DE VAL VAN EEN KATOENKONING

In vier jaar werd Julien Hohenberg een van de grootste katoenhandelaren in de Verenigde Staten. In januari ging hij plotseling failliet. Hohenberg sleept velen in zijn val mee. Elf banken, waaronder de Amro en Mees en Hope, en honderden lokale boeren uit Memphis hebben honderden miljoenen van hem tegoed. De 140 werknemers van zijn bedrijf staan op straat. Heeft Hohenberg de zaak bedrogen? De katoenkoning zelf geeft de bank de schuld. 'Ik weet wat daar binnen de bank is gebeurd', zegt hij in het eerste interview na zijn faillissement. Zelfs midden op de dag is het nog schemerig in de kleine eetkamer van het macrobiotische Babylon Cafe in Memphis, waar de muren zijn behangen met affiches en de gasten kalmpjes keuvelen. Aan een houten tafeltje bij het raam zit Julien Hohenberg, een wat gebogen 63- jarige man met een witte baard, gekleed in een kaki broek, tweed jasje en een open hemd.

Zijn dochter Mimi, eigenares van het restaurant, zet hem een bord voor met pitabrood en tauge-salade en geeft hem een zoen op de bebaarde wang. Tijdens zijn lunch dommelt Hohenberg in slaap. Is dit nu de piraat van de internationale katoenmarkten, die met zijn wilde handel banken in drie continenten miljoenenverliezen heeft bezorgd? De financiele manipulator die door zijn zwager en vier van zijn kinderen voor de rechtbank is gesleept omdat hij hun fortuinen zou hebben verkwanseld? De man die door vriend en vijand wordt beschreven als een van de slimste handelaren in Amerika? Het enige wat in die verhalen past is de mobilofoon die naast zijn bord op tafel staat. Na de lunch wandelt hij naar buiten, zijn telefoon in de hand. Als een volstrekte vreemdeling zijn naam noemt, kijkt hij op en steekt zijn hand uit. Wil hij geinterviewd worden? Hij zegt dat hij al maanden geen interviews heeft gegeven en dat de kranten alleen maar onzin over hem schrijven. Hij wandelt weer naar binnen, betaalt zijn dochter de rekening en lijkt wat afwezig. Dan kijkt hij op. Goed, hij zal praten. Waarom? 'Omdat jij de eerste bent die beleefd tegen me is.'

Of hij dat nu meent of niet, het antwoord is typerend voor de 63- jarige Hohenberg die zijn hele leven al geldt als een excentriekeling en ervan geniet om juist dat te doen wat niemand verwacht. Hij is waarschijnlijk een van de beste katoenhandelaren in de wereld, maar blijft onvoorspelbaar. 'Een intellectueel', 'excentriek' en 'individualistisch' wordt hij genoemd door bankiers en handelaren in het kalme Memphis, waar rijke blanken zich houden aan de regel dat je maar drie keer in je leven in de krant hoeft te komen: bij je geboorte, je huwelijk en je dood. 'Een geniale maniak' zegt een Europese bankier; 'een verwend kind', zegt een oudere journalist in Memphis. Misbruikt Wat hij ook is, Hohenbergs handelsfirma Julien Co. is sinds 11 januari volgens de Amerikaanse wet failliet. Hohenberg zelf is gedaagde in verschillende processen. Wall Street-banken eisen dat hij enkele miljoenen in leningen afbetaalt die hij sloot om te handelen in termijncontracten voor katoen. Zijn oudste vier kinderen beschuldigen hem ervan een trust fund te hebben misbruikt voor zijn eigen handel; zijn zwager Rudi Scheidt zegt hetzelfde van een ander familiefonds. Totaal elf banken krijgen 320 miljoen dollar van hem. De grootste schuldeiser is Bankers Trust, die samen met Chase Manhattan Bank de dienst uitmaakt in de goederen- en termijnhandel en 172 miljoen dollar van Hohenberg claimt. Mees en Hope en de Amro Bank krijgen respectievelijk 21 en 24 miljoen dollar van hem en 600 tot 800 lokale boeren en zakenmensen 22 miljoen dollar. Ongeveer 140 werknemers staan op straat.

'Als ik hem was, zou ik met de staart tussen de benen rondlopen', zegt concurrent William 'Billy' Dunavant streng. Zo denken de meeste handelaren en bankiers in Memphis over hem: Hohenberg is een ijdele, onverantwoordelijke egoist die door zijn eigen grootheidswaanzin honderden andere mensen leed heeft bezorgd. Hohenberg houdt zich op de been met opmerkingen als 'de koning is dood, lang leve de koning' en moppert over 'waardeloze historici en waardeloze journalisten die altijd maar weer willen weten waarom dingen gebeuren'. Humpty Dumpty is van de muur gevallen, zegt hij, en niemand kan hem meer maken, zoals in 'Alice in Wonderland' staat. Die onverschilligheid is gemaakt. Hohenberg heeft het er duidelijk moeilijk mee dat hij niet meer ongegeneerd kan opscheppen dat hij de beste katoenhandelaar ter wereld is. Als zoveel failliete zakenmensen geeft hij de banken de schuld, omdat zij de kredietlijn sloten. Soms dwaalt hij af, soms beent hij op en neer terwijl hij een antwoord bedenkt. Hoewel hij soms verward lijkt, heeft hij wel zijn verstand erbij.

Hohenberg verspreekt zich in totaal zes uur niet een keer en zegt niets dat tegen hem gebruikt kan worden. Vragen over de oorzaak van zijn faillissement beantwoordt hij met ontwijkende tegenvragen: Waarom is de Eerste Wereldoorlog begonnen? Soms laat hij zich verleiden tot een enkele uitschieter. 'Dat gezwets over termijncontracten moet afgelopen zijn', zegt Hohenberg. Zodra het woord speculatie valt wordt hij kwaad. 'Mijn vader zei altijd: zoon, als je wilt speculeren, da's best, ga dan maar bij een andere firma werken en kom maar terug als je ervan hebt geleerd.'

Met speculatie op de termijnmarkt heeft zijn faillissement niets te maken zoals wordt gesuggereerd. Waaraan zijn bedrijf dan wel ten onder is gegaan wil hij niet kwijt. Toch lijken zijn protesten niet in strijd met theorieen die andere spelers in de katoenwereld in Memphis ventileren: dat Hohenberg zowel in de 'echte' markt als op de termijnmarkt is uitgegaan van een stijging van de katoenprijzen die niet plaatsvond. William Dunavant, de grootste katoenhandelaar in Amerika, gaf vorige week in een interview met een lokaal televisiestation zijn eigen theorie ten beste over de ondergang van The Julien Co. 'Als je twee jaar lang duur koopt en goedkoop verkoopt, dan breekt je dat vroeg of laat op', zei hij. Hij suggereerde dat Julien Co. als nieuwkomer heeft geprobeerd zijn marktaandeel te veroveren door de concurrentie te overbieden. 'Dat is een van de stomste opmerkingen die ik ooit in mijn leven heb gehoord', reageert Hohenberg. 'Hoe kunnen we dan drie jaar lang winst hebben gemaakt?' En even later: 'Als we zo slecht bezig waren, waarom zou de bank ons dan geld lenen?' Dat is de hamvraag, waarop de banken tot nu toe geen antwoord geven. Hohenberg zegt dat de problemen zijn ontstaan door 'een gebrek aan communicatie tussen mij en de bank zonder nu hun de schuld te geven of onszelf'.

Hohenberg zegt dat Bankers Trust op 6 december meldde dat de bank 'boven zijn limiet voor ongedekt krediet was'.

De bank vroeg hem diezelfde dag zijn verplichtingen met 70 miljoen dollar te verminderen. Hohenberg beweert dat de bank hiervoor redenen had die niets met zijn bedrijf te maken hadden. 'Ik weet wat daar binnen de bank is gebeurd, maar ik ga niet jouw werk voor je doen.'

Lef Julien Hohenberg is de derde generatie in een familie van katoenhandelaren die in 1935 verhuisde van Alabama naar Memphis, de katoenhoofdstad van Amerika in de zuidwesthoek van de staat Tennessee, aan de luie Mississippi rivier. Julien Hohenberg begon op zijn twintigste in het familiebedrijf Hohenberg Brothers, na te hebben gestudeerd aan Yale University aan de Oostkust. Hij had lef: hij legde contacten in China op zijn 22ste en ging in de daaropvolgende jaren naar Mexico, Brazilie en Midden-Amerika. In 1961, toen zijn vader overleed, kreeg hij de leiding van het familiebedrijf. In 1975 verkocht hij de onderneming aan de goederenhandel Cargill. 'Ik had 100 procent van mijn geld in een katoenhandelsfirma vastliggen en mijn kleine kinderen ook. Ik zag niet dat de familie duidelijk kon rekenen op voortdurend succes, dus na een stuk of wat goede jaren besloot ik het bedrijf op de top te verkopen. Dat was een van mijn beste beslissingen.'

Hohenberg bleef tien jaar het bedrijf leiden - 'ik was een divisiedirecteur' - tot hij in 1985 eruit stapte en The Julien Company oprichtte. Hij vertelde de Memphis 'Commercial Appeal' dat hij geld voor zichzelf wilde verdienen. De opkomst van zijn eigen Julien Company was even spectaculair als de ondergang. Hij opende een kantoor in Memphis en een in Hong Kong, Gau-Shan genaamd ('Hoge Berg'). The Julien Company verkocht Amerikaanse katoen aan weverijen in de VS maar ook in landen als China, Marokko, Mexico, Hongarije, Israel en Algerije, gebruik makend van Hohenbergs netwerk van contacten. De omzet was in 1986-87 al 425 miljoen dollar, zegt Hohenberg zelf; in 1988 werd hij gekozen tot 'Tennessee Exporteur van het Jaar.'

Hij kocht ook een katoenboerderij in Californie, een keten van 33 katoenverwerkingsbedrijven en twee pakhuizen. Dat was ongebruikelijk: handelaren zijn meestal niet geinteresseerd in investeringen. Maar Hohenberg legt uit dat het hem in staat stelde de weverijen beter te bedienen. Hij kon ze precies de kwaliteit katoen geven die de weverijen wilden en wanneer ze wilden.

'Ik ben geen handelaar, ik ben een zakenman', zegt Hogenberg. De sleutels, predikte hij zijn jonge werknemers twee keer per week, zijn informatie, communicatie, en kostenbeheersing. 'We moeten betere informatie hebben dan de concurrenten, beter communiceren dan onze concurrenten.'

Als we Hohenberg moeten geloven, groeide zijn bedrijf tussen eind 1985 en eind 1988 razendsnel. Midden '87 zou hij al 37 miljoen dollar per maand verhandelen. Vorig jaar had hij een omzet van 65 miljoen dollar per week. Hij had een kantoor aan Front Street, de oude kade aan de Mississippi rivier waar nog steeds tientallen kantoenhandelaren zijn gevestigd. Maar hij was voortdurend op reis en als Hohenberg in de stad was, dicteerde hij zijn wereldhandel vanuit de bovenste verdieping van een klein appartementengebouw. Het is een kolossaal appartement, met veel antiek en boekenkasten, grote portretfoto's van hem en zijn vrouw aan de muur. In een gang hangen foto's van Hohenberg en president Jimmy Carter. In een van de ruimten hield hij kantoor. Oud-werknemers zijn bezig de laatste archiefkasten en meubels weg te dragen. Op een tafel liggen minstens twaalf identieke brillen; omdat Hohenberg voortdurend zijn bril verloor heeft hij ooit honderd exemplaren in een keer gekocht. Hippie Hohenberg lijkt niet erg aangedaan over het faillissement van zijn firma. 'Mijn vader zei altijd: wat er ook gebeurt, het is altijd ten goede.'

Op het grote balkon met uitzicht over Overton Park, vertelt hij wat zijn andere levensmotto's zijn. Hohenberg haalt een plechtig gedicht van Tennyson aan. 'All experience is an arch whereto gleams that untraveled world', waaraan Hohenberg toevoegt: 'Als je niet door die poort loopt, dan roest je vast. ' Rusteloos, dat is de indruk die hij wekt. Na vijf minuten zitten staat hij op en beent, al pratend, met lange passen op en neer. Even later rijdt hij in zijn Ford - tweedehands, met 25.000 kilometer op de klok - stevig door, en de cassetterecorder speelt The Grateful Dead.

Een andere passagier is Ron Shapiro, die 46 jaar oud is en zichzelf omschrijft als een hippie. Shapiro en Hohenberg zijn vorige zomer samen naar een hippiefestival in Californie geweest. Het proces van de kinderen noemt Hohenberg 'vriendschappelijk', alleen bedoeld om nog wat geld uit het faillissement te slepen. De vier kinderen uit zijn eerste huwelijk lijken niet geschokt door het feit dat Hohenberg hun geld heeft gebruikt om te handelen. 'Familie gaat boven alles', zegt Laetitia. Hohenberg vertelt dat alle bedrijven die hij leidde maar voor de minderheid van hemzelf zijn; de rest van de aandelen is in handen van vrouw en kinderen. Waarschijnlijk blijven de andere bedrijven buiten het faillissement van The Julien Company. Hohenberg brengt nu zijn tijd door met de gehate advocaten en bezoekjes aan twee andere ondernemingen waarin hij geld heeft gestoken: de platenstudio Waylo, geleid door zijn vriend Willie Mitchell, in een zwarte achterbuurt in Zuid-Memphis; en een boutique voor vrouwenkleding, die hij in 1985 opende en wordt geleid door een vriendin. Hoe kan iemand die bekend stond als een van de meest respectabele katoenhandelaren van Memphis zo snel te gronde gaan? 'Vraag je maar eens af waarom dit soort dingen nooit gebeurde in de twintig jaar dat hij bij Hohenberg Brothers werkte', zegt een handelaar. 'Daar werd hij omringd door solide mensen.'

Hohenberg beantwoordt die vraag niet. Maar op een gegeven moment vertrouwt hij toe: 'Waarschijnlijk leef ik nu langer en gelukkiger. Ik zat waarschijnlijk op een draaimolen waar ik niet vanaf kon.'

    • Michiel Bicker Caarten