Enquete CBS: 86.000 werklozen met een uitkering zijnonvindbaar

DEN HAAG, 7 febr. - Ongeveer 86.000 werklozen die een uitkering ontvangen zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onvindbaar. De sociale diensten en bedrijfsverenigingen keerden in 1988 naar eigen zeggen 660.000 werkloosheidsuitkeringen uit.

Maar uit de door het CBS uitgevoerde Enquete Beroepsbevolking (EBB) blijkt dat slechts 574.000 werklozen zeggen een uitkering te hebben gekregen. Het is niet duidelijk in hoeverre het gaat om fraude. Het is ook mogelijk dat de werkloosheid veel hoger ligt dan tot nu toe was aangenomen. Het ministerie van sociale zaken stelt een onderzoek in. Het CDA-Kamerlid De Leeuw zegt hierover volgende week bij de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken vragen te zullen stellen. Het verschil van 86.000 betreft voornamelijk de door de sociale diensten verstrekte RWW-uitkeringen. Dit zijn uitkeringen op bijstandsniveau.

De meeste langdurig werklozen zijn daarop aangewezen. Volgens de sociale diensten kregen in 1988 393.000 mensen een RWW-uitkering. Bijna een kwart daarvan is dus niet in de Enquete Beroepsbevolking terug te vinden. Het CBS voert een aantal mogelijke oorzaken van het verschil aan.

Het is mogelijk dat deze groep uitkeringsgerechtigden (deels) buiten de Enquete Beroepsbevolking is gevallen. Het CBS sluit dit niet helemaal uit, omdat uit eerder onderzoek is gebleken dat langdurig werklozen moeilijk zijn te bereiken. Zij reageren vaak niet op brieven en telefoontjes. Als deze RWW'ers inderdaad buiten de Enquete zijn gevallen, is de werkloosheid veel hoger dan de officiele cijfers tot nu toe aangaven.

Pag.3: Vervolg Supplement Economie:

Werklozen sporadisch gekort Het aantal werklozen dat in de Enquete zegt bij een arbeidsbureau ingeschreven te staan, stemt namelijk wel overeen met de geregistreerde aantallen. Dit zou ook betekenen dat veel RWW-uitkeringen ten onrechte worden betaald. Deze mogen officieel alleen worden uitgekeerd als de werkloze zich bij het arbeidsbureau heeft laten inschrijven. De controle van de sociale diensten zou in dat geval te kort zijn geschoten. Een andere mogelijkheid is dat veel werklozen in de enquete wel hebben gemeld dat ze bij het arbeidsbureau staan ingeschreven, maar hun RWW-uitkering hebben verzwegen. Volgens het CBS is het niet uitgesloten dat het te goeder trouw gebeurt. Sommigen hebben een uitkering toegekend gekregen, maar nog geen bedrag ontvangen. Anderen hebben slechts kort een uitkering ontvangen of hebben een aanvullende uitkering. Ook is het mogelijk dat schaamte een rol speelt. Maar er kan ook sprake zijn van fraude: werklozen die niet opgeven dat ze een uitkering krijgen, omdat ze er volgens de officiele regels geen recht op hebben of omdat hun uitkering te hoog is. Zij kunnen bijvoorbeeld zwart werken of zich hebben ingeschreven op een fictief adres. Overigens kan dat laatste er ook de oorzaak van zijn dat RWW'ers buiten de enquete zijn gebleven. Het CBS dringt er op aan snel uit te zoeken wat er precies aan de hand is. Volgens het bureau moeten de bestanden van arbeidsbureaus en sociale diensten nauwkeurig naast elkaar worden gelegd om te bezien of inderdaad een groot aantal RWW'ers buiten de officiele werkloosheidscijfers valt. Tevens moeten de sociale diensten degenen aan wie ze een RWW-uitkering verstrekken aan een nader onderzoek onderwerpen om gevallen van fraude op te sporen. Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid zegt nog geen inzicht te hebben in de oorzaak van de discrepantie tussen meldingen van werklozen en van sociale diensten. Volgens een woordvoerder is een werkgroep het probleem aan het bestuderen. Het CDA-Kamerlid Terpstra noemt het verschil van 86.000 'een vreemde zaak'.

Volgens hem moet dit onderwerp volgende week bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van sociale zaken aan de orde komen. Het PvdA-Kamerlid Leijnse zegt echter niet op te kijken van de discrepantie. Hij sluit niet uit dat de onderzoeksmethode van het CBS niet goed is. Volgens hem kan de steekproef onbetrouwbaar zijn en de vraagstelling kan tot onjuiste antwoorden hebben geleid. Leijnse meent bovendien dat het mogelijk is dat de sociale diensten de RWW-uitkeringen niet goed registreren. Overigens is het niet voor het eerst dat uit onderzoek een discrepantie blijkt tussen de opgaven van werklozen over RWW-uitkeringen en de registratie van sociale diensten. Ook de Arbeidskrachtentelling van 1985 (de voorganger van de EBB) en het Woningbehoeften-onderzoek uit 1985/86 wezen in die richting. Dat heeft toen niet tot nader onderzoek geleid.

    • Annemieke Smit