Straat.

Een gewone, druilerige maandagmorgen. Op de balkonnetjes aan de straatzijdehangt de was. Maandag blijft ondanks de vernieuwing van de wijk wasdag.

Ingesleten gewoonten veranderen niet. De autosloperij van de familie Netten uit de Ravesteijnstraat mag dan reeds lang zijn weggesaneerd naar een industrieterrein aan de rand van de stad, de liefde voor de (oude) auto onder veel buurtbewoners is niet getaand. Stedebouwkundig is wel alles gedaan die liefde kapot te maken.

'Carterrammers' aan het begin van veel straten, parkeerhaventjes die slechts Opel Kadett's kunnen bergen en in de nieuwbouw is de ruimte voor kleine bedrijfjes en opslagplaatsen weggelaten. De sfeer in de vernieuwde delen van de wijk laat zich nog het beste vergelijken met die van een uitbreidingswijk van een middelgrote gemeente in de kop van Noord-Holland: doods. Hetzelfde concept. Een uitbreidingswijk als een postzegel op een oud stukje stad geplakt zonder dat de gekartelde randen hechten met de overige stadsdelen. Mensen die werk hebben, verlaten vroeg in de ochtend de wijk om daar pas aan het einde van de middag weer terug te komen. Groene weduwen en mensen zonder werk blijven achter. Waar vroeger in pakhuisjes door deze achterblijvers allerlei handel werd gedreven en voor levendigheid werd gezorgd, is nu leegte. Plagiaat op stedebouwkundige schaal. Keurig binnen de regels, dat wel.

Geen milieu-onvriendelijk bedrijfje meer, geen kroegjes en geen ruimte voor het houden van paarden: een liefhebberij die tot voor kort in de Schilderwijk grote populariteit genoot. Niet dat er in de oude wijk ruimte was voor het stallen van deze edele viervoeters. Vaak werd het paard door de gang van de parterrewoning naar de tot stal verbouwde uitbouw geleid. Op het hoogtepunt moeten zeker 200 paarden op die manier een plekje in de wijk hebben gehad.

Plantsoenarbeiders klaagden over platgetrapte perkjes en paardemoppen. Bij het vaststellen van de structuurschets voor de nieuwe wijk in 1977 vroegen buurtbewoners in plaats van fiets- om ruiterpaden, die er overigens niet zijn gekomen. Maar er is hoop. Een stad laat zich niet in plannen vatten. Een stad is een levend proces. Mensen, gebouwen, dieren, en het verkeer laten zich niet op hun voorbestemde plek vasttimmeren. Dat geldt ook voor het leven in 'het wijk'. Daarom steekt deze oude 'Amerikaanse bak' twee meter over de stoep en een meter de straat op. En een plek voor de grote zwarte Friese merrie uit de Rubensstraat wordt ook wel weer gevonden. Tekst: Henk Kool, Foto: Chris de Jongh