Morele dilemma's van een Praags econoom

DAVOS, 6 febr. - Polen, Oostduitsers, Tsjechen, Sovjets. In groepen kwamen zij dit weekeinde naar wat vroeger een duivelsnest van kapitalisme was: het World Economic Forum in Davos. Daar waren de zakenlieden die joint-ventures willen, de bankiers die kunnen investeren. Modrow was er voor Oost-Duitsland, Jaruzelski voor Polen, vice-premier Abalkin in naam van de Sovjet-Unie en Walter Komarek voor Tsjecho-Slowakije. De een zei het duidelijker dan de ander, maar de boodschap was dat Marx alleen nog historisch- wetenschappelijke waarde heeft. De Sovjets waren somber, aarzelend en voorzichtig, de Oosteuropese landen waren vrolijk op weg naar 'het liberalisme', de 'vrije markteconomie' en het 'pluralisme'.

Walter Komarek, tot voor kort hoofd van het Tsjechische Instituut voor Economische Voorspellingen, is nu eerste plaatsvervangend premier en belast met economische zaken. Zichtbaar geagiteerd schetst hij het afscheid van het socialisme: gisteren is in Praag een wet aan het parlement aangeboden om het prive-eigendom te herstellen. Tienduizenden kleine ondernemingen zoals restaurants, kruidenierswinkels en kledingwinkels zullen snel in particuliere handen overgaan. Vervolgens komt er een wet die de privatisering van grote bedrijven mogelijk maakt. Via aandelenverkoop aan de Tsjechen, door joint-ventures of volledige verkoop aan buitenlandse investeerders: alles mag, heel Tsjechoslowakije is te koop. De wetsontwerpen zijn gebaseerd op het Duitse vennootschapsrecht, dus het buitenland kan gerust zijn. Komarek is betrekkelijk klein en gezet. Hij heeft een grote haarbos, zware bril en baard: het prototype van een Oosteuropese geleerde. De eerste vice-premier is zijn leven lang lid geweest van de communistische partij, had wel meningsverschillen maar is geen dissident te noemen. Pas drie weken geleden heeft hij zijn lidmaatschap opgezegd. Geldt voor Komarek wat zijn eigen Tsjechische minister van financien Vaclav Klaus in Davos zei: 'Als ik alle foute mensen op mijn ministerie moest ontslaan, had ik geen ambtenaar meer over' ? Komarek heeft duidelijke denkbeelden over de economische toekomst van zijn land. 'Er zijn twee denkscholen. De eerste is voor een rigoureuze aanpak volgens de monetaire theorieen van Friedman. Dus strikte beheersing van de geldstromen en reele prijsstelling. Een schoktherapie die binnen een of twee jaar een marktsysteem moet opleveren.'

'De tweede richting zegt dat een overgangsfase nodig is om de economie weer tot leven te wekken en de bedrijven concurrerend te maken. Dat kan via verzelfstandiging onder eigen management, privatisering en geleidelijke invoering van marktprijzen. Ik geloof dat wij die geleidelijke weg moeten inslaan, dat wij moeten leren van de lessen van Polen. Een te drastische monetaire hervorming kan leiden tot sociale onrust en stakingen, dat kan rampzalig zijn.'

Komarek onderschat de moeilijkheden niet. 'Ons isolement maakt de overgang naar een markteconomie riskant. We weten niet zoveel van de financiele geheimen van het Westen, maar wij weten wel precies wat er bij ons in de keuken is gebeurd en dat ruikt niet fris. In onze centraal geleide economie is het heel moeilijk om waardevergelijkingen te maken; de toeschrijving en de herverdeling is heel ingewikkeld in ons land. Er is geen open vraag en aanbod, de prijzen zijn arbitrair en worden meer bepaald door sociale overwegingen dan door economische. Dat is een van de grote problemen als wij ondernemingen willen verkopen.

Wat is bijvoorbeeld grond waard? Alle grond is eigendom van de staat, dus er is geen marktwaarde. Natuurlijk is een vierkante meter in het centrum van Praag duurder dan in een buitenwijk, maar hoeveel?' 'Ons gemiddelde uurloon is ongeveer 1,5 dollar. Maar in werkelijkheid is dat uurloon waarschijnlijk 4 dollar. Binnenkort komt er een wet die het mogelijk maakt om aandelen in Tsjechische bedrijven te kopen en te bezitten, ook voor buitenlanders, zonder restricties en met alle garanties. Dan kom je weer voor de vraag: hoe moeten wij bedrijven waarderen? De hele Tsjechische industrie is misschien twee triljoen (15 nullen) Kronen waard, maar de nationale besparingen belopen slechts tien procent daarvan. Wij hebben dus buitenlands geld nodig, maar wij realiseren ons dat men niet staat te trappelen om inefficiente bedrijven te kopen. Eerst zullen wij ze enigszins op peil moeten brengen.'

De monologen van Komarek - een tweegesprek is niet mogelijk met deze docent - wekken merkwaardige gevoelens op. Zoveel erkennning van fouten, zoveel afstandelijkheid over het mismanagement in het verleden. Zijn leven lang is hij communist geweest, als econoom in belangrijke functies heeft hij gedacht in termen van de rigide planeconomie. Hoe is het mogelijk om nu met zoveel overtuiging de zegeningen van de markteconomie te verdedigen? Wanneer is hij tot de overtuiging gekomen dat het totalitaire socialisme niet werkt? Komarek, onbewogen: 'Dit is een persoonlijke vraag en daar antwoord ik niet graag op. Maar ik zal het doen. In de oorlog hebben mijn ouders en ik in een concentratiekamp gezeten. Daarna heb ik economie gestudeerd in Moskou, toevallig aan dezelfde universiteit als Gorbatsjov. Moskou was niet wat ik ervan verwachtte: ik zag dronkaards, bedelaars, veel oorlogsinvaliden, smerigheid. Toen dacht ik al: als dit het socialisme is, dan ben ik er tegen.'

'Na terugkomst in l954 werkte ik voor het Staatsplanbureau met een groep economen die voorstelde om de Tsjechische industrie te hervormen. Minder nadruk op zware industrie, meer aandacht voor sectoren waarin wij altijd sterk zijn geweest. Precisie-gereedschappen, lichte industrie, schoenen, textiel, verfijnde chemicalien. Dit voorstel werd aangevallen door de dogmatici en de leiders van de grote staatsbedrijven. Het was meer dan een zakelijk of wetenschappelijk verschil van inzicht, het werd een ideolgische strijd. De Sovjets waren voor zware industrie, dat was hun idee over de opbouw van het socialisme. Ik werd uitgemaakt voor Trotskist en de geheime politie ging mijn gangen na.'

'Toevallig sprak ik in die tijd met een Cubaanse delegatie over deze problemen en zo werd ik uitgenodigd om adviseur van Ernesto 'Che' Guevara te worden. Che was toen gouverneur van de Cubaanse centrale bank en minister van industrie. Met hem heb ik duizenden uren gesproken over het socialisme en over de aanpak van de Cubaanse economie. Ik adviseerde hem om geen zware industrie op te zetten zoals de Sovjets wilden, maar de landbouw te ontwikkelen, derivaten van suiker te maken en het toerisme te versterken.'

'Che was het met mij eens en hij steunde mij. Hij raakte gedesillusioneerd over de inertie van de Sovjet-economie en over het cynisme van de Cubaanse intellectuelen. Volgens mij begreep hij dat het klassieke communisme moest falen. Als romantisch idealist kon hij dat niet verdragen. Na ons laatste gesprek ging hij weg, hij vluchtte, ging in de guerrilla en pleegde daarmee als het ware politieke zelfmoord. Toen de steun van Che wegviel, verloor ik het debat en wonnen de Sovjets. Daarom ging ik terug naar Praag.'

In de Praagse lente van 1968 kwam in Tsjechoslowakije aandacht voor economische hervormingen. Maar de renaissance duurde kort en Komarek werd in feite ontslagen, al mocht hij kleine baantjes vervullen. Pas toen in de Sovjet-Unie perestrojka begon, werd hij de directeur van een nieuw opgericht instituut voor economische voorspellingen. En al die jaren bleef u lid van de partij? Komarek: 'Ja, dat bood in elk geval enige fysieke bescherming.

Vorig jaar november heb ik een open brief aan het Centraal Comite geschreven waarin ik eiste dat het openlijk excuses aan het volk zou aanbieden voor de gemaakte fouten, anders was er geen plaats meer voor mij in de partij. De excuses kwamen niet, maar Burgerforum vroeg mij om in de regering te komen. De partij was het daar niet mee eens, en tenslotte heb ik in januari voor het partijlidmaatschap bedankt.'

U vroeg het Centraal Comite verontschuldigingen aan te bieden aan het volk, maar was u als belangrijk lid niet mede-verantwoordelijk voor de fouten en de immoraliteiten? Duidelijke emotie bij de vice-premier. 'Dat is inderdaad een moreel probleem. Het is niet los te zien van de historische context, van de maatschappij waarin een mens leeft en handelt. Ieder mens moraliseert, maar slechts weinigen zijn in de praktijk onkreukbaar. Of het nu om de politiek gaat of het prive-leven: iedereen heeft zijn zwakke plekken. Partijlidmaatschap zegt ook niet alles, ik ken communistische artsen die dag en nacht klaar staan voor hun patienten en niet-communisten die corrupt zijn en hun patienten verwaarlozen.'

'In een totalitaire situatie conformeren mensen zich formeel aan de heersende moraal en isoleren ze zich in micro-gemeenschappen waar zij leven, werken en sterven. Men handelt volgens een dubbele moraal, een ongeschreven sociaal contract dat iedereen kent. Arbeiders mogen luieren en stelen, als ze maar naar partijvergaderingen komen en bijval betuigen. Alleen een kleine mafia van partijbazen en leiders van bedrijven meende het serieus, de rest van het volk sloot zich af.'

'Er waren weinig helden die openlijk protesteerden en gevangenis riskeerden. Toch was de voedingsbodem van het verzet breder in Tsjechoslowakije, er kwam een proces van zelf-emancipatie op gang, bij voorbeeld in de economengroep waartoe ik behoorde en onder de intelligentsia. Die zelf-emancipatie is uiterst waardevol geweest en heeft er volgens mij toe geleid dat het omwentelingsproces bij ons heel anders is verlopen dan in Roemenie. De grootste fout die wij nu kunnen maken is dat wij toegeven aan de euforie van de jeugd en overhaast de economie omver gooien. Daarmee vernietig je de zelfemancipatie en dat is rampzalig.'

Komarek is hoopvol over de toekomst: 'Onze industrie is verouderd en inefficient, maar er is een sterke basis. Wij maken evenveel staal als Groot-Brittannie, veel te veel eigenlijk maar omdat onze prijsstelling zo imaginair is kunnen wij het met succes dumpen. Onze produktie van gereedschappen en machines is even groot als die in Italie, als schoenenproducent staan we op de vijfde of zesde plaats in de wereld. We zijn sterk in textiel en ons bier is bekend. Er moet enorm worden geinvesteerd in de infrastructuur en in het bedrijfsleven. Maar ik zie geen reden waarom wij niet binnen vijf tot tien jaar economisch even sterk kunnen zijn als Italie of Oostenrijk.'

'Van een ding kan men zeker zijn: de omwenteling van totalitair geleide staat naar pluralistische democratie is onomkeerbaar. Wij horen bij Europa, wij hebben cultureel veel te bieden en wij willen verder integreren, tenslotte zijn wij geen Byzantyns land. Polen, Hongarije en de Sovjet-Unie hebben ook hulp nodig, maar hun problemen zijn anders en groter. Als het Westen echt wil helpen, dan is Tsjechoslowakije een uitstekend begin. Ons land kan een generale repetie zijn voor de anderen.'

En zo gaat met de introductie van de vrije markteconomie ook de socialistische solidariteit het raam uit: in Oost Europa is het nu ieder voor zich.

    • W. Woltz