Thatcher niet van harte achter Bush

LONDEN, 7 febr. - De recente voorstellen van de Amerikaanse president Bush voor het verder verminderen van troepen in Europa zijn in Londen verwelkomd, maar niet van harte. De reactie uit Downing Street 10 was bijna Pavloviaans. Eerst werd de nadruk gelegd op de zo zeer gewaardeerde speciale relatie tussen Groot-Brittannie en de Verenigde Staten door de mededeling dat premier Thatcher persoonlijk door president Bush was opgebeld over zijn voorstel.

Vervolgens liet Thatcher nadrukkelijk weten dat de door Bush genoemde aantallen voor gewenste troepenverminderingen 'bodemgetallen' waren, ideaal geachte minima, die niet per se werkelijkheid hoeven te worden. Thatcher heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat ze eerst harde resultaten op tafel wil zien van de huidige besprekingen over vermindering van de conventionele bewapening in Wenen voordat er sprake kan zijn van verdere reducties. President Bush heeft die redenering echter niet overgenomen. Het Britse standpunt over de gebeurtenissen in Oost-Europa en het geeigende antwoord daarop is niet eensluidend. Duidelijk is dat de oude vete tussen de premier en het ministerie van buitenlandse zaken nog steeds bestaat en dat Thatcher erop staat dat zij bepaalt hoe de Britse reactie moet zijn. Dat viel onder andere duidelijk af te lezen uit de manier waarop Douglas Hurd, de minister van buitenlandse zaken, werd teruggefloten toen hij zich naar aanleiding van de ontwikkelingen in Oost-Duitsland de optimistische zinsnede liet ontvallen dat tanks tot tractoren konden worden omgesmeed. De minister beijvert zich nu te beklemtonen dat het nog veel te vroeg is om over veranderingen in, laat staan bezuinigingen op het defensie-apparaat te spreken. Want dat is de officiele lijn: de situatie in Oost-Europa en in de Sovjet-Unie zelf verandert dan wel snel, maar heeft zich nog niet gestabiliseerd.

Zolang die stabiliteit er niet is kan er van een gewijzigde militaire opstelling geen sprake zijn. Verwijt Thatchers weinig buigzame opstelling heeft de oppositie de kans gegeven haar opvatting over defensie op een lijn te stellen met haar geisoleerde stellingname ten aanzien van Europese integratie. Binnen de NAVO geen Britse bezuinigingen op defensie, binnen de Europese Gemeenschap geen monetaire eenheid en geen Europese centrale bank.

In het parlement lag op die manier het verwijt van de sociaal-liberale oppositie voor de hand dat de Britse premier 'zich vastklemt aan de slippen van de Atlantische betrekkingen en zich de kansen om een nieuw Europa te creeren laat ontgaan'.

Maar ook sommigen van haar eigen partijgenoten spoorden de premier aan de hereniging van Duitsland - in Downing Street inmiddels onder druk van de ontwikkelingen als een onontkoombaar fenomeen geaccepteerd - 'niet schoorvoetend, maar van harte' te accepteren. Temidden van geruchten dat ook de minister van financien, John Major, onder druk van verslechterende economische omstandigheden uit is op forse bezuinigingen in het defensiebudget, zoekt de aanvoerster van de Conservatieve partij nu koortsachtig naar een manier waarop ze en van haar imago van spelbederver afkomt en haar overtuiging geen geweld hoeft aan te doen. Naar verluidt wacht de premier niet op de defensiecommissie in het Lagerhuis, die pas volgend jaar aan de slag gaat met het berekenen van de gevolgen van de veranderde strategische verhoudingen in Europa. Die beraadslagingen zouden volgens de commissievoorzitter pas over vijf- tot tien jaar concrete resultaten opleveren. In plaats daarvan bestudeert een werkgroepje uit het kabinet onder leiding van de premier zelf de mogelijke gevolgen van de dooi tussen Oost en West voor het Britse defensiebudget - nu nog 22 miljard pond per jaar, dat wil zeggen vier procent van het nationaal inkomen. Door het initiatief voor mogelijke bezuinigingen in de toekomst weer aan zich te trekken hoopt Thatcher zowel de schade aan het defensie-apparaat beperkt te houden, als ook tegelijkertijd de rol voor zich te kunnen eisen van de staatsvrouwe die weloverwogen en door het hard spelen van het spel de vrede tot stand heeft gebracht. Stil Labour houdt zich intussen zo stil mogelijk. De partij is, natuurlijk, blij met de door Bush voorgestelde verdere troepenreductie maar is als de dood om haar herwonnen imago van partij met een krachtige defensiepolitiek weer te verliezen. In die zin wordt Labourleider Kinnock door Thatchers strategie wel bediend. Een algemene Britse euforie over de ontwikkelingen in Oost-Europa zou de Britse vredesbeweging CND immers heel goed op de gedachte kunnen brengen nog voor de verkiezingen van '91/'92 van de Labourleiding vergaande bezuinigingen op defensie te eisen.

    • Hieke Jippes