Meningsverschillen in CDA-fractie over visserijbeleid Braks

DEN HAAG, 6 febr. - De kritiek van het Tweede-Kamerlid Eversdijk (CDA) op het visserijbeleid van minister Braks wordt niet gedeeld door zijn fractie. Eversdijk zei zondag in het NOS-Journaal dat vijftig procent van de vissers fraudeert en de controle van Braks onvoldoende zou zijn. De CDA-fractie volgt de ontwikkelingen in de visserijsector 'met grote argwaan', maar ziet voor de forse aanval van Eversdijk op Braks geen aanleiding. In het overleg tussen de Tweede Kamer en de minister liet de woordvoerder van het CDA, fractielid Nijland, zich gisteren ook niet afkeurend over het beleid van Braks uit. De fractie laat de uitlatingen van Eversdijk voor diens persoonlijke rekening, zo bleek vanmorgen. Volgens Eversdijk, die voorzitter is van de visserijcommissie in de Tweede Kamer, wordt er in de zeevisserij voor minstens dertig, misschien wel zestig procent gefraudeerd. Zo wordt er naar hij zegt gigantisch meer gevist en in de handel gebracht dan officieel is toegestaan.

Volgens Eversdijk is vooral de tongvisserij zeer fraudegevoelig. 'Dat blijkt niet alleen uit de voortgangsgangsrapportage van minister Braks, maar ook uit informatie die ik zelf van het ministerie heb gekregen', aldus Eversdijk. Waaruit die informatie bestaat, wil het Kamerlid echter niet kwijt: 'Ik ben immers niet de woordvoerder van het departement'. Het grootste probleem zit volgens Eversdijk in de groepscontingenten, de door minister Braks inmiddels afgeschafte regeling dat bepaalde groepen vissers niet meer dan een bepaalde hoeveelheid vis in de handel mogen brengen. 'Daardoor is er een enorm verkoopcircuit van grijze en ondermaatse vis ontstaan. Verder wordt er ook veel verboden vis bij jachthavens aangevoerd. Gegevens daarover kan Braks nog steeds niet op tafel leggen. Het verschil tussen hem en mij is dat hij de visfraude in woorden verpakt en dat ik - ook al zijn dat slechts schattingen - met cijfers kom.'