Monetaire Ostpolitik

Sinds de Berlijnse muur viel in november heeft de Deutsche Bank de koers van de ostmark vastgesteld. Deze partikuliere instelling was eigenlijk de Oostduitse centrale bank en heeft de val van de ostmark voorkomen. Maar ook de Deutsche Bank kan niet onbeperkt een D-mark geven aan iedereen die tien ostmarken aanbiedt. Zeker niet als nog steeds 6.000 mensen per dag uit Oost-Duitsland vertrekken en geld willen wisselen. Dus staat de Bundesbank onder toenemende druk om de rol van centrale bank Oost-Duitsland over te nemen.

Geruchten dat de D-mark binnenkort de officele munt van Oost-Duitsland zal worden, winnen dan ook aan kracht en de reflex van de valutahandelaar is: D-marken kopen. Als er meer marken in omloop komen is dat blijkbaar reden om er meer van te willen hebben. Logisch of niet, die reactie van de markt op de monetaire Ostpolitik heeft gevolgen voor ons. Nog meer vraag naar marken betekent minder vraag naar andere Europese valuta's en dat maakt het voor Nederland duurder de koers van de gulden aan de D-mark gekoppeld te houden. Totdat er een Europese munt is moeten we via een nog hogere reele rente of via een devaluatie van de gulden betalen voor de Duitse eenwording. Fusiecode Twee jaar nadat Staal Bankiers een tenderbod uitbracht, blijkt de Sociaal Economische Raad erin geslaagd de tender onder de fusiecode te brengen. Maar alleen een tenderbod dat zich uitstrekt over alle aandelen, want aan een regeling voor het partiele bod is de Ser nog niet toegekomen. Niettemin heeft meer dan tien procent van alle beursfondsen de afgelopen twee jaar de meerderheid van zijn aandelen (zonder openbaar bod) in andere handen zien overgaan. Een tender op alle aandelen heeft niet zoveel zin. In de praktijk is de tender bedoeld om zo goedkoop mogelijk een flink pakket te krijgen. Wie alles wil hebben kan net zo goed een vast bod uitbrengen. Door het tenderbod onder de fusiecode te brengen, maar het openbare bod alleen toe te staan op alle aandelen, heeft de Ser- fusiecommissie de facto het tenderbod dat eerst was toegestaan nu verboden. De commissie zegt aan het werk te zijn gegaan omdat bedrijfsleven en beleggers behoefte hebben aan ruimere mogelijkheden van expansie en acquisitie dan enkel het openbare bod volgens de fusiecode.

Die hebben ze van de commissie niet gekregen. Center Parcs Omdat Heineken Nederland meteen na het vertrek van Freddy aan het herstruktureren sloeg lag de vergelijking met Vendex waar Anton Dreesmann 'vanuit zijn graf' moest toezien hoe zijn bedrijf werd aangepakt, voor de hand. Maar meer grootaandeelhouders die als topman vertrekken blijken gevoelig voor dit Dreesmann syndroom. Koud heeft Piet Derksen van de meerderheid van zijn vakantiehuisjes-imperium overgedaan aan Scottish en Newcastle of deze Britse brouwer slaat aan het reorganiseren. Er zijn mensen die vrezen dat S en N de afzonderlijke parken meer zelfstandigheid wil geven om het concern in delen te kunnen opsplitsen en de delen met winst te verkopen. Maar anders dan Dreesmann en Heineken heeft Derksen geen aandelen meer waarmee hij zijn opvolgers in de toom kan houden.