Madrid wenst grenzen aan de persvrijheid

MADRID, 6 febr. - De Spaanse regering heeft het openbaar ministerie gevraagd een onderzoek in te stellen naar de berichtgeving van het dagblad El Mundo over de zaak-Guerra en wil dat er grenzen worden gesteld aan de vrijheid van de pers. El Mundo zou zich schuldig hebben gemaakt aan een misdrijf door te berichten over geheime besprekingen in de ministerraad. De verspreide informatie zou bovendien onjuist zijn, aldus een regeringswoordvoerder. De gewraakte krant meldde vorige week dat tijdens de behandeling in de ministerraad van een reeks subsidie-aanvragen van bedrijven door twee ministers zou zijn opgemerkt dat een bepaalde aanvraag afkomstig was van de broer van vice-premier Alfonso Guerra, Juan. Daarna zou de aanvraag zonder meer zijn goedgekeurd. Premier Felipe Gonzalez uitte vorige week donderdag in de wandelgangen van het parlement al zijn woede over de onbeschaamdheid van het blad en inmiddels heeft de regering een oproep gedaan aan de hele Spaanse pers om zichzelf te matigen in haar politieke verslaggeving. Een regeringswoordvoerder zei vrijdag na afloop van het wekelijkse kabinetsberaad: 'Spanje is het enige land ter wereld dat noch wetgeving noch een beroepscode voor journalisten heeft waarin grenzen aan de vrijheid van meningsuiting worden gesteld'.

De Spaanse regering zou gedwongen zijn na te denken over een wettelijke regeling 'ter bescherming van burgers en journalisten' wanneer de pers zich niet spoedig zelf reguleert. In de kranten en door de oppositie van links en van rechts wordt dit standpunt van de regering uitgelegd als een uiting van zwakte, na de niet erg gelukkige afloop van het parlementsdebat over de zaak-Guerra, vorige week. De manier waarop Guerra zich hierbij verdedigde is slecht gevallen bij het publiek, zo blijkt uit opiniepeilingen.

Enquetes laten zien dat ongeveer zeventig procent van de Spanjaarden niet of nauwelijks overtuigd is door het verweer van de vice-premier.

Deze zei vorige week dat hij geen politieke verantwoordelijkheid draagt voor het handelen van zijn broer Juan, die werkzaam was als zijn assistent maar tegelijkertijd een kapitaal verdiende door te bemiddelen tussen de overheid en het bedrijfsleven. Ruim veertig procent van de ondervraagden vindt zelfs dat Alfonso Guerra zou moeten aftreden. Guerra verdedigde zich tijdens het debat onder andere door een reeks vage beschuldigingen van politieke corruptie te uiten tegen leden van de oppositie. De grootste oppositiepartij, de rechtse Partido Popular, is daarover zo verontwaardigd dat zij zich voorlopig uit alle buitenparlementair overleg met de regering heeft teruggetrokken. Daarnaast heeft de PP aangekondigd in het Huis van afgevaardigden te zullen interpelleren over de manier waarop het staatstelevisiebedrijf TVE verslag heeft gedaan van de zaak-Guerra. In tegenstelling tot enkele regionale stations en de slechts beperkt te ontvangen commerciele zender Antena 3 heeft TVE nauwelijks iets bericht over de hele affaire en het Kamerdebat ook niet rechtstreeks uitgezonden. Tachtig journalisten van TVE hebben vorige week in een brief geprotesteerd bij hun directie tegen dit huns inziens onjuiste besluit en excuses gevraagd aan het publiek voor het negeren van de zaak-Guerra. De directeur van TVE wordt rechtstreeks door de regering benoemd.