Marco Muller waardig opvolger van Huub Bals

ROTTERDAM, 3 feb. - 'Een festival is een plek waar mensen verliefd kunnen worden op een film en dat vervolgens aan andere mensen proberen uit te leggen'.

Zo formuleerde Marco Muller gisteravond zijn credo over het Filmfestival Rotterdam in de grote tent op het Schouwburgplein.

De eerste aflevering onder zijn leiding heeft sterk in het teken gestaan van het creeren van een open atmosfeer, waarin honderden bloemen kunnen bloeien. Vandaag geeft het festival aan vijf onbekende regisseurs de gelegenheid om een onder hun arm meegenomen film aan het publiek te laten zien. Dat is een gok, en als internationaal bekend wordt, dat het in Rotterdam zo toegaat, zijn de gevolgen natuurlijk niet te overzien. Maar zo wordt onder Mullers leiding de vermeende crisis in de kunstzinnige filmproduktie beantwoord met een bombardement van nieuwe en oude onbekende films. Mullers smaak is minder dictatoriaal dan die van Huub Bals. De nieuwe directeur lijkt minder gekwetst te zijn dan zijn voorganger als het publiek onderdelen van de selectie afwijst. Hij zal zich grote moeite getroosten om uit te leggen waarom en in welke context hij een bepaalde film wil laten zien.

Die gerichte informatieoverdracht, een stokpaardje van Muller, is dit jaar nog niet helemaal ideaal gelukt. Van de drie retrospectieven, elk begeleid door een brochure, is vooral dat van de Sovjet-film in de jaren zestig aangeslagen. Wat ik van de films van de Bengaalse filmer Ritwik Ghatak heb kunnen zien, heeft me minder overtuigd. De films bevatten momenten van grote schoonheid, originele vormgeving en oprechte bewogenheid, maar ik zie in Ghatak nog niet de grote miskende grootmeester, die ons in het vooruitzicht gesteld was. Ik kan me natuurlijk vergissen, met name in de niet-westerse cinema duurt het soms even voordat je de kwaliteiten van een cineast op hun juiste waarde kan schatten, al is het maar omdat ze haaks staan op die in de traditionele westerse vertelvormen. Cronenberg Gezien de geringe waardering en verbaasde reacties van het publiek lijkt de presentatie van het complete werk van de Canadese filmer David Cronenberg slecht begrepen te zijn. Vorig jaar noemde ik als een van de mogelijke nieuwe gebieden voor een festival als Rotterdam de onafhankelijk geproduceerde, low-budget- griezelfilm. In de onderste regionen van de film- en televisieindustrie en daarbuiten gaat immers misschien een nieuwe vitaliteit schuil. Cronenberg is voor specialisten in het genre een van de onomstreden grootmeesters, met een zeer persoonlijke en doordachte stijl. Als je zijn soms schokkende films echter zomaar op een festival van kunstzinnige films presenteert, kan dat echter toch gemakkelijk tot misverstanden aanleiding geven, omdat ze niet aansluiten bij de definitie van de toeschouwer van kwaliteit. Wellicht had meer aansluiting gezocht moeten worden bij die kleine groep van fanatieke liefhebbers van griezelfilms, de organisatoren van het jaarlijkse Wekkend of Terror in Amsterdam bij voorbeeld, die bewezen hebben hun voorkeuren met enthousiasme over te brengen aan delen van het publiek, die je op het Rotterdamse festival niet snel aan zult treffen. Met enkele bijstellingen op organisstorisch gebied, met name waar het de popularisering en informatieoverdracht betreft, lijkt Rotterdam toch te kunnen hopen op een voortzetting van het werk van Bals. Muller begint zich te bewijzen als een waardig opvolger, die alle steun verdient van het Nederlandse publiek en filmwereldje.

    • Hans Beerekamp