Kritiek internationale juristen op VS

GENEVE, 6 febr. - De Verenigde Naties moeten dringend opnieuw de beperkingen afbakenen van het recht op zelfverdediging. Deze aanbeveling doet de ICJ, de Internationale Commissie van Juristen, in de commissie voor de rechten van de mens van de VN. De commissie, die beschouwd wordt als een gezaghebbende waakhond over de rechten van de mens en die onlangs de Nederlandse Erasmus-prijs kreeg toegekend, noemt de Amerikaanse invasie van Panama een 'gevaarlijk precedent' en een bespotting van internationale wetgeving die na jaren ervaring is opgebouwd. De deze zomer terugtredende secretaris-generaal van de ICJ, Niall MacDermot, weerlegde gisteren punt voor punt de Amerikaanse interpretatie van het internationale recht op zelfverdediging en van de vermeende schending door Panama van het Kanaalverdrag. Panama zou de Amerikanen op 15 december 1989 de oorlog hebben verklaard, de dag erop interpreteerde Washington het neerschieten van een Amerikaans soldaat als een aanval op de VS. Volgens James Baker, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, was de actie 'volledig overeenkomstig internationaal recht'.

Baker beriep zich op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties en op artikel 21 van het Handvest van de OAS, de Organisatie van Amerikaanse Staten. 'Met alle respect voor de geachte minister, de artikelen die hij aanhaalt, hebben geenszins de door hem beoogde draagkracht', aldus MacDermot. Het VN- Handvest gebiedt dat staten een geschil met vreedzame middelen oplossen.

Het gebruik van geweld 'tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid' wordt afgewezen. Ingevolge artikel 51 mag alleen geweld worden gebruikt uit zelfverdediging in geval van 'een gewapende aanval tegen een VN-lidstaat'.

'Daar was hier geen sprake van', aldus de ICJ. Artikel 21 van het OAS- handvest wijst gewapende interventie categorisch af. Ook de bewering dat Panama de VS de oorlog zou hebben verklaard, strookt niet met de werkelijkheid: 'Een oorlogsverklaring is een boodschap van een staat aan een andere staat.'

In de door Washington gewraakte resolutie van de Panamese Nationale Vergadering wordt louter beweerd dat Panama 'in een staat van oorlog verkeert, wegens de agressie tegen het Panamese volk door de VS'.

Zelfs wanneer de Amerikaanse versie van de moord op een Amerikaanse marinier wordt aanvaard, dit incident kan - hoe deplorabel ook - volgens de ICJ onmogelijk als een aanval op de VS worden beschouwd.

De moord was, aldus getuigenissen van Panamezen, geen berekende daad. Van een plan om systematisch Amerikaans militair personeel aan te vallen was geen sprake. Het Amerikaanse beroep op het Kanaalverdrag toont gebreken op twee punten: Panama heeft het gebruik van het kanaal nooit verhinderd, er bestond geen gevaar dat het kanaal zou worden gesloten door de Panamese regering. Zelfs als dat gevaar wel had bestaan, dan nog zouden de VS niet het recht hebben gehad militair te intervenieren. De ICJ vervolgt: 'Vrienden van de VS maken zich al enige tijd zorgen over de interpretatie van dit recht; namelijk bij de invasie van Grenada in 1983, het onderscheppen en tot koerswijziging dwingen van een Egyptisch vliegtuig in 1985 en het bombardement op Libie in 1986. Het is van het grootste belang dat de VN opnieuw duidelijk de grenzen en beperkingen afbakenen van het recht op zelfverdediging.'

MacDermot treedt deze zomer terug als secretaris-generaal van de ICJ. De Nederlandse hoogleraar Theo van Boven wordt genoemd als de voornaamste kandidaat voor zijn opvolging. Alleen problemen van financiele aard staan zijn benoeming nog in de weg.

    • Willem Offenberg