Rome en Gardini strijden om de macht bij Enimont

ROME, 7 febr. - De samenwerking tussen staat en particulieren in het chemische concern Enimont blijkt in de huidige vorm niet meer werkbaar te zijn in Italie. Vandaag is premier Andreotti begonnen met gesprekken over een nieuwe vorm van cooperatie tussen de twee partners, Montedison van Raul Gardini en de staatsholding Eni.

Het zoeken naar een Enimont-2 komt na een wekenlange felle discussie over de eigendomsverhoudingen van Enimont, dat tot de tien grootste chemische bedrijven ter wereld behoort. Achter het conflict gaan meningsverschillen over strategie en de uiteindelijke bestemming van Enimont schuil. Deze hebben geleid tot een directe confrontatie tussen de christen-democratische premier Giulio Andreotti en Raul Gardini, na Fiat-president Agnelli de belangrijkste industrieel in Italie.

Andreotti heeft duidelijk gemaakt dat de regering zich fel zal verzetten tegen een sluipende privatisering van Enimont. Zijn partij wil het chemische concern in ieder geval voor een deel in de publieke sector houden. Zonder namen te noemen zei Andreotti: sommigen denken alleen maar aan de staat als het slecht gaat en ze hun verliesgevende bedrijven willen slijten en keren zich ervan af als het weer goed gaat.

De premier suggereerde dat de regering desnoods een andere partner zal zoeken, waarbij al de namen van Dow Chemical en Rhone Poulenc zijn gevallen. Maar na een vergadering maandag van de raad van bestuur van Montedison liet Gardini weten dat Montedison niet van plan is zich terug te trekken uit Enimont.

Er is op gespeculeerd dat Gardini's pogingen om binnen Enimont meer ruimte te maken voor de particuliere sector, uiteindelijk bedoeld waren om zelf voor een aardig bedrag uit de joint venture te stappen. Het akkoord met Eni had het Gardini immers mogelijk gemaakt om een aantal schulden van zijn Ferruzzi-concern door te schuiven naar Enimont. De verklaring van maandag was bedoeld om de geruchten over het gebrek aan lange-termijn belangstelling bij Gardini te ontzenuwen.

De problemen wortelen in de eigendomsstructuur van Enimont. Toen Enimont op 1 juli vorig jaar officieel werd opgericht, met een half jaar vertraging, is afgesproken dat Eni en Montedison ieder een belang van veertig procent zouden nemen in de joint venture. De resterende twintig procent is via de beurs van Milaan in handen van derden gekomen. Dit zou drie jaar zo blijven, en als een van de twee partijen erna zou willen uitstappen, zou de andere het recht hebben de aandelen te kopen.

Vorige maand spraken Gardini en de nieuwe president van de Eni, Gabriele Cagliari, echter af op 27 februari een aandeelhoudersvergadering van Enimont bijeen te roepen. Hier zouden de zetels in de raad van bestuur moeten worden uitgebreid van tien naar twaalf om plaats te maken voor de vertegenwoordigers van de resterende twintig procent. Nog voor de formele oprichting van Enimont had Gardini al geroepen dat hij na drie jaar de volledige controle wil krijgen. Daarom zagen velen in het bijeenroepen van de aandeelhoudersvergadering een poging van Gardini om nu al zijn greep te vergroten, waarbij zij ervan uitgingen dat achter de koortsachtige handel in Enimont-aandelen van de afgelopen maanden vrienden van Gardini zaten.

Cagliari werd op het matje geroepen om te aanhoren dat hij nooit die afspraak met Gardini had mogen maken. Eerst bij de minister van staatsdeelneming, Carlo Fracanzani en zondag bij premier Andreotti. Een vergadering tussen de bestuurders van Eni en Montedison die voor maandag op het programma stond, is hierna uitgesteld: het is beter eerst de nieuwe voorstellen van de regering af te wachten. Duidelijk is dat de 40-40-20 verdeling niet werkt. De socialistische vice-premier Martelli gaf al toe dat die in feite neerkomt op een privatisering, omdat de twintig procent ook in handen zijn van particuliere spaarders en beleggers. En minister van begroting Pomicino, een spreekbuis van Andreotti, noemde de huidige vorm 'niet langer houdbaar'.

Enimont-president Lorenzo Necci kon vorige maand trots bekendmaken dat het bedrijf vorig jaar 900 miljard lire (ongeveer 1,35 miljard gulden) winst heeft gemaakt. Maar analysten noemen dit cijfer enigszins geflatteerd en zeggen dat Enimont blijft drijven op het gunstige internationale klimaat voor de chemische industrie.

Enimont is door de interne strijd nauwelijks van de grond gekomen.

Keer op keer bij benoemingen, bij investeringen of verkopen, leken de staat en de particulieren tegenover elkaar te staan, zodat besluiten op de lange baan zijn geschoven. Waar de vertegenwoordigers van Montedison willen dat het bedrijf afslankt en investeert in activiteiten met een hoge opbrengst, zoals polypropyleen, letten de Eni-mensen sterk op de werkgelegenheid en keren zich tegen de sluiting van fabrieken in het zuiden van het land.

Een voorbeeld is de fabriek in Porto Torres, op Sardinie. Volgens de Eni moet hier 300 miljard lire worden geinvesteerd om grondstoffen voor plastics te produceren, produkten die Italie nu importeert. Maar Montedison zegt dat dit marginale produkten zijn die beter goedkoop gekocht kunnen worden in het buitenland, zodat er geld overblijft voor investeringen die direct geld opbrengen.

Naast deze meningsverschillen over het beleid speelt in de opstelling van Gardini nog iets anders mee. Hij heeft steeds als voorwaarde voor de joint venture gesteld dat de regering hem een belastingvoordeel van honderden miljoen guldens zou geven, door hem uitstel van betaling te verlenen van drie kwart van de belasting die hij is verschuldigd nu de aandelen Montedison zijn geherwaardeerd.

Op 30 juni, de dag voordat Enimont operationeel moest worden, ging Gardini nog naar de toenmalige premier De Mita om een decreet hiervoor te eisen. Dat is er gekomen, maar de behandeling ervan in het parlement is steeds uitgesteld. Een geirriteerde Gardini heeft bij herhaling gezegd dat de regeringspartijen zich aan de belofte moeten houden.

Gardini zal dit zeker ter sprake brengen in zijn gesprek met Andreotti, dat vanmiddag zou worden gehouden. Verwacht wordt dat de premier vaart zal zetten achter de gesprekken: de aandeelhoudersvergadering van 27 februari staat nog steeds op de agenda, en dan moet duidelijk zijn geworden hoe de kaarten liggen.