Steun biologische landbouw bepleit

DEN HAAG, 7 febr. - Met uitzondering van de VVD pleit de hele Tweede Kamer voor betere kansen voor de zogeheten biologische land- en tuinbouw en voor meer bescherming van produkten uit die sector. Dat bleek gisteren bij de behandeling van de begroting van het ministerie van landbouw en visserij dat sinds het aantreden van het derde kabinet- Lubbers ook 'natuurbeheer' onder zijn hoede heeft. Volgens de CDA'er J. van Noord mogen landbouwprodukten die geheel of gedeeltelijk op biologische of ecologische wijze zijn verbouwd, best iets duurder zijn dan voeding die op de traditionele manier, vaak met overvloedig gebruik van chemische middelen, is gefabriceerd. J. S. Huys (PvdA) vindt dat het nu tijd wordt voor de invoering van een wettelijk keurmerk voor alternatieve landbouwprodukten. Mevrouw M. B. C. Beckers-De Bruijn (Groen Links) stelde dat minister Braks nu eindelijk eens een kosten/baten-analyse moet maken waarin ook de milieuschade die door de agrarische sector wordt veroorzaakt, wordt meegeteld. Zij wees in dit verband op een onderzoek van bureau Berenschot uit 1989 waaruit blijkt dat de bijdrage van de gangbare landbouw aan de betalingsbalans nogal tegenvalt.

Ook E. van Middelkoop (GPV) juicht het toe dat de alternatieve landbouw steeds meer als een goed middel wordt gezien om tot de door minister Braks in zijn landbouwstructuurnota bepleite 'duurzame landbouw' te komen. Voor de VVD-fractie is de fraudebestrijding in de agrarische sector nog steeds een zorgenkind. VVD'er P. M. Blauw zei ook dat zijn fractie het betreurt dat het Europese landbouwbeleid, waarvan veertig procent van het boereninkomen afhangt, zich achter gesloten deuren afspeelt en nauwelijks controleerbaar is. Het Europese parlement heeft op dit punt nauwelijks invloed. De VVD wil daarom dat de Tweede Kamer 'een permanente vertegenwoordiging in Brussel' krijgt en dat de Nederlandse Kamerleden in besloten overleg met minister Braks meer informatie krijgen over het Brusselse beleid. Veel aandacht besteedde Blauw aan de 'verontrustende' Europese graanprijs en de inkomens van de akkerbouwers. Volgens het CDA is de inkomensontwikkeling onder boeren, ook onder akkerbouwers, in het algemeen positief. Dat geldt echter niet voor de graanboeren. Voor hen wordt door de meeste Kamerleden van minister Braks meer inkomenssteun verlangd dan hij zou willen geven. Voor de Tweede Kamer is de mestproblematiek het grote milieuvraagstuk in de landbouw.

PvdA-woordvoerder Huys zei bij de begrotingsbehandeling dat 'de deur van de stal al dan niet tijdelijk op slot moet' bij veehouders die niet voldoende maatregelen nemen om het mestprobleem op te lossen. Zowel CDA, PvdA als andere, kleinere fracties gaan akkoord met Braks' waarschuwing aan de veeboeren dat hun bedrijven zullen worden ingekrompen of stilgelegd als zij op mestgebied voor 1996 geen maatregelen hebben genomen. Het CDA vindt dat de belangen van milieu en natuur belangrijker zijn dat die van de agrarische bedrijfstak en dat de landbouw moet worden gedwongen tot ingrijpende wijzigingen in het grondgebruik. Voor de boeren is dat volgens Van Noord enerzijds bijzonder moeilijk, maar anderzijds voor alles ook in het belang van de landbouw zelf. De CDA-fractie bestrijdt de instelling van heffingen op kunstmest en bestrijdingsmiddelen; zij vindt die 'onbespreekbaar'. Bovendien zegt de CDA-fractie dat het milieubeleid dat het kabinet wil voeren, niet van de ene dag op de andere kan worden afgedwongen, maar dat er sprake moet zijn van een 'gefaseerde aanpak', vooral ook met het oog op de kwetsbare exportpositie van de Nederlandse land-en tuinbouw.