Sancties hulp aan China al lang ontdoken

PEKING, 3 feb. - Terwijl het Amerikaanse Congres woensdag nieuwe wetgeving voor voortgezette sancties tegen China heeft aangenomen en de Verklaring van Madrid van eind juni vorig jaar inzake EG-sancties tegen China nog steeds van kracht is, zoeken steeds meer regeringen en multilaterale instellingen naar wegen om de economische en financiele betrekkingen met China te hervatten. De opheffing van de staat van beleg op 10 januari, hoewel meer symbolisch dan inhoudelijk, heeft nieuwe versoepeling in het Amerikaanse en Japanse standpunt gebracht, maar er zal nog heel wat ijs moeten ontdooien voordat de geldkraan weer op volle kracht gaat stromen. De dagen dat China tegen minimale rentes kon lenen lijken niet meer terug te komen. Westerse regeringen en financiele instellingen wachten op een formele hervatting van Wereldbank-leningen aan China die sinds de militaire onderdrukking van de democratische beweging in juni vorig jaar zijn stopgezet. De Wereldbank is op haar beurt afhankelijk van de houding van de grootste donor, de Verenigde Staten. Ondanks voortduring van de Chinees-Amerikaanse spanningen en een nieuw ongekend scherp protest van China gisteren tegen de 'hegemonistische, ongebreidelde anti-China golven, opgewekt door het Amerikaanse Congres' heeft president George Bush enige dagen geleden zijn fiat gegeven voor Wereldbankleningen die 'fundamentele menselijke noden' lenigen. Wereldbank-president Barber Conable heeft daarop vorige week een voorstel voor twee leningen aan China voorgesteld, waarover de raad van bestuur van de bank op 8 februari zal beslissen. Het betreft een lening van 30 miljoen dollar voor wederopbouw van een door aardbevingen geteisterd gebied in de noordelijke provincie Shanxi en 60 miljoen dollar voor landbouwprojecten in de oostelijke provincie Jiangxi. De kans bestaat dat, als de Amerikaanse regering het begrip menselijke noden eng interpreteert de landbouwlening niet in aanmerking komt.

Maar als er geen nieuw veto tegen de twee leningen komt zal dat de weg banen voor leningen ter waarde van twee miljard dollar over de komende twee jaar, die de Wereldbank voor 'basis menselijke noden' bestemd heeft. Medewerking van de Amerikaanse regering zal echter afhangen van verdere verbeteringen in het politieke en economische klimaat in China en daarover zijn nauwelijks verantwoorde voorspellingen te maken. Na de hervatting van Wereldbankleningen zal naar verwachting de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) snel volgen. China heeft in 1989 slechts 40 miljoen dollar aan leningen van de ADB gekregen, tegen 283 miljoen dollar in 1988. Goedgekeurde leningen voor 1989 bedroegen 400 miljoen, maar 90 procent daarvan was getroffen door de sancties die volgden op 4 juni 1989 toen de studentenopstand bloedig werd neergeslagen. China heeft eerder deze week 200 miljoen van het in 1985 begonnen, maar vorig jaar juni opgeschorte, door 67 Japanse banken bijeengebrachte, zogeheten 'derde yen-krediet' opgenomen, maar tegen de pijnlijk hoge rente van een kwart tot drie achtste procent boven Libor, terwijl vele banken voor juni 1989 onder Libor tot een achtste erboven leenden. De Japanse regering blijft zich onverwacht op een formeel standpunt stellen en de boot ten aanzien van China vooralsnog afhouden. De directeur-generaal van het Bureau Economische Samenwerking van het Japanse ministerie van buitenlandse zaken, Koichi Matsuura, heeft vorige week Peking bezocht en is weinig enthousiast naar Tokio teruggekeerd. De woordvoerder van het Japanse ministerie van buitenlandse zaken zei eerder deze week dat de stemming bij de Wereldbank geen invloed op de Japanse regering zou hebben en dat alle mogelijkheden voor hervatting van hulp aan China nog in studie waren. De EG-landen hebben tijdens de top in Straatsburg, midden december, hun aanbeveling om export-kredieten op te schorten ingetrokken.

Dit komt niet alleen China ten goede, maar ook Europese handelsfirma's die in China zaken doen. De stop op grotere, zachte leningen voor projecten is nog steeds van kracht, maar landen zijn dit individueel aan het heroverwegen. Verscheidene landen hebben voor de opheffing van de staat van beleg dit verbod al 'ontdoken', maar steeds hadden zij als uitvlucht dat het verplichtingen waren die al voor het bloedbad van Peking waren aangegaan. Commerciele banken, inclusief die uit Nederland, hebben hun leningsactiviteiten vooruitlopend op de beraadslagingen bij de Wereldbank hervat. De Amro-bank heeft begin december voor 56 miljoen dollar aan de Italiaanse exportfinanciering van een chemisch project deelgenomen tegen een rente van 1 procent boven Libor met een looptijd van tien jaar. Een andere Nederlandse bank werkt nog slechts voor Nederlandse clienten en zal haar deelname aan multilaterale en syndicaats-financieringen pas hervatten als de Wereldbank en in navolging de Nederlandsche Credietverzekeringsmaatschappij (NCM) het groene licht geven. In april zal voor het eerst sinds juni vorig jaar een Nederlandse delegatie van zwaarder kaliber China bezoeken.

Zij zal onder leiding staan van oud-minister Fons van der Stee, de nieuwe voorzitter van de China-Kamer van het Nederlands Centrum voor handelsbevordering, en naar verwachting hoge regeringsambtenaren in haar gelederen hebben. 'Er is stilzwijgende beweging, maar geen enkele regering timmert aan de weg met haar hervatte China-activiteiten' zei een Westerse diplomaat.

    • Willem van Kemenade