Verdeeldheid over nieuwe constitutie

KAAPSTAD, 3 febr. - Met zijn toespraak van gisteren heeft de Zuidafrikaanse president Frederik de Klerk een nieuwe episode in de politiek van zijn land ingeluid. Hij streeft naar 'een tijdperk van onderhandelingen' dat echter pas kan beginnen na de vrijlating van ANC-leider Nelson Mandela. 'De weg naar een ronde tafel is open, naar een plek om te praten over een nieuwe grondwet', aldus Gerrit Viljoen, Zuid-Afrika's minister voor constitutionele zaken en architect van De Klerks hervormingsplannen gisteravond in een eerste commentaar. Viljoen heeft met de minister van justitie, Kobie Coetsee, diverse keren met Mandela gesproken om bij hem 'de kansen op overleg af te tasten'.

Mandela heeft vanuit zijn cel steeds een prominente rol gespeeld bij het effenen van de weg naar de onderhandelingstafel: zijn goedkeuring was steeds essentieel. Alle mogelijke partijen die zitting nemen aan zo'n ronde tafel zijn het erover eens dat er een nieuwe grondwet moet komen. Het huidige drie-kamerparlement voor blanken, kleurlingen en Indiers, een systeem waarvan de zwarten zijn uitgesloten, is politiek dood. Maar over de inhoud van zo'n constitutie lopen de meningen sterk uiteen. De regerende Nationale Partij van De Klerk denkt daarbij met name aan een stelsel dat de rechten van minderheidsgroepen als de blanken beschermt en waarbij de macht tussen alle 'bevolkingsgroepen' wordt gedeeld in een federaal kader. Zuid-Afrika heeft een heterogene samenstelling van de bevolking en daarmee moet volgens hem een grondwet rekening houden. Binnen het blanke kamp gaat de liberale Democratische Partij gedeeltelijk akkoord met dit standpunt. De leider van de kleurlingen, dominee Alan Hendrickse van de Arbeiderspartij, neemt een positie in die aansluit bij de DP. Aan de andere kant van het blanke kamp bevindt zich de Conservatieve Partij onder leiding van Andries Treurnicht, een warm en en fervent pleitbezorger van apartheid. Hij heeft reeds aangekondigd zijn achterban te mobiliseren tegen de plannen van De Klerk. Rechts van de CP staat vervolgens nog de Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) van Eugene Terre Blanche. De AWB is een semi-militaire, buitenparlementaire organisatie die zich met geweld wil keren tegen afschaffing van de apartheid. Waarnemers verwachten dat de AWB zich verder clandestien zal organiseren om aanslagen uit te voeren tegen zwarte leiders zoals Nelson Mandela. In het kamp van de zwarte oppositie staat het ANC van Mandela voorop, de oudste bevrijdingsbeweging van Afrika die in 1912 werd opgericht. Mandela is het boegbeeld geworden van de wensen onder de zwarten om hun evenredige deel op te eisen van de macht. Het ANC pleit voor een meerderheidsbewind volgens het principe van een man een stem, en wijst het idee van groepsrechten af.

Mandela heeft tijdens de laatste jaren van zijn gevangenschap steeds nagestreefd een eenheid te smeden van het zwarte verzet. Binnen het ANC geeft de politieke vleugel nu de toon aan, een vleugel die onderhandelingen voorstaat. Onder jongere nationalisten die deel uitmaken van de gewapende tak van het ANC, de Speer van de Natie, bestaan nogal wat reserves over gesprekken: zij leggen liever de nadruk op de gewapende strijd. Een formele bondgenoot van het ANC is de Zuidafrikaanse Communistische Partij (SACP) onder leiding van Joe Slovo.

De Klerk heeft het verbod op de SACP opgeheven omdat hij deze partij na het instorten van het communisme in Oost-Europa niet meer als een gevaar ziet. Een belangrijke partner van het ANC tijdens het ANC-verbod in Zuid-Afrika is de zogenoemde Brede Democratische Beweging (MDM), een alliantie van anti- apartheidsgroepen in Zuid-Afrika. Zo speelt de vakbondsfederatie COSATU een belangrijke rol binnen de MDM. Ook het Verenigd Democratisch Front (UDF) onder leiding van Murphy Morobe die begin 1988 drastische beperkingen werd opgelegd vond onderdak in het daarna opgerichte MDM, dat ook wel wordt gezien als de binnenlandse tak van het ANC. De laatste maanden heeft Mandela vanuit zijn cel, waar hij beschikt over een fax-apparaat, vaak contact gehad met twee belangrijke rivalen in de zwarte beweging. Aan de linkerzijde is dat het Panafrikaanse Congres (PAC) dat uitgaat van 'Afrika voor de Afrikanen'.

Het PAC brak in 1959 met het ANC wegens onenigheid over het principe van een non-raciaal Zuid-Afrika. Aan de rechterzijde van het ANC staat de Inkatha-beweging van Zulu-chef Gatsha Buthelezi, die tien jaar geleden brak met het ANC. Voor het ANC was hij daarmee een collaborateur, maar met Mandela heeft Buthelezi - beiden zijn van koninklijke afkomst - goede betrekkingen. Ook de leiders van de zogenoemde onafhankelijke staten Transkei, Ciskei, Venda en Bophutatswana spelen mogelijkerwijs een rol aan een ronde tafel.

    • Derk-Jan Eppink