'Slecht imago speelt de Bijlmer parten'

AMSTERDAM, 6 febr. - De plannen die de werkgroep toekomst Bijlmermeer vorige week presenteerde, betekenen volgens directeur A. W. Oskam van de dienst ruimtelijke ordening in Amsterdam 'een terugkeer naar normaal.' Oskam stelt vast dat de Bijlmermeer nooit een 'normale' woonwijk was. 'Maar blijkbaar is het zo dat alleen de absoluut grauwe middelmaat kans op succes heeft.'

De plannen van de werkgroep behelzen onder meer sloop van een kwart (3.000) van de hoogbouwwoningen waarvoor luxe laagbouw moet terugkomen, renovatie en het duurder maken van nog eens 3.000 woningen, en een beperkte opknapbeurt van 6.000 flatwoningen. Zo moet een meer gevarieerde en 'gewonere' wijk ontstaan. Het gaat volgens Oskam in de Bijlmer ten dele om een imago- probleem. 'De concrete problemen worden sterk verhevigd door het imago.

En de vorm van de Bijlmer is zo uitgesproken dat iedereen het imago aan de vorm koppelt. Dus: wil je het slechte imago van de Bijlmer veranderen, dan moet je, zegt het rapport, de vorm veranderen.

Sloop, dus.' Uitgangspunt van het rapport van de werkgroep is dat de Bijlmermeer wat bevolkingssamenstelling betreft een gemiddelde wijk wordt.

Daarbij stelt de werkgroep voor de bouwdichtheid te verminderen, terwijl er volgens Oskam juist meer woningen moeten komen. 'De Bijlmer is een wijk met een lage dichtheid, veertig woningen per hectare, dat kan best hoger. Er is ongelooflijk veel groen dat niet goed wordt onderhouden, omdat dat te duur is. Als de groene ruimte dan toch zodanig verpaupert dat niemand die meer durft te gebruiken, waarom dan niet een deel ervan gebruiken voor woningen, werkgelegenheid en voorzieningen. Het voorzieningenniveau is ook veel te laag.'

Het realiseren van een sterk economisch draagvlak in de wijk, onder meer ter ondersteuning van een uitgebreid voorzieningenpakket en voor het bestrijden van het huidige exploitatietekort van ruim tien miljoen per jaar, pleiten volgens Oskam voor een hogere bouwdichtheid. 'Dan moet je dus niet beginnen met woningen weg te halen, maar met erbij te bouwen, ook voor andere inkomens. Als dan blijkt dat bepaalde flats echt in de weg staan, dan moet je niet sentimenteel doen, dan moet je ze slopen. Maar dat moet je wel doen in het kader van een totale aanpak van verdichting.'

De stedebouwkundig directeur vraagt zich ook af 'of je nu oplossingen moet gaan zoeken in de bouwkundige sfeer voor problemen die niet in die sfeer liggen.'

Aan het concept voor de Bijlmermeer ligt het idee ten grondslag van individuele woningen temidden van een sterk collectief te gebruiken ruimte. 'Het plan barstte van collectieve voorzieningen, maar het barstte ook van de noodzaak die op een bepaalde manier te beheren.

Dat laatste is nooit goed van de grond gekomen. Het rapport somt de gebreken ook op: te weinig onderhoud en toezicht, daardoor onveiligheid en vandalisme. Parkeergarages die totaal zijn mislukt omdat er doodgewoon geen bewaking is. Die kwalen worden breed uitgemeten terwijl tegelijkertijd wordt geconstateerd dat zeventig procent van de bevolking van de wijk waar het om gaat van een uitkering leeft. Dan is het een voor de hand liggende gedachte om die twee dingen met elkaar te combineren. 'Maar dat kan kennelijk niet in de Nederlandse cultuur. Je zou desnoods op elke galerij een concierge neer kunnen zetten, op elke verdieping van de parkeergarages een bewaker. Het rapport heeft het over het plaatsen van vijftig stadswachten in de wijk. Maar als je zo begint, red je het natuurlijk nooit. Je moet zorgen dat er op elke straathoek een staat. Er zijn mensen zat die dat kunnen en dat volgens mij ook best zouden willen.'