'Kredietverzekering voor O-Europa nodig'

DEN HAAG, 6 febr. - Staatssecretaris Bukman van Economische Zaken vindt dat Nederlandse investeringen in Oost-Europa in aanmerking moeten kunnen komen voor een exportkredietverzekering. Bukman vreest dat de hervormingen in Oost-Europa richting een vrije markteconomie zullen stagneren als investeringen niet tegen politieke risico's kunnen worden herverzekerd. De staatssecretaris zei dit gisteravond tijdens een overleg met de Tweede Kamer over de buitenlandse handel. Op dit moment wordt onderzocht of investeringen onder de exportkredietverzekering kunnen vallen. Bukman vindt dat deze uitbreiding 'best wat geld mag kosten'.

Een besluit daarover is nog niet genomen. De export van goederen naar Oost- Europa kan wel al zonder belemmeringen worden herverzekerd bij de overheid. Alleen voor Polen en Roemenie gelden beperkingen. Bukman liet de Kamer gisteren weten zich zorgen te maken over de ontwikkelingen in Oost-Europa. De politieke hervormingen gaan volgens hem sneller dan de economische. Bukman vindt dat deze twee processen hand in hand zouden moeten gaan. De economische veranderingen zullen volgens de staatssecretaris veel tijd kosten, omdat de bureaucratieen in de Oosteuropese landen weerstand zullen bieden en veel capabele managers in de loop der jaren uit het bedrijfsleven zijn weggezogen naar overheidsinstanties. De staatssecretaris verwacht dat kleine ondernemingen een belangrijke rol zullen spelen bij de omvormingen, omdat zij meer ervaringen hebben met marktgeorienteerd handelen dan grote bedrijven. De steun vanuit het Westen is daarbij volgens hem onontbeerlijk. Het ministerie van economische zaken coordineert de bilaterale hulp van Nederland aan Oosteuropese landen. Voor deze bilaterale hulp is dit jaar de helft van de 87 miljoen gulden beschikbaar die het kabinet heeft uitgetrokken voor hulp aan Oost-Europa. De andere helft zal via internaionale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank naar Oost-Europa vloeien. Het totale hulpbedrag zal de komende jaren oplopen tot 200 miljoen gulden per jaar. Het geld is beschikbaar gekomen, doordat de Nederlandse afdrachten aan de EG lager uitvallen dan was geraamd.

De ruim veertig miljoen gulden voor bilaterale hulp zijn vooralsnog bestemd voor projecten in Polen en Hongarije. Bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen bij het ministerie van economische zaken projectplannen indienen als ze in aanmerking willen komen voor een deel van het geld. Op het departement wordt nog gewerkt aan een regeling waaraan de subsidie-aanvragen zullen worden getoetst. Op aandringen van het CDA- kamerlid Terpstra zei Bukman gisteren nadrukkelijk dat ook maatschappelijke organisaties, zoals de vakbeweging, milieu-organisaties en consumentenorganisaties, bij de overheid kunnen aankloppen voor medefinanciering van projecten. Vanuit het bedrijfsleven zullen vooral projecten op het gebied van landbouw, milieu en management voor medefinanciering in aanmerking komen.

De staatssecretaris voorziet nu al dat het aantal aanvragen zo groot zal zijn, dat het hulppotje snel uitgeput zal raken. Uit de meest recente cijfers blijkt dat de export naar Oost-Europa in de eerste tien maanden van 1989 met ongeveer dertig procent is gestegen. De uitvoer naar de Sovjet-Unie nam zelfs met 49 procent toe.

Bukman noemde dit verheugend, maar wees er wel op dat de export naar Oosteuropese landen altijd zeer klein was. Een forse stijging is dan volgens hem makkelijk te realiseren. Bukman hield de Kamer gisteren ook voor dat in de euforie over de ontwikkelingen in het Oostblok niet de hand mag worden gelicht met de toelatingsprocedures voor internationale organisaties zoals de GATT en het IMF. Volgens de staatssecretaris zou dat het gezag van de internationale organisaties aantasten. Bukman denkt dat ook de Oosteuropese landen daar niet bij gebaat zouden zijn. Hij vindt het een betere procedure dat de landen eerst als waarnemer de vergaderingen van deze organisaties bijwonen.