Katoenhandelaar ontkent bankroet door speculatie

MEMPHIS, 7 feb. - Julien Hohenberg, een van de grote Amerikaanse katoenhandelaren uit Memphis, beweert dat hij vorige maand niet door speculatie op de termijnmarkt failliet is gegaan, zoals wordt gesuggereerd. Hij zegt dit in het eerste interview over het grootste faillissement in de katoenwereld in dertien jaar. Volgens Hohenberg zijn de problemen ontstaan door 'een gebrek aan communicatie tussen hem en de bank'.

Het faillissement kan een strop opleveren voor de Amro Bank en Bank Mees en Hope die respectievelijk 45 en 40 miljoen gulden van Hohenberg tegoed hebben. Beide banken willen niet kwijt hoeveel zij hebben gereserveerd voor mogelijke verliezen. 'Het verlies is sterk afhankelijk van de zekerheden', aldus mr. M. Prop die voor Mees en Hope de inventaris van Julien Co. onderzoekt. Een Amro-woordvoerder zegt dat de bank zich geen zorgen maakt omdat de leningen 'volledig gesecureerd' zijn. Hohenberg is de eerste partij die iets loslaat over het faillissement. Zijn huisbank Bankers Trust, die 105 miljoen heeft gereserveerd, zegt niets; andere bankiers en katoenhandelaren houden hun mond of praten anoniem. Hohenberg zegt dat zijn faillissement niets te maken heeft met speculatie. 'Het gezwets over termijncontracten moet afgelopen zijn. Ik heb nooit meer dan 10 procent van mijn 'boek' (het totaal aan verkooporders, red.) op de termijnmarkt gehad.'

Op een ander moment roept hij uit: 'Het waren allemaal cash contracten'.

Cash contracten zijn overeenkomsten om echte partijen katoen te kopen of verkopen. In de termijnmarkt wordt alleen gehandeld in verplichtingen om te leveren en te kopen. The Julien Company vroeg op 11 januari uitstel van betaling aan. De firma had volgens zijn advocaat op dat moment 344 miljoen dollar (650 miljoen gulden) aan schulden, en 160 miljoen dollar (302 miljoen gulden) aan activa. Totaal elf banken in de Verenigde Staten, Europa en Australie hebben 320 miljoen dollar aan de onderneming geleend, de rest staat uit bij boeren, pakhuisbeheerders en andere relaties. Het spectaculaire faillissement van The Julien Co., die in slechts vier jaar tijd uitgroeide tot een van de grootste katoenhandelaren in de Verenigde Staten, heeft de katoenmarkt in grote opschudding gebracht. 'De geloofwaardigheid van de katoenindustrie is aangetast, ' zei William Dunavant, de grootste katoenhandelaar in de VS. 'Het zal moeilijk zijn voor nieuwe mensen om te beginnen, de banken zullen heel voorzichtig zijn met lenen. (...) Wij zullen hiervan profiteren, wij gaan niet kapot (...) maar het is niet eerlijk, de mensen die het hardst zijn geraakt zijn de boeren, de pakhuisbeheerders, de verladers, de banken.' Hohenberg wil niet zeggen waardoor zijn firma wel failliet is gegaan.

Hij zegt dat de problemen zijn ontstaan 'door een gebrek aan communicatie' tussen hem en de bank, 'zonder nu hun de schuld te geven of onszelf.' Bankers Trust, zegt Hohenberg, meldde op 6 december dat de bank 'boven zijn limiet voor ongedekt krediet was'.

Bankers Trust vroeg Hohenberg diezelfde dag zijn verplichtingen met 70 miljoen dollar te verminderen. Hij suggereert dat de bank daarvoor redenen had die niets met zijn firma te maken hadden: 'Ik weet wat daar binnen de bank is gebeurd, maar ik ga niet jouw werk voor je doen, ' zegt hij. Niet alleen zou Hohenberg dan met een gegarandeerd verlies moeten verkopen; het zou bovendien een gedwongen verkoop zijn waarvan iedere koper - zijn concurrenten - misbruik zou maken.

Desondanks stemde Hohenberg in. De onderhandelingen op 6 december verliepen aanvankelijk 'professioneel, ' in de woorden van Hohenberg. Op donderdag 7 december kwam Hohenberg in zijn prive- vliegtuig naar New York om te overleggen. Daar vergaderde hij de hele dag met de bankiers van Bankers Trust. Toen hij om half acht 's avonds vroeg of de effectenrekeningen in New York waren aangevuld, vertelden de bankiers dat al zijn kredietlijnen waren afgesloten. 'Daar en toen hebben ze het bedrijf vermoord', zegt Hohenberg. De volgende dag immers zouden Shearson Lehman Hutton en Paine-Webber respectievelijk 505.829 dollar en 4,35 miljoen dollar opeisen. Dat gebeurde. Eveneens op vrijdag trokken de kopers in Memphis voor de 70 miljoen aan orders zich allemaal terug. 'Ik zal nooit weten waarom', zegt Hohenberg. De katoenhandelaren weigeren commentaar.

Bankiers zeggen dat de toenmalige daling van de katoenprijzen misschien de verklaring is. Bankiers en curator zijn nu bezig uit te zoeken hoe The Julien Co.

zo'n groot verschil kon oplopen tussen activa en passiva.

Hohenberg zegt dat op het moment dat Bankers Trust de kredietlijnen sloot lang geen 184 miljoen dollar (het verschil tussen 344 en 160 miljoen) ongedekt was. Een groot deel van dat bedrag is ontstaan in de 34 dagen tussen 7 december 1989 en de dag waarop het faillissement werd aangevraagd, zegt hij. Hoeveel, dat wil hij niet kwijt. 'Dat zal in de rechtszaal uitkomen.'

Andere handelaren beamen dat Hohenberg in die maand op de termijnmarkt hooguit 20 miljoen dollar heeft kunnen verliezen en dat er dus een andere reden moet zijn. Als de advocaat van The Julien Co. gelijk heeft, zijn er voldoende activa in het bedrijf om de banken de helft van hun uitstaande leningen terug te betalen. Maar de andere krediteuren hebben geen enkele zekerheid en zullen dus waarschijnlijk niets van hun geld terugzien.

Voor Bankers Trust is van belang te ontdekken of Hohenberg hen misschien heeft bedrogen. De andere banken, voor wie Bankers Trust als agent optrad, zullen willen weten of Bankers Trust wel voldoende toezicht heeft gehouden op de inventaris (de onderpanden) bij The Julien Company. Supplement Economie: De val van een katoenkoning