Z-Afrika sluit zwarten uit bij referendum

KAAPSTAD, 6 febr. - De Zuidafrikaanse regering heeft vandaag bekendgemaakt dat alleen blanken hun stem mogen uitbrengen in het eerder aangekondigde referendum over een grondwetswijziging die aan zwarten burgerrechten zou geven. Toen president F. W. de Klerk het referendum gisteren noemde was niet duidelijk of hij doelde op de blanke kiezers alleen of dat hij ook de zwarten wilde polsen. Minister van buitenlandse zaken Roelof 'Pik' Botha werd hierover vandaag door verslaggevers ondervraagd nadat hij had verteld dat de nieuwe grondwet 'de meerderheidssteun van alle Zuidafrikanen moest hebben'.

Na een korte aarzeling bevestigde hij dat het referendum alleen voor blanken zou zijn. Dat was gerechtvaardigd, zei hij, omdat 'de regering, zoals ieder ander die in dit proces wordt betrokken, haar eigen achterban heeft, en we zullen naar onze achterban moeten gaan om zijn goedkeuring te vragen'.

Het referendum geeft de blanken in Zuid-Afrika vetorecht ten aanzien van de grondwetswijziging, een gegeven dat het ANC en andere zwarte groeperingen niet zullen aanvaarden. De kwestie vormt een extra obstakel voor de vrijlating van ANC-leider Nelson Mandela. Eerder had de zwarte voorman het volledig opheffen van de noodtoestand en het vrijlaten van alle politieke gevangenen al als voorwaarden gesteld. Zijn vrouw, Winnie Mandela, zei na een bezoek aan haar man dat hij weigerde op vrije voeten te worden gesteld als de noodtoestand ten dele gehandhaafd blijft, aangezien de regering dan nog steeds volmachten zou hebben bijeenkomsten te verbieden en politieke opponenten te arresteren. President De Klerk zei in zijn rede van vrijdag, waarin hij het opheffen van het verbod op het ANC bekendmaakte, dat de noodtoestand later geheel ongedaan zou worden gemaakt, maar sindsdien heeft de regering geen verdere stappen genomen. Verscheidene ministers hebben de verzekering van De Klerk herhaald, maar anderen hebben aangegeven dat de noodtoestand mogelijk gehandhaafd blijft als voorzorgsmaatregel bij de overgang naar een nieuwe grondwet. Pag.4: Vervolg Roelof Botha zei vandaag dat een overgangsfase een 'ongemakkelijke tijd' is, waarin sociale onrust kan ontstaan. Het besluit de noodtoestand gedeeltelijk te handhaven was genomen, zo zei hij, omdat dit beter was dan in geval van onrust de noodtoestand opnieuw uit te roepen. De voorwaarden voor het vrijlaten van politieke gevangenen en de terugkeer van ballingen is zo mogelijk nog dubbelzinniger. De Klerk kondigde aan dat alle politieke gevangenen, behalve degenen die zijn veroordeeld wegens misdaden als moord, terrorisme en brandstichting vrij zouden worden gelaten. Hetzelfde geldt voor ballingen: zij die 'misdaden' hebben begaan lopen het risico te worden aangehouden. Het onderscheid tussen de twee categorieen is echter vaag.

Ook de positie van de militaire leiders van het ANC en anderen die opdracht hebben gegegen tot guerrilla-aanvallen is onduidelijk. In eerste instantie zeiden ministers dat alleen zij die zelf 'misdaden' hebben begaan, zoals het plaatsen van een bom, aangehouden kunnen worden, maar niet degenen die de opdracht hebben gegegeven, hoewel er volgens de Zuidafrikaanse wet geen onderscheid is. Op de vraag of dat betekende dat ANC-voorzitter Oliver Tambo en de chef staf van de militaire vleugel, Chris Hani, naar huis kunnen komen, antwoordde minister Stoffel van de Merwe bevestigend.

Gisteren echter zei een hoge politie-officier, generaal Hermann Stadler, onomwonden dat Tambo en Hani worden gearresteerd als ze terugkomen. Botha zei dat mensen in deze twijfelachtige categorie Zuidafrikaanse ambassades om opheldering over hun persoonlijke situatie moeten vragen - duidelijk een onaanvaardbare zaak voor de topleiders van het ANC. Het is bekend dat Mandela altijd heeft gezegd dat hij de gevangenis niet verlaat zolang er nog politieke gevangenen vastzitten - met name zes mannen die levenslang uitzitten.

    • Allister Sparks