Onbehagen in Turkije over reeks moorden

ATHENE, 3 febr. - De moord op de 73-jarige professor Muammar Aksoy, woensdag in Ankara gepleegd, heeft in Turkije grote indruk gemaakt. Aksoy was hoogleraar in het constitutionele recht, voor de staatsgreep van 1980 Turks afgevaardigde en lid van de Assemblee van de Raad van Europa. De laatste jaren was hij een der kopstukken van de oppositionele Sociaal-democratische Populistische Partij, ijveraar voor de mensenrechten en verklaard tegenstander van de herlevende islamitisch fundamentalistische aspiraties. De verantwoordelijkheid voor de moord is telefonisch opgeeist door twee onbekende islamitische organisaties. De dag tevoren was in Istanbul een politieman doodgeschoten. Als dader hiervan meldde zich de extreem-linkse terreurorganisatie Dev Sol (Revolutionair Links).

De situatie begon daarmee enigszins te lijken op die van de periode voor de staatsgreep van 12 september 1980, toen er haast geen dag voorbijging zonder een of meer politiek gemotiveerde moorden. Er is een verschil: de fundamentalistisch-islamitische stroming, die toen aan de weg timmerde met haar Partij van Nationalistisch Behoud, onthield zich nadrukkelijk van geweld. Dat werd bedreven vanuit de ultra-rechtse Partij van Nationalistische Actie, die meer fascistisch dan religieus was georienteerd. Er lijkt zich nu een smelting tussen deze twee tendenties te voltrekken.

Het onbehagen over het escalerend geweld wordt nog aangewakkerd door het jaartal. In Turkije zijn sinds 1960 elke tien jaar staatsgrepen gepleegd, hoewel de middelste een jaar later kwam (1971). Reeds vorige week, op 24 januari, werden de Turken nadrukkelijk aan de kalender herinnerd. Linkse organisaties gingen toen tot allerlei acties over, omdat het tien jaar geleden was dat de toenmalige premier Demirel en zijn adviseur Ozal (nu president van de republiek) kwamen op een ingrijpend bezuinigingspakket. Volgens links kon dit programma alleen worden doorgezet met een staatsgreep (negen maanden later), ter vermijding van stakingen en andere protestacties.

Dev Sol had de dag tevoren op negen verschillende plekken van Istanbul spandoeken tegen de 24ste januari opgehangen, sommige met explosieven eraan. Op de dag zelf werden 61 spandoeken bevestigd, alle met schertsbommen. Een andere herlevende illegale organisatie, TIKKO, meldde die dag verantwoordelijk te zijn voor de moord op een 69-jarige afgezwaaide majoor, Rifat Ugurlutan, die nog altijd lessen gaf in psychologische oorlogsvoering, inclusief het aanpakken van gevangenen. Een bekende hoogleraar van de jaren voor 1980, Hivzi Deldet Dedioglu, spreekt in het dagblad Cumhuriyet de hoop uit dat de daders van de moord op Aksoy zullen worden opgespoord. Dit dan in tegenstelling tot die van de moorden op een aantal van zijn oude collega's uit de jaren zeventig, van wie hij de namen opsomt.