Onenigheid in Brits kabinet over eenwording Duitsland

LONDEN/ BONN, 7 febr. - Tussen de Britse premier Margaret Thatcher en haar minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, bestaat onenigheid over het tempo van de Duitse eenwording. Terwijl Thatcher in het Lagerhuis aandrong op een 'langdurige overgangsperiode' toonde Hurd zich in Bonn enthousiaster. Op vragen van parlementariers van zowel de regeringspartij als de oppositie over de 'onvermijdelijke en aanstaande' gebeurtenis van de Duitse eenheid gaf Thatcher toe dat 'het Duitse volk waarschijnlijk voor hereniging zal stemmen'.

En ze vervolgde: 'Ik vind ook dat het geen kwestie is die alleen het Duitse volk aangaat. De eenwording zal haar weerslag op andere landen hebben en daar moet rekening mee worden gehouden. Een langdurige overgang is nodig zodat alles op de juiste manier kan verlopen'. Ook Hurd sprak in een toespraak tot de Konrad Adenauer Stichting van 'een overgangsperiode' maar hij zei dat het 'voor ons niet te begrijpen zou zijn als van alle volken in Europa alleen het Duitse volk het recht (op zelfbeschiking) niet zou kunnen uitoefenen'.

Praktische stappen, zoals hulp aan Oost-Duitsland, moeten volgens Hurd wachten op de verkiezingen die op 18 maart in de DDR worden gehouden en het tijdstip voor Duitse eenheid moet met grote zorgvuldigheid worden gekozen. Maar, zo maakte hij duidelijk: 'Wij zullen met de andere vrienden en bondgenoten van Duitsland met energie en goede wil eraan werken hun besluit te laten passen in het kader van een stabiel en harmonieus Europa'.

Thatcher onderstreepte opnieuw dat Duitsland verplicht is de naoorlogse grenzen te accepteren en ze hamerde verder op het belang van handhaving van een sterke NAVO-defensie, inclusief Amerikaanse conventionele en nucleaire strijdkrachten in Europa - een vredehandhavende formule 'die we niet lichtvaardig moeten vernietigen'.