Kabinet geeft Kok greep op uitgaven sociale zekerheid BYLINE: (Nieuwsanalyse) Door onze redacteur JOSE TOIRKENS

DEN HAAG, 6 febr.- Wat de vorige minister van financien, Ruding, jarenlang bij zijn CDA- en VVD-collega's tevergeefs probeerde te bereiken, is in het nieuwe CDA-PvdA-kabinet zijn opvolger Kok (PvdA) wel gelukt. Het kabinet heeft overeenstemming bereikt over regels om de uitgaven voor sociale zekerheid te beheersen. Voor het onder controle houden van deze uitgaven zullen in principe dezelfde regels gaan gelden als voor de gewone uitgaven op de rijksbegroting. Dat houdt in dat het kabinet zich heeft verplicht te bezuinigen als de uitgaven voor sociale zekerheid hoger zullen zijn dan de nu bekende ramingen voor 1994. Er zal in eerste instantie moeten worden gezocht naar bezuinigingen in die sociale verzekeringen en voorzieningen waar sprake is geweest van een overschrijding op de afgesproken uitgaven. Blijkt dat niet mogelijk, dan zijn de andere regelingen van sociale zekerheid aan de beurt.

Blijkt ook daar niets te kunnen worden bezuinigd, dan moet het kabinet compensatie zoeken binnen de rijksbegroting of de rest van de premiesector. Onder het vorige kabinet kwamen uiteindelijk alleen de uitgaven van de sociale verzekeringen 6,3 miljard gulden hoger uit dan aanvankelijk was begroot. Tegenover die hogere uitgaven werden toen geen bezuinigingen gezet. Het kabinet streepte eenvoudig hogere uitgaven weg tegen hogere inkomsten. Het kabinet verkeerde in de luxe positie dat te kunnen doen zonder de premies te hoeven verhogen. De hogere inkomsten van de sociale fondsen waren een gevolg van de economische groei. In de nieuwe situatie mogen meevallers in de premie-inkomsten echter niet meer worden gebruikt voor het opvangen van tegenvallers in de uitgaven. Minister van financien Ruding had ook liever een zuiniger beleid gezien, maar CDA-minister De Koning van sociale zaken wist, onder andere met verwijzing naar de meevallers in de inkomsten, elke aanval op de sociale zekerheid af te slaan. Daardoor kwam het vorige kabinet niet verder dan de beslissing dat in beginsel ook voor de sociale zekerheidsuitgaven de regels van het stringente begrotingsbeleid moesten gelden, maar dat nog nader moest worden uitgewerkt in welke vorm. Aan die uitwerking is het kabinet nooit toegekomen. Financien heeft nu de daaruit getrokken les in praktijk gebracht: het is gemakkelijker om dit soort regels meteen aan het begin van de kabinetsperiode af te spreken dan halverwege in een situatie dat reeds sprake is van overschrijdingen. Binnen de PvdA wordt erkend dat de nu genomen beslissing zonder twijfel veel problematischer zou zijn geweest indien Kok een PvdA-minister op sociale zaken tegenover zich had gehad, inplaats van CDA-er De Vries, of zelf het departement van sociale zaken en werkgelegenheid zou hebben beheerd. In zijn huidige functie kan Kok de beslissing gemakkelijk rechtvaardigen: hij is ingehuurd om goed op de publieke financien te passen. De nieuwe afspraken kunnen ingrijpende consequenties hebben, maar een garantie dat overschrijdingen op de sociale zekerheidsuitgaven niet meer zullen voorkomen bieden ze niet. Zo is rekening gehouden met de gevoeligheid van vooral de PvdA-achterban voor bezuinigingen op de sociale zekerheid. Maatregelen die nodig zijn omdat de uitgaven te sterk zijn gestegen, moeten de koopkracht van de mensen met een minimuminkomen ontzien.

Aangezien de sociale zekerheid grotendeels bestaat uit uitkeringen op het sociaal minimum zijn de mogelijkheden beperkt om te bezuinigen door de uitkeringen te verlagen. Meer voor de hand liggend zijn maatregelen om het beroep op de sociale zekerheid te beperken. Maar ook die zijn niet eenvoudig te treffen. De herziening van het sociale zekerheidsstelsel van 1986 is juist op het onderdeel van het zogeheten volumebeleid (bedoeld om de instroom in de sociale zekerheid te beperken) een mislukking geworden. Het kabinet wil de ontwikkeling van de uitgaven aan sociale zekerheid voortaan op de voet volgen. De minister van sociale zaken en werkgelegenheid zal hierover twee keer per jaar moeten rapporteren, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen als de afspraken voor 1994 worden overschreden. Minister De Vries heeft overigens voor een groot deel zelf in de hand of hij impopulaire maatregelen zal moeten voorstellen. De ontwikkeling van de omvang van de sociale zekerheid is immers vooral afhankelijk - naast de economische groei waarop het kabinet maar beperkt invloed heeft - van het door hem gevoerde werkgelegenheidsbeleid.