Kohl wil zo snel mogelijk monetaire unie met DDR

BONN, 7 febr. - Wegens de 'dramatiek der gebeurtenissen' in de DDR heeft de Westduitse regering besloten niet meer op de Oostduitse verkiezingen (18 maart) te wachten maar nu toch onmiddellijk onderhandelingen over een economische en monetaire unie te beginnen. Deze koerswijziging heeft kanselier Kohl gisteren aangekondigd na spoedberaad met de CDU/CSU-bondsdagfractie.

Vandaag zou Kohls kabinet een driefasen-plan van minister Haussmann (FDP, economische zaken) bespreken dat voorziet in een gefaseerde totstandkoming van een Duits-Duitse monetaire unie per eind 1992. Volgende week, als DDR-premier Modrow voor een tweedaags bezoek in Bonn is, wil Kohl de onderhandelingen op het hoogste niveau beginnen. De kanselier had tot nu toe daarmee willen wachten tot er in de DDR een vrij gekozen parlement en een democratisch gelegitimeerde regering zouden zijn. Maar hij heeft dat standpunt nu verlaten wegens de ernstige economische crisis in de DDR, haar gezagsverlies als staat en de aanhoudende uittocht van haar burgers naar de Bondsrepubliek (2.000 per dag, circa 65.000 sinds begin dit jaar), zei hij. Kohl liet uitkomen dat Haussmanns plan niet alleen economische maar nu vooral ook psychologische betekenis heeft. Het moet de DDR-bevolking vertrouwen geven om in eigen land te blijven. Kohl kreeg gisteren direct bijval van coalitiepartner FDP en de oppositionele SPD, die de CDU/CSU de afgelopen dagen waren voorgegaan met pleidooien voor snelle onderhandelingen over een Duits-Duitse monetaire unie. Ook de Oostduitse regering heeft verheugd gereageerd. Het plan-Haussmann bevat als eerste stap het vrijlaten van lonen en prijzen en het gaandeweg afschaffen van subsidies in de DDR. Ook zouden de sociale zekerheid en de veel te grote hoeveelheid Oostduits geld ('Gelduberhang') meer in overeenstemming met de economische kracht en produktiecapaciteit gebracht moeten worden. Daarna zou een geleidelijke en beheerste waardedaling van de (inwisselbare) Oost-mark naast steeds ruimere toegang van de D-mark moeten volgen tot - ten slotte - de D- mark als valuta overblijft. Maandag heeft Haussmanns partijgenoot minister Genscher (buitenlandse zaken) zijn EG-collega's in Brussel gezegd dat de Duitse eenheid wel eens eerder een kwestie van weken dan van maanden of zelfs jaren zou kunnen zijn. Het monetaire tijdpad van drie jaar van Haussmanns plan is wat dat betreft aan de lange kant, wat de indruk versterkt dat nu bovenal de psychologische waarde ervan een hoofdrol moet spelen, namelijk voor de Oostduitse bevolking. Tegen die achtergrond is het ook enigszins te verklaren waarom de regeringen van de Bondsrepubliek en de DDR nu alletwee voor snelle onderhandelingen over een monetaire unie zijn, terwijl de presidenten van de beide nationale banken daarover zeer gereserveerd zijn.

Dat laatste bleek gisteren opnieuw in Oost-Berlijn, waar Bundesbank-president Pohl op bezoek was bij zijn collega Kaminsky, de chef van de Oostduitse staatsbank. Pohl en Kaminsky noemden het niveauverschil tussen de West- en Oostduitse economie veel te groot om nu al aan een monetaire unie te denken.

Pohl, die gisteren ook met DDR-minister Christa Luft (PDS, economische zaken) sprak, pleitte voor het stapsgewijs inwisselbaar maken van de Oost-mark. 'Monetaire maatregelen kunnen op zichzelf geen economische problemen oplossen, invoering nu van de D-mark in de DDR houd ik voor gefantaseer', aldus Pohl. Kaminsky en Pohl onderstreepten eenstemmig dat de DDR-economie eerst snel en grondig moet worden geliberaliseerd voor aan een monetaire unie kan worden gedacht. De Westduitse minister Waigel (CSU, financien) heeft gisteren een suppletoire begroting voor 1990 van zeven miljard mark bij de Bondsdag ingediend die nauw samenhangt met de Duits-Duitse ontwikkelingen van het afgelopen half jaar. Deze aanvullende begroting brengt Waigels extra dekkingsbehoefte ('Neuverschuldung') op 32 miljard mark. In de suppletoire begroting is 2,2 miljard mark opgenomen voor het Duits-Duitse deviezenfonds, waaruit Oostduitsers tegen een gunstige koers D-marken kunnen kopen. Voorts 490 miljoen extra voor kredietfaciliteiten voor het midden- en kleinbedrijf in beide Duitslanden, 140 miljoen voor beter milieubeleid en milieu-onderzoek in de DDR en 320 miljoen voor medische hulp. Voor opvang en hulp ten behoeve van nieuwe Westduitsers uit de DDR en Oost-Europa is 320 miljoen opgevoerd en nog eens respectievelijk 500 en 400 miljoen voor de Westduitse deelstaten en West-Berlijn.

Daarenboven is voor dat doel nog een reserve van twee miljard extra begrotingsgeld geclaimd. Gezien de huidige omvang van de uittocht uit de DDR ('Ubersiedler') en Oost-Europa ('Aussiedler') naar de Bondsrepubliek wil Waigel niet uitsluiten dat hij later dit jaar als Westduits minister van financien voor een unicum zal zorgen, namelijk door alsnog met een tweede suppletoire begroting te komen.

    • J. M. Bik