Kabinet in Bonn steunt monetaire unie DDR

ROTTERDAM, 7 febr. - Het Westduitse kabinet heeft vandaag ingestemd met het voorstel van kanselier Kohl om zo snel mogelijk onderhandelingen te beginnen met de DDR over een monetaire unie. Een snelle verwezenlijking van een monetaire unie tussen Oost- en West-Duitsland kan negatieve gevolgen hebben voor de Nederlandse gulden en voor de monetaire eenwording in de EG. De rente in Nederland zal volgens deskundigen stijgen als de Westduitse centrale bank besluit tot een krap geldbeleid om de plotselinge toevloed van D-marken door het gebruik ervan in de DDR af te romen. Aangezien de Nederlandse gulden aan de D-mark is gekoppeld, zal dat ook in Nederland tot stijging van de rente leiden. Vandaag bespreekt het Westduitse kabinet een voorstel om voor eind 1992 tot een monetaire unie tussen Oost- en West-Duitsland te komen.

Bondskanselier Kohl wil de onderhandelingen over een monetaire eenwording van de twee Duitse staten direct beginnen. Zijn minister van economische zaken Haussmann heeft een plan opgesteld dat voorziet in monetaire eenwording en economische hervormingen in de DDR. De president van de Westduitse Bundesbank, Karl Otto Pohl, heeft gisteren na een gesprek in Oost-Berlijn met zijn collega Kaminsky de politieke haast met een monetaire unie 'een illusie en pure fantasie' genoemd. De D-mark kan zijn positie als het stabiliteitsanker van de EG verliezen, als de DDR overgaat op het gebruik van de Westduitse munt zonder tegelijkertijd economische hervormingen door te voeren. Invoering van de D-mark in de DDR ter vervanging van de Ostmark is een riskante operatie. In de DDR zijn miljoenen Ostmarken in omloop waar geen produkten tegenover staan die de mensen kunnen kopen.

Het omzetten van Ostmarken in D-marken zou leiden tot een inflatoire toeneming van de circulatie van D-marken.

Pag.13: Vervolg Pag.15: Kohls voorstel In Leipzig demonstreerden gisteren bezorgde DDR-burgers met de leuze 'Monetaire unie ja - ongunstige omruilkoers voor onze besparingen nee'. Ze gaven daarmee de kern van het dilemma aan, dat een monetaire unie tussen de Bondsrepubliek en Oost- Duitsland met zich meebrengt. De bevolking van de DDR beschikt over enorme besparingen aan Ostmarken, die niets waard zijn omdat er geen goederen voor gekocht kunnen worden. Het probleem van deze zogenoemde geldoverhang moet worden opgelost als de twee Duitse staten tot een monetaire eenwording besluiten en de D-mark het wettig betaalmiddel in de DDR wordt. Een monetaire unie tussen de twee Duitse staten is onmogelijk zonder een of andere vorm van geldzuivering in de DDR. Het politieke gevecht draait om de vraag wie de prijs daarvan betaalt: de kapitaalkrachtige Westduitsers of de ontgoochelde Oostduitsers. De Oostduitse autoriteiten willen een zo laag mogelijke omruilverhouding tussen de D-mark en de Ostmark. Christa Luft, de minister van economische zaken van de DDR, heeft gepleit voor een verhouding van een D-mark voor twee Ostmarken. Dit zou betekenen dat de Oostduitsers hun spaargeld gunstig in harde Westerse munt kunnen omzetten. Ze zullen zich dan onmiddellijk storten op de aankoop van de consumptiegoederen, die nu in de DDR ontbreken. Deze stortvloed van Oostduitse aankopen zal leiden tot een oververhitting van de Westduitse economie en tot een sterke toename an de hoeveelheid geld die in omloop komt. Met andere woorden: tot inflatie. West- Duitsland zou dan langs monetaire weg opdraaien voor de kosten van de Oostduitse economische hervormingen. De werkelijke wisselkoers, die rekening houdt met de economische krachtsverhoudingen, ligt in de buurt van 20 Ostmarken voor een D-mark.

Maar als die wisselkoers wordt aangehouden, zouden de besparingen van de Oostduitsers worden gedecimeerd. Dat geeft sociale en politieke ontevredenheid onder de voormalige Genossen. Een mogelijkheid, die afgelopen weekeinde werd geopperd door de burgemeester van Dresden Hans Berghofer, is om de grond, de bedrijven en de huizen in de DDR te privatiseren. Door dit staatsbezit aan de bevolking te verkopen, haalt de staat miljoenen Ostmarken uit de markt. Op die manier kan de geldoverhang 'gesteriliseerd' worden.

In West-Duitsland wordt de politieke haast voor een snelle monetaire eenwording ingegeven door de vrees voor de niet-aflatende exodus uit de DDR. Hoe meer goed opgeleide Oostduitsers naar het Westen komen, des te moeilijker wordt het om een economische ineenstorting van de DDR te voorkomen, en des te groter de sociale spanningen in de Bondsrepubliek worden tussen de Westduitse bevolking en de Oostduitse nieuwkomers op de arbeids- en huizenmarkt.

    • Roel Janssen