewijzen van woningen in de verschillende gemeenten. Zo zijn er bijvoorbeeld afwijkingen bij het vaststellen van de urgentie van een woningzoekende en hebben mensen in de ene stad recht op een twee-kamerwoning terwijl in een andere stad je als alleenstaande in aanmerking komt voor een drie-kamerwoning.

'Bovendien wordt de toewijzing en de criteria vaak beinvloed door de politieke waan van de dag. Plotseling moeten dan steden ruimte creeren voor grote groepen asielzoekers of vluchtelingen. Op een ander moment staan gescheiden vrouwen, ongehuwde moeders of bejaarden weer hoog op de agenda'.

Hoewel volgens Kammeijer in de dagelijkse praktijk de woonwens van de woningzoekende doorslaggevend is voor de uiteindelijke toewijzing is er toch vaak sprake van ongeschreven beleidsuitgangspunten. Zo kan het voorkomen dat woningbouwverenigingen streven om niet meer dan een buitenlands gezin op een portiek van vier woningen te plaatsen. Kammeijer heeft daar geen moeite mee en wil met de regelgeving in de hand slechts uitwassen tegengaan en voor de rest woningbouwverenigingen zo veel mogelijk de vrije hand geven. 'Woningtoewijzing blijft maatwerk en is van belang voor de individuele woningzoekende maar ook voor de stad als geheel. Een buurvrouw die op hoge naaldhakken over de plavuizen vloer in een gehorig wooncomplex loopt is lastig voor de benedenburen. Een hoge concentratie buitenlanders in een wijk kan voor de stad of voor een wijk zeer bedreigend overkomen. De fout die in het verleden is gemaakt dat beheerders van de woningvoorraad en ambtenaren van de de afdelingen woonruimtezaken, te weinig zijn betrokken bij de bouw van nieuwe woningen en wijken. Zo is niet in een vroegtijdig stadium het instrument van de woonruimtetoewijzing en de informatie over de woonmarkt gebruikt bij het samenstellen van een evenwichtig bouwprogramma. Andere financiele en politieke overwegingen gaven altijd de doorslag. Als dan iets fout loopt krijgen de woonruimteverdelers de schuld. Die zitten nu eenmaal aan het einde van de pijplijn', aldus Kammeijer die constateert dat tegenwoordig soms wel in de marktsector al bij de gronduitgifte afspraken worden gemaakt over wie na oplevering de huizen gaan bewonen. Staatssecretaris Heerma (VROM) zal vrijdag op het congres spreken en hij heeft belangrijke beleidsveranderingen aangekondigd. Waar hoopt Kammeijer op? 'Ik hoop dat Heerma zijn ideeen over een huurbelasting verder uitwerkt en dat hij zijn plannen voor tijdelijke woonvergunningen intrekt'.

Dat systeem - waarbij iemand die te veel gaat verdienen met het oog op de doorstroming zijn woonvergunning kwijtraakt - is volgens Kammeijer veel te bureaucratisch, verstoort een evenwichtige bevolkingsamenstelling in buurten en wijken en werkt ghettovorming in de hand.

    • Henk Kool