'Politie discrimineert vreemdeling niet'

ROTTERDAM, 6 febr. - Uiterlijk en gedrag zijn niet van invloed op de manier waarop de politie zaken afhandelt waarbij vreemdelingen zijn betrokken. De politie vermijdt liever op te treden om niet het risico te lopen een legale vreemdeling aan te houden. Dit blijkt uit het proefschrift 'Politie tussen discretie en discriminatie', waarop de sociologe drs. M. Aalberts donderdag promoveert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het Nederlands Centrum voor buitenlanders (NCB) bestrijdt de conclusies van het onderzoek, omdat de onderzoeksmethode niet deugdelijk zou zijn.

Het beeld dat de politie vreemdelingen aanhoudt zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is, wordt in het onderzoek bestreden.

Plaatselijke politiekorpsen geven volgens Aalberts juist weinig prioriteit aan het toezicht op vreemdelingen. Aalberts stelt vast dat de politie over het algemeen alleen tot aanhouding van vreemdelingen overgaat als er een serieus vermoeden bestaat omtrent illegaal verblijf of als er sprake is van een strafbaar feit. In Amsterdam is de aandacht zelfs alleen op criminele illegalen gericht, blijkt uit het onderzoek.

Aalberts volgde vier jaar lang het toezicht van de politie op vreemdelingen in dertien grote en middelgrote gemeenten, waaronder Amsterdam en Utrecht. Ze bestudeerde 1.285 dossiers van vreemdelingen die met de politie in aanraking kwamen en heeft 265 politiemensen en 500 vreemdelingen ondervraagd. In Amsterdam en Utrecht observeerde ze 243 keer het optreden van de politie tegen vreemdelingen. Aanleiding voor het onderzoek was een motie van het Tweede- Kamerlid Van Es (PSP) in 1984 indiende, waarin deze melding maakte van klachten van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren over hinderlijke controles door de politie. Er bestaan volgens het onderzoek duidelijke verschillen tussen het vreemdelingenbeleid van de rijksoverheid en dat van de lokale overheden.

In het kader van het minderhedenbeleid voert de rijksoverheid een restrictief toelatingsbeleid. De plaatselijke korpsleiding richt zich meer op het behoedzaam omgaan met minderheden.

Individuele politiemensen maken slechts spaarzaam gebruik van hun bevoegdheden om vreemdelingen aan te houden. Zij willen op die manier gevrijwaard blijven van veel adminstratie die zij later tegenover hun superieuren moeten verantwoorden. Hun terughoudendheid is niet zozeer gericht op het onderhouden van goede relaties met minderheden. Volgens juridisch medewerker mr. W. Fleuren van het Nederlands Centrum van Buitenlanders krijgt hij via advocaten nog regelmatig klachten van vreemdelingen met problemen over hinderlijke politiecontroles. 'De indruk bestaat dat de politie toch tamelijk willekeurig selecteert met aanhoudingen', zegt Fleuren. 'De onderzoeksmethode van Aalberts is louter gebaseerd op dossier-onderzoek. Alles wat zich op straat - dus buiten dossiers - afspeelt is niet onderzocht', aldus Fleuren.