Westduitse politici dringen aan op snelle steun DDR, voorzienexodus

BONN, 3 febr. - In beide Duitslanden groeit de angst voor een nieuwe, nog massalere uittocht van DDR-burgers naar de Bondsrepubliek dan afgelopen maand (58.000). Die mogelijkheid wordt in Bonn zo acuut geacht dat zelfs niet meer kan worden gewacht met praktische steun voor de DDR tot de verkiezingen daar, op 18 maart. Oud-kanselier Brandt (SPD) zei gisteravond dat zulke steun op het ogenblik belangrijker is dan welke theoretische afspraken ook over toekomstige wegen naar Duitse eenheid. Die eenheid ziet hij trouwens pas in de tweede helft van de jaren negentig geheel voltooid raken, zei hij. Van alle kanten waarschuwen Duitse politici dat Oostduitse burgers zo snel mogelijk perspectief op economische verbetering moet worden geboden.

Gisteren hebben de Westduitse minister van financien, Waigel (CSU), en de SPD-bondsdagspecialisten Matthaus-Maier en Roth gepleit voor snelle stappen naar een Duits-Duitse monetaire unie. Na een orientatiereis van vijf dagen door de DDR sloot de minister-president van Baden-Wurttemberg, Lothar Spath (CDU), zich gisteren in Oost-Berlijn aan bij de Oostduitse premier Modrow met een oproep om het tempo van Duits-Duitse toenadering te verhogen. Spath, die o.a. op bezoek was in Leipzig, Dresden en Karl-Marx-Stadt, zei erg geschrokken te zijn van de slechte economische toestand en sociale voorzieningen in de DDR. Op de weg naar meer Duitse eenheid moet eerder in weken dan in maanden worden gedacht, zei Spath. In sombere prognoses, bijvoorbeeld van de Dresdense burgemeester Berkhofer, wordt al gewaarschuwd voor een aanstaand vertrek van enkele honderdduizenden DDR-burgers en een economische en sociale ineenstoring. Berkhofer, dit weekeinde deelnemer aan het jaarlijkse economische wereldforum in Davos, zei gisteravond voor de Westduitse televisie dat de gevreesde exodus 'wel eens eerder over een paar dagen dan over een paar weken' op gang zou kunnen komen. Niettemin willen de Bondsregering en de SPD eraan vasthouden dat pas na de verkiezingen in de DDR, op 18 maart, met een dan gelegitimeerde Oostduitse regering kan worden onderhandeld over structurele economische hulp en een Duits-Duitse verdragsgemeenschap. Daarom, zo is DDR-premier Modrow te verstaan gegeven, moet hij niet verwachten dat Bonn voordien serieus over zijn plan voor Duitse eenheid van deze week wil spreken. Maar direct na 18 maart wil Bonn in sneltreinvaart de onderhandelingen beginnen, zo heeft kanselier Kohl verklaard.

Kohls minister Waigel, voorzitter van de Beierse CSU, heeft gisteren niettemin alvast een voorschot genomen. 'Om het Oostduitse volk direct en overtuigend hoop te verschaffen voor de toekomst kan de introductie van de Westduitse Mark als officele munteenheid in de DDR noodzakelijk zijn', zei hij. Een andere mogelijkheid om de monetaire banden tussen de twee landen aan te halen is te wachten totdat de produktiviteit in de DDR zich heeft verbeterd. Daarna moet de Oostduitse mark vrij inwisselbaar worden gemaakt en kan er een monetaire unie worden gevormd. Deze volgorde geniet de voorkeur van de Westduitse centrale bank en een groot aantal economen in de Bondsrepubliek. Waigel verklaarde hierover dat deze weg de beste is om economische redenen, maar dat die wel eens te veel geduld zou kunnen vragen van de Oostduitse bevolking. De bewindsman verbindt de kwestie van een monetaire eenheid aan stappen naar een eventuele eenwording van de twee Duitslanden. De Bundesbank staat gereserveerd tegenover een monetaire unie met de DDR. In januari nog verklaarde Bundesbank-president Pohl het niet reeel te achten dat de DDR de Westduitse Mark als munteenheid gaat gebruiken.

Waigel vindt dat de Westduitse centrale bank verantwoordelijk moet blijven voor de geldhoeveelheid in de twee Duitslanden als die een munteenheid hebben. De Bundesbank heeft daarop nog niet gereageerd, maar volgens een woordvoerder van het ministerie van financien is er met de centrale bank wel nauw contact over de kwestie. Pohl gaat 6 februari naar Oost-Berlijn voor overleg met zijn Oostduitse collega, Kaminsky. Minister Waigel staat niet alleen in zijn opvatting dat de besprekingen over een monetaire eenheid moeten worden versneld. Ook de sociaal-democratische Bondsdagleden Matthaus-Maier en Roth en minister van buitenlandse zaken Genscher (FDP) vinden dat de voorbereidingen voor een economische en een monetaire eenheid direct moeten beginnen. Voor de SPD-specialisten moet deze monetaire Duitse eenheid in 1991 een feit zijn. Waigel erkent dat de introductie van de Westduitse mark in de DDR op problemen zal stuiten, maar die moeten op een 'humane' manier worden opgelost. De introductie heeft als positieve gevolgen dat de goederenvoorziening in de DDR er direct door kan worden verbeterd, de produktiviteit kan worden vergroot en de schepping van arbeidsplaatsen kan worden versneld, aldus de Westduitse minister. In de gisteren verschenen eerste heruitgave van het Oostduitse economische blad Die Wirtschaft zegt de Oostduitse minister van economische zaken, Christa Luft, dat de regering ernaar streeft om binnen drie jaar een vrij inwisselbare munteenheid te hebben. Als een eerste stap in die richting zou de Oostduitse mark aan de Westduitse mark kunnen worden gekoppeld. Oud-kanselier Willy Brandt.

    • J. M. Bik