Grens ruilhart gesteld op 55 jaar

ROTTERDAM, 5 febr. - De leeftijdsgrens voor patienten die nog in aanmerking komen voor een harttransplantatie moet worden gesteld op 55 jaar. Dit blijkt uit een protocol van Leidse en Rotterdamse hartchirurgen en cardiologen, dat op verzoek van WVC is opgesteld. Het stuk is vandaag doorgezonden naar de Gezondheidsraad. Mocht deze positief oordelen, dan moet staatssecretaris Simons (volksgezondheid) een belissing nemen of harttransplantatie in het ziekenfondspakket wordt opgenomen. Gezondheidsraad en Ziekenfondsraad hebben al geadviseerd dit inderdaad te doen.

Het protocol bepaalt verder dat de patient niet mag lijden aan andere ernstige ziektes, psychisch stabiel moet zijn, en goed moet kunnen communiceren. Dit laatste betekent niet, aldus een woordvoerder van het Academisch Ziekenhuis Leiden, dat buitenlanders hiervoor niet in aanmerking komen. Het komt regelmatig voor dat ook zij in Nederland een transplantatie ondergaan. Vijfenvijftig jaar voor harttransplantaties is geen absolute grens, aldus de Leidse woordvoerder. De algehele toestand van de patient is een veel belangrijker criterium. De Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen en de Stichting Nederlandse Hartpatienten hebben zich inmiddels tegen het stellen van een leeftijdsgrens verklaard. De kwestie van de leeftijdsgrens heeft van het begin af bij transplantaties gespeeld, aldus dr. G. G. Persijn, directeur van Eurotransplant.

Pag.3: Vervolg

In de jaren zeventig bij de eerste niertransplantaties lag de grens rond de veertig jaar. Kinderen kwamen destijds ook niet in aanmerking. Inmiddels ligt de grens voor niertransplantaties aanzienlijk hoger, rond de zeventig jaar. 'Dit is te danken aan nieuwe medische ontwikkelingen', zegt de directeur van Eurotransplant, Persijn. 'Nieuwe medicijnen die afstotingsverschijnselen aanzienlijk verminderen, en nieuwe technieken, waardoor gemakkelijker is te bepalen of het weefsel van de donor goed overeenstemt met dat van de ontvanger.'

Een zo groot mogelijke overeenstemming tussen de weefselgroepen (te vergelijken met bloedgroepen) van donor en ontvanger is bepalend voor het succes van de transplantatie.

Door het optrekken van de leeftijdsgrens, die ook bij harttransplantaties eerst lager lag, eveneens rond de veertig, wordt overigens het tekort aan donororganen alleen maar groter. Een aantal aangeboden donorharten kan niet worden gebruikt, omdat de weefselgroepen daarvan te sterk afwijken van die van mogelijke ontvangers. Bij Eurotransplant wordt, internationaal, gekeken wat de beste 'match' is.

Vorig jaar werden in Nederland 54 harten aangeboden, en werden 43 harten getransplanteerd. De overlevingskans met een getransplanteerd hart is, volgens een recent onderzoek, 85 procent in het eerste jaar na de operatie. Gemiddeld wordt zo'n twaalf jaar aan het leven toegevoegd, en wordt de kwaliteit van het leven aanzienlijk verbeterd.

Op dit moment wachten volgens Eurotransplant zeventien mensen in Nederland op een donorhart. Circa 20 a 25 procent overlijdt op de wachtlijst. Gemiddeld moet men tussen de dertig en vijfenveertig dagen wachten. Voor niertransplantaties is de wachtlijst aanzienlijk langer: op een donornier wachten op dit moment zo'n 1.450 mensen. Hier is echter als alternatief nierdialyse beschikbaar. Voor harten ligt dat anders. Een beperkte groep komt in aanmerking voor een wikkelhartoperatie, die vorig jaar voor het eerst in Maastricht werd uitgevoerd. Bij die operatie wordt een spier uit de schouder om het eigen hart gelegd.