Zuiveringsinstallaties te duur voor Oosteuropese landen; Toestand vervuilde Oostzee precair

HELSINKI, 6 febr. - Voor de Tweede Wereldoorlog plachten veel Finnen hun zomervakanties door te brengen aan de fraaie witte stranden van het nabijgelegen Estland. De lucht was er gezond en een bad in het zeewater weldadig. Nu wordt langs de Estse kust en ook in de andere Baltische staten in hoog tempo het ene na het andere strand gesloten. Ze worden te gevaarlijk geacht voor zwemmen en recreatie wegens de enorme microbiologische vervuiling van de Finse Golf en die van de Oostzee in het algemeen. De Finnen slaan een en ander met zorg gade. Van het nog altijd reusachtige militaire apparaat van de Sovjet-Unie liggen ze tegenwoordig niet langer wakker, maar de giftige dampen en het zeer schadelijke afvalwater van de industrie van hun oosterburen beangstigen hen des te meer. Een derde deel van de uitgestrekte Finse wouden, die van oudsher een centrale rol innemen in de Finse economie en cultuur, is intussen al aangetast door de zure regen die vooral uit de Sovjet-Unie komt.

Bovendien is het water van de Finse Golf onrustbarend vervuild. Al drie achtereenvolgende zomers hebben er zich voor de Finse zuidkust blauwe algenplagen voorgedaan. 'Voor de vervuiling van de Finse Golf is de industrie bij Leningrad voor ongeveer 80 procent verantwoordelijk, terwijl Estland en Finland elk voor tien procent schuld dragen', stelt professor Harald-Adam Velner van de technische universiteit van Tallinn, de hoofdstad van Estland. Velner geldt als een van de grootste deskundigen op het gebied van de milieuvervuiling van de Oostzee. De Finse ongerustheid manifesteert zich onder andere in de opkomst van de Groene beweging. Deze heeft intussen vier afgevaardigden in het 200 leden tellende Finse parlement. Ze proberen zo nauw mogelijk samen te werken met de inmiddels ook in Estland snel ontkiemende Groene beweging. 'De toestand in de Sovjet- Unie is nu misschien niet eens erger dan tien jaar geleden, maar door glasnost zijn de mensen zich er veel meer van bewust dan toen', meent Velner. Riool De Finse Golf is overigens niet het enige deel van de Oostzee waar de toestand ernstig is. Berucht is ook de monding van een van Europa's grootste riolen, de Poolse rivier de Vistula (Weichsel). Finse milieu-activisten schatten dat die alleen al goed is voor een derde deel van de afvalstoffen die in de Oostzee terechtkomen. Ook de Deense Sont en de Botnische Golf blijven trouwens zorgenkinderen. Een stad als de Letse hoofdstad Riga, die ongeveer een miljoen inwoners telt, beschikt anno 1990 nog over geen enkele zuiveringsinstallatie. De riolen komen rechtstreeks uit in het water van de rivier de Daugava, die alles naar de zee spoelt.

Volgens Velner bereikt ook 40 procent van het water uit Leningrad de Finse Golf ongezuiverd. Volgens schattingen van milieu-activisten is al 100.000 vierkante kilometer, of wel bijna een kwart van de oppervlakte, van de zeebodem dood, omdat er geen zuurstof meer in het water zit.

Woordvoerders van de zogeheten Helsinki-commissie, die namens de zeven Oostzee-staten de vervuiling van de Oostzee probeert tegen te gaan, willen dergelijke cijfers niet bevestigen. Maar ook zij zeggen dat op veel plekken zoals bij het eiland Gotland levenloze zones zijn ontstaan. Het zuurstofgebrek is vooral te wijten aan de toevloed van afvalstoffen die voedingsstoffen vormen voor algen, die weer veel zuurstof consumeren. De zeven Oostzee-landen werken al sinds 1980 samen om de vervuiling van de Oostzee tot staan te brengen. Een binnenzee als de Oostzee is kwetsbaarder voor vervuiling dan open zeeen omdat het water, dat voor een deel brak is, slechts langzaam wordt ververst. Wat dit betreft kwamen de recente stormen in de Noordzee de Oostzee goed van pas. Er werd daardoor veel vers, zuurstofrijk water de Sont binnengeperst. Ondergang Toen de Helsinki-commissie haar werkzaamheden begon, leek de Oostzee direct op de ondergang af te stevenen. Tien jaar later is de toestand nog steeds precair, maar hier en daar zijn er ook hoopvolle tekenen. Dit is te danken aan een aantal beschermende maatregelen. Zo werden schepen verplicht hun afval en hun stookolie te bewaren tot ze in een haven komen, waar ze hun afval nu kwijt kunnen bij speciaal daarvoor gebouwde faciliteiten. Ook bouwden tal van fabrieken in de rijke Westerse Oostzeestaten zuiveringsinstallaties en werd bij gemeenten het rioolwater gezuiverd. Als gevolg van de beschermende maatregelen zijn de hoeveelheden kwik, lood, cadmium en andere zware metalen in vissen, vogels en andere levende organismen sinds de eerste helft van de jaren tachtig aantoonbaar afgenomen. De grijze zeehond, die een jaar of vijf geleden nog met uitsterven werd bedreigd, begint zich nu weer te vermenigvuldigen en hetzelfde geldt voor de zeearend in de Botnische Golf.

Hier staat tegenover dat de geregistreerde hoeveelheden schadelijke stikstof en fosfor, die door steden en dorpen, industrieen en landbouw worden afgescheiden verder blijven toenemen. Het aantal dode gebieden in de zee blijft bovendien niet langer beperkt tot de diepe delen van de Oostzee maar deze hebben zich nu ook uitgebreid tot ondiepere stukken van de zee. Bovendien blijft ook de luchtvervuiling, die verantwoordelijk is voor zo'n 40 procent van de totale vervuiling in de Oostzee toenemen. Nog steeds produceren ook de Skandinavische landen en West- Duitsland forse hoeveelheden stikstof en fosfor. Er blijven bepaalde probleemgebieden. Zo blijft de landbouw in het bijzonder in Denemarken verantwoordelijk voor aanzienlijke vervuiling door het overvloedige gebruik van kunstmest, die voor een deel van het land in de Oostzee belandt. Verder blijft de papier- en pulp- industrie een grote vervuiler. Niettemin slagen ze er over het algemeen in door talrijke voorschriften en controles om de vervuiling redelijk binnen de perken te houden. Er is in deze landen echter een punt bereikt waarop ze slechts tegen hoge kosten verdere vooruitgang kunnen boeken. Rendement 'Ik heb het gevoel dat er weinig meer in Finland kan worden gedaan ter verbetering van het milieu. Het is nu vooral van belang om iets te ondernemen in de Sovjet-Unie en Polen. We moeten ook kijken naar de relatie tussen kosten en rendement', meent Tapani Kohonen, hoofdinspecteur van het Finse ministerie van milieu. Professor Velner onderschrijft deze mening van harte.

Volgens hem is het rendement voor de Oostzee als geheel van geld dat in milieumaatregelen voor de Sovjet-Unie geinvesteerd wordt tien keer zo hoog als dat van nieuwe maatregelen in Skandinavie. In de Skandinavische landen en ook bij het samenwerkingsverband van de Noordse staten, de Noordse Raad, bestaan echter ernstige bezwaren tegen dergelijke hulp voor Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Zij menen dat het principe van 'de vervuiler betaalt' moet gelden. Over leningen voor milieumaatregelen en hulpprogramma's op kleine schaal valt eventueel te praten maar het zomaar schenken van grote sommen gelds is voor hen uit den boze. Politici en bankiers zijn er niet eenvoudig van te overtuigen dat zo'n schenking ook als een investering voor een beter milieu, waar de Skandinavische landen zelf van profiteren, kunnen worden beschouwd. Ook Velner is zich van het probleem bewust: 'Ik kan toch moeilijk naar bankiers toestappen en zeggen: geeft u me alstublieft geld, dat is goed voor de Oostzee.'

Vroeger, in de dagen voor glasnost en perestrojka, ontkenden de communistische autoriteiten dat er een milieuprobleem bestond. Of ze probeerden opzettelijk de cijfers te vertekenen. De DDR bij voorbeeld hield via rekentrucs tot voor kort vol dat de zware vervuiling voor haar kust gering was. De Helsinki-commissie kon daar weinig tegen in brengen omdat de vergaring van de gegevens over de vervuiling aan de staten zelf was overgelaten. Nu geven ze wel toe dat er een ernstig probleem bestaat maar ze hebben nauwelijks geld om er iets aan te doen. De enige oplossing op langere termijn is volgens Velner en ook volgens woordvoerders van de Finse en Estse Groenen om de Sovjet- industrie grondig te herstructuren. Fleming Otzen, een Deense topfunctionaris van de Helsinki- commissie, is ervan overtuigd dat de Oostzee zal overleven, maar de kans dat de toestand de komende jaren werkelijk zal verbeteren acht hij niet groot. 'Ik geloof dat we ook in het jaar 2000 nog met een sterk vervuilde Oostzee zullen moeten leven.'