DE MENTALE KRACHT VAN SIJBRANDS

In de raadzaal van het stadhuis van Amersfoort hangt een mysterieuze stilte. Een krakende deur noch gefluister van publiek mag de damgrootmeesters Ton Sijbrands en Aleksej Tsjizjov storen in hun twintig partijen om het wereldkampioenschap.

Na een partij van viereneenhalf uur en 57 zetten verlaten Ton Sijbrands en Aleksej Tsjizjov de zaal. Boven in de als demonstratieruimte ingerichte kantine hunkeren een kleine honderd damliefhebbers naar de uitleg van de grootmeesters. Commentator Auke Scholma is naar beneden gegaan en probeert Sijbrands en Tsjizjov te bewegen nog even hun partij te analyseren. Ze aarzelen, 'er valt eigenlijk niets te vertellen, zo opmerkelijk was de partij ook niet'.

Sijbrands kijkt naar zijn tegenstander en ziet dat ook hij er de noodzaak niet zo van inziet. Tsjizjov lijkt ernstig vermoeid, zijn roodomrande ogen staan dof en somber na de remise. Kort dan, alleen het eindspel.

Een uur later zullen ze dan eindelijk het stadhuis van Amersfoort verlaten. Ondanks de relativerende opmerkingen van Sijbrands lijken de spelers tijdens een analyse van 'een niet eens zo spannende partij' nog in de ban te kunnen raken van het spel. Correct en vriendelijk als hij is, gaat Sijbrands in op de vragen van Scholma. Maar als hem wordt gevraagd naar de mogelijkheden van een paar varianten, toont het genie wat irritatie. 'Ik zou mijn tijd verdoen als ik daar in de partij op in zou zijn gegaan. Ik verdoe nu trouwens uw tijd. Twee minuten geleden zijn notabene Koot en Bie op de tv begonnen.'

Ongebruikelijk

Het is hoogst ongebruikelijk dat spelers van een belangrijke tweekamp na afloop op het demonstratiebord nog eens tot een analyse overgaan. Scholma weet dat het bij schakers nooit is gebeurd. Tijdens de kandidaten-match tussen Speelman en Timman in Londen verzocht de sponsor voorzichtig de schakers de partijen voor het demonstratiebord te analyseren, maar ze weigerden. Tsjizjov en zeker Sijbrands onderkennen het belang van de popularisering van hun sport en zijn nog wel over te halen. 'Het was een lange partij, maar niet erg spannend. Dus ben ik niet zo moe', geeft Sijbrands toe onder het genot van een glas wijn.

Twintig partijen staat het duo onder topspanning. Sijbrands gaat er zeker onder gebukt. Vooral voor de partijen voelt hij een zware druk. Dan zou het liefst willen weglopen. Johan Krajenbrink, zijn secondant, merkt dat. 'Dan zit hij maar te zuchten.'

Maar als de partij eenmaal begonnen is, valt de spanning weg. 'Hij voelt zich dan zo diep met het spel verbonden dat hij niet moe lijkt te worden.' Dan is Sijbrands in conclaaf met zijn analytisch brein, in trance. Dan moet niets hem storen. Geen klikkende camera's, geen struikelende fotografen, geen krakende deuren en fluisterende toeschouwers. Voor en in de tot 'speelhol' (Sijbrands) omgebouwde raadzaal staan grote borden met het opschrift 'Stilte s.v.p, niet fluisteren'.

Dat is op verzoek van Sijbrands gebeurd, omdat hij in de eerste twee partijen te veel hinder ondervond van het geroezemoes. Voor de tweekamp waren op voorzichtig aandringen van de uitdager zelfs de krakende deuren, die toegang geven tot de raadzaal, vervangen door geruisloze. Er hangt nu een mysterieuze stilte in de donkere zaal, waar alleen het podium is verlicht. Maar hij heeft geen verschil gemerkt. 'Ik weet niet of het nu stil was.'

Tobben

Natuurlijk koestert Sijbrands de waardering voor zijn spel. Als er zoveel mensen zijn, geniet hij, weet Krajenbrink. Maar het is vervelend afgeleid te worden als je in opperste concentratie bent. 'Het liefst zou hij via een artiesteningang het gebouw betreden. Dan kan hij niet worden aangeschoten voor een handtekening. Vanmiddag verwees hij een jongetje tot na de partij. Dan schrikt hij van zichzelf, dan kan hij daar tijdens de partij nog over tobben.' De overwinning van vrijdag was als een bevrijding voor Sijbrands gekomen, maar vooral voor Krajenbrink. 'Veel mensen waren ontroerd, nou ik ook. Ik ben er tenslotte heel nauw bij betrokken.'

Samen genoten ze zaterdag van de rustdag. Met de trein naar Den Haag, waar ze gingen kijken hoe hun clubgenoten van Twentes Eerste het er in de competitiewedstrijd vanaf zouden brengen. Zelf hadden ze hun partij vooruit gespeeld: beiden slechts remise. 'Al die mensen die Ton in de trein feliciteerden. Toen we in Den Haag langs een voetbalveld liepen, werd er door een paar toeschouwers 'Sij-brands, Sij-brands' geroepen. Dan zie je Ton stilletjes genieten.'

Mentale kracht

Krajenbrink, zeventien jaar jonger dan zijn veertigjarige meester, was vorig jaar ook al de secondant van Sijbrands tijdens diens tweekamp met Gantwarg, het duel dat moest beslissen over wie wereldkampioen Tsjizjov mocht uitdagen. Krajenbrink werd volledig verrast door het verzoek van de grote meester. 'Ik had zoveel ontzag voor hem. Hij was mijn idool. Waarom hij mij heeft gekozen heb ik niet echt begrepen. Ik ben niet zo'n virtuoos. Vergeleken bij Sijbrands begrijp ik niets van het spel. Ik geloof miet in mezelf, maar wel in Sijbrands. Ik ben zijn mentale kracht. Hij heeft goed getaxeerd dat ik bij hem hoor.' Alexander Mogiljanksi, een van de twee demonstratoren, zei nog tegen Krajenbrink: 'Toen ik jou in de match tegen Gantwarg zag, dacht ik: je bent nog veel te jong voor een secondant. Maar ik moet nu zeggen: je valt best mee.'

Maar waarom moet per definitie een secondant een uitstekende speler zijn', zegt de 23-jarige student Nederlands 'Ze vragen: wat kun jij Sijbrands leren? Maar ze vragen Michels toch ook niet: wat kunt u Gullit of Van Basten nog leren? Zo slecht ben ik nu ook weer niet, trouwens. Bij het Nederlands kampioenschap was ik wel gedeeld tweede. Als ik geen invloed op Ton zou hebben gehad, was ik al lang gestopt. Ton laat mij delen in zijn succes. Toen hij vrijdag had gewonnen, gaf hij me een hand en zei: bedankt.'

Vertrouwen

Aleksej Tsjizjov wordt gesecondeerd door grootmeester Vadim Virni en Roedolf Tsjebesjev, een oude vriend en trainer. Terwijl de 25-jarige wereldkampioen uit Izjevsk, de hoofdstad van de autonome republiek Oedmoertskaja in de Oeral, achter het bord zit, houdt de onrustige Virni met iedereen een praatje. De partij lijkt aan hem voorbij te gaan. 'Ik vertrouw op Aleksej. Af en toe kijk ik. Maar mij wordt de spanning te hoog als ik voortdurend op de stand let.'

Het vertrouwen is wederzijds. Tsjizjov: 'Wij vullen elkaar in alle opzichten goed aan. Het belangrijkste is dat wij in het begrijpen van het spel grote overeenkomsten vertonen. Als wij samen analyseren, hebben wij het gelijktijdig over dezelfde varianten en dat is belangrijk. Wij hebben weinig met elkaar te bepraten, wij begrijpen elkaar.' De nederlaag van vrijdag kwam weliswaar gevaarlijk vroeg, bekent Virni halverwege de partij van zondag, maar hoeft niet rampzalig te zijn. 'Aleksej heeft een sterke geest. Hij zal niet gauw proberen een winstpartij te forceren. Dat is gevaarlijk. We zullen naar een bijzondere strategie moeten uitkijken.'

En Krajenbrink: 'Hij houdt van een tweekamp. Hij speelt liever vaker tegen dezelfde speler dan in een toernooi tegen tien of meer. Door veel tegen dezelfde te spelen, ga je zijn spel leren kennen, de spanning die hij oproept herkennen.'

'Maar het lijkt me een ramp voor Tsjizjov dat hij al in de tweede partij heeft verloren', zegt Krajenbrink. 'Hij moet nu proberen vijf of zes keer op remise te spelen. Als hij er snel weer een verliest, is het gebeurd met hem. Het zou goed zijn als Sijbrands opnieuw de aanval kiest. ' Het werd remise. Sijbrands over zijn strategie: 'Moeilijk te zeggen. Petrosjan de schaker zei altijd: de dag na een niet-remise moet je op een puntendeling aansturen. Verlies je, dan moet je een herstelremise inlassen. Maar ook bij winst moet je op remise spelen, anders word je overmoedig. Met het gevolg dat je alles remises speelt. Dat deed Petrosjan dan ook.'