Stemfraude

'Ik ben de laatste van de zeven, ik moet het vertellen.'

Met stokkende stem en af en toe de tranen in de ogen vertelde rechter Alberto Sansovino eergisteravond op de Italiaanse tv dat hij ervoor heeft gezorgd dat zijn land geen monarchie maar een republiek is geworden. 'Bij het referendum hierover op 2 juni 1946 hebben we met zijn zevenen ongeveer twee miljoen stemmen vervalst', zei rechter Sansovino, 'net genoeg om de balans te doen doorslaan naar een republiek.'

Deze onthutsende primeur werd gebracht door het actualiteitenprogramma Mixer, dat ook een aantal eerste reacties gaf, onder andere van de president van de kleine groep koningsgezinden: 'Heb ik niet steeds gezegd dat er stemfraude is gepleegd?' De kijker werd in spanning en uit zijn bed gehouden met de mededeling dat er aan het einde van het programma een grote onthulling zou volgen. En kijk: het rafelige zwart-wit filmpje dat authenticiteit moest geven aan een vergadering waarop de stemvervalsers plechtig beloven alles na hun dood te openbaren, wordt ineens een eigentijds beeld in kleur.

Het was een grapje, zei presentator Giovanni Minoli. Een serieus grapje, bedoeld om te waarschuwen tegen de manier waarop de tv het nieuws kan manipuleren. Een belangrijk grapje ook, zei Minoli, want we hebben met de onrusten in Oost-Europa allemaal kunnen zien hoe groot de macht van de tv is.

Veel boze bellers die de verschillende alarmbellen rondom het programma hadden gemist, voelden zich bedrogen. Maar in het programma was ook een stukje waarheid van het Italie van nu verwerkt. In straatinterviews om de 'eerste reacties' te peilen, haalden de mensen hun schouders op. We weten toch allemaal dat het gebeurt? was het cynische antwoord. Hadden alle journaals vorige maand niet gemeld dat een enorme stemfraude in Napels bij de algemene verkiezingen in 1987 ongemoeid wordt gelaten? En dat was geen grapje, maar bittere ernst. MARC LEIJENDEKKER