Bredero-top gaat in beroep bij Hoge Raad

AMSTERDAM, 7 febr. - De directieleden en commissarissen van het vroegere bouwconcern Bredero vechten de rechterlijke uitspraak over hun wanbeleid aan. Dat is vanochtend bevestigd door ir. A. Feddes, de voormalige voorzitter van de raad van bestuur van Bredero. De bestuurders hebben tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof beroep in cassatie aangetekend bij de Hoge Raad. De Ondernemingskamer concludeerde dat er sprake was van wanbeleid bij het opstellen van de jaarrekeningen over 1984 en 1985 en een emissieprospectus van een obligatielening. Het bestuur van Bredero zou zich daarbij ondermeer schuldig hebben gemaakt aan het opzettelijk versluieren van de verliezen bij Bredero. Hoewel de Ondernemingskamer geen uitspraak deed over de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuursleden en commissarissen, werd het oordeel over wanbeleid door aandeel- en obligatiehouders gezien als een mogelijkheid om enkele miljoenen guldens te verhalen op de vroegere Bredero-top. Inmiddels hebben de curatoren van Bredero hierover contact opgenomen met de vroegere bestuurders, maar tot een schikking is het vooralsnog niet gekomen. Het beroep in cassatie volgt nadat de Hoge Raad vorige maand in een vergelijkbare zaak een beroep van een aantal ex-bestuurders van het vroegere Ogem-concern voor het grootste deel had afgewezen. De eveneens van wanbeleid beschuldigde Ogem-bestuurders kregen echter op een punt van de Hoge Raad gelijk. Volgens de Hoge Raad gebruikten ze terecht als argument dat een accountant de betwistte jaargegevens had goedgekeurd. De Bredero-bestuurders lijken dit punt aan te grijpen voor een beroep, aangezien ook bij Bredero sprake was van een goedkeurende accountantrsverklaring. Zowel bij Ogem als bij Bredero betrof het het accountantskantoor Dijker en Doornbos.