Een dictatuur komt ten einde

HET IS WELLICHT een stukje van de ironie waaraan de geschiedenis zo rijk kan zijn: het was Gorbatsjovs aantreden, Gorbatsjovs perestrojka, Gorbatsjovs wil tot veranderen die vorig jaar in Oost-Europa de zes domino's heeft laten vallen, een voor een: de Poolse in de zomer, de Hongaarse aan het begin van de herfst, de Bulgaarse, Oostduitse, Tsjechoslowaakse en ten slotte de Roemeense in de late herfst en de winter. En naarmate zij vielen bleef Gorbatsjov in eigen land wat verloren achter, omringd door steeds meer problemen als stakingen en weglopende Unierepublieken en slaagsrakende volkeren in de periferie en economische stagnatie. Maar zie: nu wordt de CPSU uiteindelijk dan toch op haar beurt ingehaald door de Oosteuropese democratiseringsgolf die Gorbatsjov zelf op gang bracht: de geschiedenis heeft een omweg gekozen.

Het Centraal Comite staat voor het historische besluit zijn leidende rol in de Sovjet-samenleving op te geven, politiek pluralisme toe te staan en in te stemmen met het principe van de democratische concurrentie. De CPSU breekt vandaag, als Gorbatsjov zijn zin krijgt, met het leninisme. Ruim 72 jaar na de 'glorieuze' Oktober Revolutie, de revolutie die geen revolutie was, ruim 72 jaar na de vestiging van de dictatuur van het proletariaat die wel altijd een dictatuur maar nooit een van het proletariaat is geweest, wijkt Lenins oude concept en misschien, misschien maken die starre principes wel plaats voor een ander: het principe van het ethische socialisme, niet dat van welke dictatuur dan ook maar dat van de afschaffing van onrechtvaardigheden, dat van een universeel humanisme.

OF HET ZOVER komt is ook na de zitting van het Centraal Comite nog lang niet zeker. Het partijparlement kan het partijcongres voorstellen Artikel Zes ('De leidende kracht van de Sovjet-samenleving en de kern van haar politieke systeem, van alle staatsorganisaties en de openbare organisaties is de Communistische Partij van de Sovjet-Unie') uit de grondwet te schrappen, het partijcongres kan daarmee instemmen en het parlement kan dat doen. Maar zoals de principes van het ethische socialisme in de jaren twintig zijn ondergesneeuwd in de dictatuur van de partijbureaucratie, zo kan ook het nieuwe principe in de praktijk pas op langere duur iets gaan betekenen. In de kleine Oosteuropese landen zijn de communistische partijen in het revolutiejaar 1989 holle, vermolmde staketsels gebleken: ze stortten in en er bleef weinig over dan wat verwarde kaders die niet weten hoe snel ze zich sociaal-democraten moeten gaan noemen. In de Sovjet-Unie is de situatie principieel anders. De CPSU heeft de Sovjet-samenleving sinds Lenin, en op zijn laatst sinds Stalin een eind maakte aan de Nieuwe Economische Politiek, in een ijzeren greep gehouden: de partij heeft al die decennia alles bepaald, alles geregeld, alles gecontroleerd, van de structuren van de samenleving en de opvatting die de Sovjet-burgers er op elk gebied op na moeten houden tot de laatste gedrukte letter van de verste drukpers. Er is in de Sovjet-Unie niets anders dan de partij, er zijn geen alternatieve structuren die buiten de partij om zijn uitgedacht en opgezet. Er zijn inmiddels massa-organisaties als Memorial en de Volksfronten in een aantal Unierepublieken, maar zij voorzien voorlopig niet - of niet op grote schaal - in het scheppen van andere structuren.

DE INEENSTORTING van het communisme in de kleine Oosteuropese landen heeft niet alles maar wel veel te maken met de heersende nationale tradities: vijfenveertig jaar zijn daar te kort geweest om het reeel bestaande socialisme met zijn ideologische kaalslag alle herinneringen aan vroeger en het nationale verleden uit te laten wissen. Ook in dat opzicht is de Sovjet-Unie onvergelijkbaar.

Rusland was geen Europees land in de zin waarin Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije Europese landen waren, in de Sovjet-Unie heeft het systeem nationale trekken, daar heeft het een generatie langer bestaan. De CPSU kan in die zin op veel meer prestige bogen dan de partijen van de gevallen geloofsgenoten in Oost-Europa. De CPSU heeft, in elk geval buiten de periferie van de Unierepublieken, voorlopig van de concurrentie van andere politieke groepen heel wat minder te vrezen dan de partijen in Oost-Europa. Gorbatsjov weet dat, en vermoedelijk weet de grote meerderheid van het Centraal Comite het ook. Het is alleen even wennen.