Hollands bollenlandschap bevat puur gif

LISSE, 7 febr. - Zelfs de Rabobank signaleert, in een rapportje over de bewuste bedrijfstak, ernstige milieuproblemen in de bloembollensector: de grote afhankelijkheid van pesticiden vormt een directe bedreiging voor de bestaande teeltmethoden. Drs. H. Muilerman van de Zuidhollandse Milieufederatie spreekt zelfs van een 'chemische Keukenhof': achter de fraai gekleurde vlakken in het landschap, zo 'typical Dutch', schuilt een wereld van evenzeer typisch Hollandse bestrijdingsmiddelen, zeg maar puur gif. Vroeger was het nog erger. Oudere werknemers kunnen nog getuigen van het werk in de bollen'schuren waarbij de DDT, inmiddels allang verboden, lustig in het rond stoof. In een lollige bui bekogelde men elkaar met zakjes van dat spul.

Als 's middags aan tafel hinderlijke vliegen neerstreken, greep men al gauw naar de flitspuit. Die tijd is voorbij, maar op en in het veld heeft het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder grondontsmetters, nog altijd het karakter van een complete oorlog tegen alles wat bol en bloem dreigt aan te tasten. Alleen al in de 'Zuid', de klassieke bollenstreek achter de duinen tussen Leiden en Haarlem, wordt jaarlijks zo'n 350.000 kilo weggespoten. En de 'Zuid' vormt tegenwoordig maar een vijfde deel van het totale Nederlandse bollenareaal, dat ruim 16.000 hectare beslaat. Vooral in Noord-Holland (tussen Alkmaar en Den Helder en op de Westfriese klei) heeft de teelt een grote vlucht genomen. Andere bollengebieden bevinden zich in Flevoland en Zeeland. De jaarlijkse hoeveelheid gif bedraagt 130 kilo per hectare, een gemiddelde voor alle gewassen. Onderling bestaan er aanzienlijke verschillen. Terwijl de tulp 'slechts' 47 kilo vraagt, komt de narcis op 256 kilo (tweemaal het gemiddelde dus) en de hyacint zit daar ongeveer tussenin.

Door de bank genomen ligt het gebruik van landbouwgif in de bollencultuur vijftien tot twintig keer hoger dan in andere teelten. Gevolgen Over de gevolgen daarvan voor het oppervlaktewater heeft zojuist het Hoogheemraadschap van Rijnland alarm geslagen. De gehaltes aan pesticiden in boezems en polders blijken op tal van plaatsen de normen ver te overschrijden, wat overigens niet alleen aan de bollenteelt, maar ook aan de glastuinbouw, akkerbouw en industriele lozingen te wijten is. Er zijn zelfs verboden middelen als DDT, aldrin en dieldrin gevonden: een erfenis uit het verleden, al wordt niet uitgesloten dat sommigen die stoffen nog incidenteel toepassen. Dat het milieu ernstig onder al die middelen te lijden heeft, is niet voor twijfel vatbaar. Maar de mens? Begin volgende maand wordt de uitslag verwacht van jarenlange onderzoek naar de effecten van grondontsmetters en ander gif op diegenen die er beroepshalve mee omgaan. Dit onderzoek, waarbij drie universiteiten en twee instituten van TNO betrokken zijn, kwam voort uit onrust onder werknemers omstreeks 1980. Initiatiefnemers waren destijds de milieugroep Bollenstreek en de voedingsbond FNV. 'En niet te vergeten de Sassenheimer Gerard Wiering', zegt Muilerman van de Zuidhollandse Milieufederatie, 'want hem komt de eer toe dat hij de aanzet heeft gegeven. Zelf was hij doodziek geworden door - naar zijn stellige overtuiging - het werken met bestrijdingsmiddelen. In 1980 werd hij opgenomen in het Academisch Ziekenhuis van Leiden met bulten op gezicht en borst en een acne- achtige uitslag'.

Het onderzoek viel feitelijk in drieen uiteen. Centraal stond de vraag of - en zo ja in welke mate - jarenlange omgang met 'bollengif' het zenuwstelsel aantast. Hiervoor werden 137 werknemers uit de betrokken teelt in de 'Zuid' gerecruteerd en vergeleken met een controlegroep van 73 personen uit dezelfde streek, maar zonder enige bemoeienis met bestrijdingsmiddelen.

Ook is gezocht naar sporen van die middelen, onder meer de poedervormige schimmelbestrijders zineb en maneb, of afbraakprodukten daarvan in urine, longen en op de huid van werkers in de bollenteelt. Een van de onderzoeken spitste zich toe op loonbedrijven die de grondontsmetting met dichloorpropeen uitvoeren. Proefbedrijf Hangende de uitslag van al die studies dringt Muilerman hartstochtelijk aan op een 'groen' alternatief voor de bollenteelt. Chemicalien ter bestrijding van ziekten en plagen moeten plaats maken voor mechanische en biologische middelen, vruchtwisseling en resistentieveredeling. Er moet in elk geval een proefbedrijf komen waar nieuwe, milieuvriendelijke systemen hun waarde kunnen bewijzen. Ongeveer naar het voorbeeld van 'Nagele', proefbedrijf voor de akkerbouw in de Noordoostpolder, dat met tien procent van de oorspronkelijke hoeveelheid pesticiden uitstekend marcheert. Muilerman hoeft op zo'n experiment in bollenland vermoedelijk niet lang te wachten. Het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek in Lisse heeft kort geleden een initiatief in die richting genomen. Het ministerie van landbouw is verzocht ruim vier miljoen gulden uit te trekken ter bekostiging van een proefbedrijf voor geintegreerde - lees milieuvriendelijke - bedrijfsvoering in de bollenteelt. Dr. A. J. Dop, die namens het laboratorium de plannen coordineert, ziet twee vestigingen voor ogen: een in het Noordhollandse Breezand en een in Lisse, samen acht hectare groot. De bedoeling is onder meer een soort modelbedrijf te stichten om de teler in te prenten wat hij vandaag al kan doen - of beter nog laten - om het milieu te sparen en zonder dat de rentabiliteit van zijn onderneming terugloopt.

'Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan stukken minder', zegt Dop. 'Ik schat dat de gemiddelde teler in vijf jaar tijd zeker vijftig procent kan bezuinigen'.

De voorgenomen proef omvat verder een lokatie in de open lucht voor het uittesten van nieuwe technieken, gericht op een drastische vermindering van afzonderlijke middelen, allereerst grondontsmetters, maar ook gif tegen schimmel en luis alsmede onkruidbestrijders. Hetzelfde geldt voor het gebruik van kunst- en drijfmest. Bovendien wordt gedacht aan zoiets als weefselkweek onder laboratoriumcondities om hetzelfde doel te dienen. Dop: 'De trend om het middelengebruik te beperken, bestaat al geruime tijd, maar is vooral de laatste twee jaar versterkt. Zie bijvoorbeeld de Structuurnota Landbouw, waarin het streven naar duurzame bedrijfssystemen nadrukkelijk is verwoord. Duurzaam, dat wil zeggen: in evenwicht met het milieu, maar ook concurrerend en veilig voor mens en milieu'.

Of de vier miljoen gulden die hij nodig heeft loskomen, staat nog niet geheel vast. 'De zaak is in behandeling', zegt een woordvoerder van het ministerie. 'Naar verwachting wordt er eind februari begin maart over beslist'.

Dop twijfelt niet aan een gunstige uitslag: 'Het ministerie kan er, gelet op de structuurnota, niet onderuit'.

    • F. G. de Ruiter