Servische furie

IN ROEMENIE, Bulgarije en de DDR schuiven de zelfbenoemde revolutionairen aarzelend op om aan de ronde tafels van de macht een plaatsje in te ruimen voor hen die de revolutie weliswaar mede of zelfs helemaal hadden gemaakt, maar in eerste instantie, na in dank afgenomen offers, buiten het landsbestuur waren gehouden.

Aangenomen dat de weg naar echte pluriformiteit in die landen nu werkelijk is ingeslagen, dan begint het imago van Joegoslavie - een land dat al vele jaren lang kritiekloos is opgenomen in het Westelijke circuit - daarbij extra zwart af te steken. Zoals dat met Ceausescu het geval was beloonde het Westen ook Joegoslavies vroegere alleenheerser Tito voor zijn dwarsliggen in de communistische wereld. Tito's opvolgers profiteerden ervan dat het Kremlin de belangstelling inmiddels had verloren en de kapitaalverschaffers en toeristen uit de vrije wereld geinteresseerd bleven. De na Tito ontstane interne politieke verwarring werd voorgesteld als bewuste liberalisering. De schutspatronen uit het Westen lieten zich maar al te graag overtuigen. De sociaaleconomische neergang werd de versleten mantel van de geopolitieke argumentatie zoveel mogelijk aan de waarneming onttrokken.

HET UITEENVALLEN van partij en staat in Joegoslavie zou zijn geleidelijke beloop - nauwelijks opgemerkt door de buitenwereld - hebben kunnen voortzetten, ware het niet dat de grootste deelrepubliek Servie het verval van de betekenis van haar centrale positie de afgelopen paar jaar meer en meer heeft gecompenseerd met het uitlokken van een extreem Servisch nationalisme. De echte rivalen, de meer welvarende republieken Slovenie en Kroatie, werden geintimideerd, maar wisten enige manoeuvreerrruimte te behouden.

Zoals enkele weken geleden met de verzelfstandiging van de regionale partij-organisaties daar kon worden aangetoond. De Servische furie richtte zich echter op de kwetsbaarste buren, de islamitisch-Albanese meerderheid in de sinds 1974 autonome maar tot Servie behorende provincie Kosovo. Minder dan een jaar geleden sloeg de Servische partijbaas, Slobodan Milosevic, toe. Met verkrachting van de Joegoslavische grondwet ontnam hij Kosovo haar autonomie en bracht daarmee rechtspraak en bestuur rechtstreeks onder Servische controle. De Albanezen zagen hierin terecht een aanslag op hun religieuze, culturele en etnische existentie en kwamen in verzet. Vorige maand verhevigde zich de Albanese weerstand tegen de Servische expansie, door de Serviers dankbaar aangegrepen voor het uitdelen van de volgende slag. Hoewel tot dusver de slachtoffers aan Albanese zijde vielen, heet het in de propaganda dat de Servische minderheid in Kosovo moet worden beschermd. Tanks en vliegtuigen zijn inmiddels met hun vuile werk begonnen. DE JOEGOSLAVISCHE eenheid staat onder zware druk. De Serviers hebben de federatie als het ware ontvoerd en zetten haar machtsmiddelen voor hun eigen kwalijke en kortzichtige doelstellingen in. De andere republieken blijken niet bij machte deze naargeestige ontwikkeling te corrigeren. Het moment is aangebroken voor buitenlandse bemoeienis die mag worden ontleend aan de internationale verplichtingen die het land is aangegaan. Als een van de ondertekenaars van het Akkoord van Helsinki en als deelhebber aan de vervolgafspraken over de rechten van de mens kan het regime in Belgrado ter verantwoording worden geroepen. Het Servische schuinsmarcheren moet een halt worden toegeroepen. De noden op de Balkan zijn zonder dat al groot genoeg.