Zuidafrikanen overtuigd dat hervormingen leiden tot opheffingboycot; Nog lang geen gemengde sportbeoefening

PIETERMARITZBURG, 6 febr. - Bij het Jan Smuts-cricketstadion in Pietermaritzburg gaat 'mister Cricket' Ali Bacher nog met de demonstranten in discussie. De voorzitter van de Zuidafrikaanse Cricket Unie hielp het NSC zelfs om bij de politie vergunningen te verkrijgen voor een protestmars. Toch vindt hij dat er na het optreden van president De Klerk geen reden meer om de 'krieketspelers' met stenen en stokken op te wachten. 'De cricket-tour gaat door, hoe dan ook', zegt hij, genietend van een wedstrijd in het stadion waar de toeschouwers in het gras rondom het veld een picknick houden, terwijl groepjes blanke en zwarte politieagenten ondanks de brandende hitte om een barbecue staan om hun 'braaivleis' op te eten. In Zuid-Afrika staat sport bijna gelijk aan religie en de sportboycot heeft daarom de ziel van de blanken geraakt.

Zuid-Afrika's sportwereld vindt echter dat de tijden van boycot en uitstoting voorbij moeten zijn zodra Mandela vrij is. 'De hervormingen effenen de weg waarover Zuid-Afrika kan terugkeren naar de grote Olympische gemeenschap', zo liet de voorzitter van het Nationale Zuidafrikaanse Olympische Comite (SANOC), Johann Duplessies, direct na De Klerks toespraak weten. SANOC heeft de afgelopen maanden al informeel overleg gevoerd met het Internationaal Olympisch Comite (IOC) over de voorwaarden voor terugkeer. Duplessies stuit daarbij steeds op zijn tegenpool Sam Ramsamy, een voormalige leraar uit Durban die zeventien jaar geleden Zuid- Afrika verliet om in het buitenland een sportboycot te bepleiten.

Ramsamy richtte het Zuidafrikaanse non-raciale Olympische Comite op (SANROC) - de tegenhanger van SANOC - en werd een speciale adviseur voor het IOC over alles wat met Zuid- Afrika te maken heeft. Onvoldoende Afgelopen weekeinde zei Ramsamy in zijn Londense hoofdkwartier dat de besluiten van De Klerk 'nog onvoldoende waren' om Zuid-Afrika weer op te nemen in de internationale sportgemeenschap. Maar Duplessies is optimistisch over de kansen op een snelle terugkeer van zijn land naar de sportarena's. SANROC heeft SANOC altijd voorgehouden dat normale sport niet mogelijk is in een abnormale samenleving. Als Zuid-Afrika dus zijn politieke leven normaliseert is die horde genomen, zo redeneert daarentegen SANOC.

'Ramsamy heeft niet het laatste woord in het IOC en hij is er evenmin oppermachtig', zo menen sportbestuurders in Zuid-Afrika. Zij gaan er vanuit dat vertegenwoordigers van zwart Afrika in het IOC, zoals de Senegalees Caba M'Baye - die van beroep rechter is bij het Internationale Gerechtshof in Den Haag - wat toegeeflijker zijn dan Ramsamy. En ook de voorzitter van het IOC, de Spanjaard Juan Antonio Samaranch die de aanzet gaf tot de laatste informele ontmoeting in Lausanne, lijkt een terugkeer van Zuid-Afrika te willen versnellen. 'Ramsamy vreest voor zijn baantje bij SANROC', voegen sommige officials die anoniem willen blijven er schamper aan toe. Niet alleen SANOC en de Cricketbond zijn ingenomen met de verandering van de politieke koers, ook bij Zuid-Afrika's Rugbybond (SARB) heerst optimisme. De legendarische voorzitter van SARB, de stokoude Danie Craven, zegt bij zijn kantoor in het Kaapse Stellenbosch de dag te zullen meemaken dat het nationale team De Springboks weer aan 'een groot toernooi ergens overzee' mag meedoen. Craven haalde zich in 1988 de woede van de regering op de hals toen hij met het ANC ging onderhandelen. 'Wat ik toen deed, doet nu de regering zelf', aldus Craven, die zijn hele reputatie in de strijd heeft geworpen om de koppige en conservatieve Afrikaner rugbywereld ervan te overtuigen apartheid af te schaffen. Formeel hebben de meeste sportbonden hun vroegere apartheidsreglementen trouwens geschrapt, maar de praktijk is nog ver verwijderd van gemengde sportbeoefening. Alleen voetbal, de populairste sport onder de zwarten, heeft volledig gemengde teams en het boksen is helemaal ontdaan van restanten uit het systeem van rassenscheiding. Maar bij de voornamelijk door blanken beoefende sporten, zoals cricket en rugby, zijn er geen gemengde sportliga's, laat staan gemengde teams. In een rugby- of cricketteam zit wel af en toe een zwarte of kleurling, maar dat is meestal een geplande publicitaire zet voor de buitenwereld. Cricketlessen Ali Bacher probeert de kloof tussen zwarten en de door blanken gedomineerde cricketsport te overbruggen met speciale cricketlessen in het zwarte woonoord Soweto: hij wil er zijn sport populair maken.

Bij het rugby is de integratie nog moeilijker omdat de vaak breed en vierkant uitgevallen Afrikaner spelers de doorgaans wat minder fors gebouwde kleurlingen onder de voet lopen. De reis van Craven naar Canossa, naar het ANC, was dan ook een 'wanhoopsdaad' om bij de zwarten geaccepteerd te worden. Maar de grootste hindernissen bij de integratie van de sport, en vooral bij de vorming van gemengde teams, zijn twee nog altijd bestaande peilers van apartheid: de Groepsgebiedenwet die diverse rassen voorschrijft in aparte woonwijken te wonen, en het gescheiden onderwijs. Blank en zwart gaan naar aparte scholen waar zij hun eigen blanke en zwarte vriendenkringen vormen en hun eigen teams samenstellen.

En al zouden zij spelen in een gemengd team, dan is de integratie van korte duur: na de wedstrijd moeten zij weer terugkeren naar hun afzonderlijke woongebieden. Bacher erkent deze obstakels. Maar volgens hem is het sportveld een van de weinige plekken waar zwarten en blanken elkaar ontmoeten, 'waar zij leren het respect voor elkaar op te brengen dat vooral na de wedstrijd broodnodig is'.

9585 RECORDS TRANSFERRED

    • Derk-Jan Eppink