Kabinet vraagt advies SER over geschikte koppelingsmethode

DEN HAAG, 3 febr. - De Sociaal Economische Raad (SER) is gevraagd op korte termijn te adviseren over de meest geschikte methode om het minimumloon en de sociale uitkeringen aan te passen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. In het regeerakkoord kondigden CDA en PvdA al aan een nieuwe wet te zullen indienen die ervoor moet zorgen dat minimumloners en uitkeringsgerechtigden gelijkwaardig delen in de stijging van de welvaart. De huidige wet die de koppeling regelt, de Wet Aanpassingsmechanismen (WAM), dateert uit 1980. Het nieuwe kabinet wil deze wet aanpassen. De nieuwe wet zal enerzijds minimumloners en uitkeringsgerechtigden de garantie moeten geven dat de koppeling daadwerkelijk wordt uitgevoerd, maar moet anderzijds het kabinet de mogelijkheid geven in uitzonderingssituaties van de koppeling af te wijken. De huidige koppelingswet is in zijn tienjarige bestaan slechts twee keer toegepast. De laatste keer was afgelopen januari. Minimumloon en sociale uitkeringen stegen toen 1 procent. De vorige kabinetten-Lubbers (CDA/VVD) besloten jaar op jaar de koppeling niet toe te passen, omdat de financiele situatie van de overheid het niet toe zou laten.

De PvdA, die toen in de oppositie zat, pleitte lange tijd voor een automatische koppeling, zodat daar niet door ingrijpen van de politiek van afgeweken zou kunnen worden. De sociaal-democraten vonden het niet juist het inkomen van de laagst betaalden te laten afhangen van het financieringstekort van de overheid. Over de koppeling is in het najaar tijdens de kabinetsformatie uitvoerig gesproken. Het CDA wilde vastleggen dat jaar op jaar door het kabinet beslist zou worden of de koppeling moet worden doorgevoerd.

De PvdA was daar tegen. In het regeerakkoord hebben CDA en PvdA uiteindelijk afgesproken dat slechts in twee gevallen van de koppeling mag worden afgeweken: als de lonen plotseling zeer snel stijgen of het aantal uitkeringsgerechtigden tegenvalt. In beide gevallen moet het kabinet eerst advies vragen aan de SER, voordat ze daadwerkelijk besluit minimumloon en uitkeringen niet gelijk op te laten lopen. In het regeerakkoord staat ook dat de SER advies zal worden gevraagd over de manier waarop in de nieuwe wet het minimumloon en de uitkeringen aan de lonen in het bedrijfsleven moeten worden gekoppeld. In de adviesaanvraag die de bewindslieden van het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gisteren naar de SER hebben gestuurd, leggen minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld de raad drie alternatieven voor.

Een daarvan is de systematiek die ook in de huidige koppelingswet wordt gevolgd. Twee keer per jaar, in januari en in juli, zouden minimumloon en uitkeringen dan moeten worden bijgesteld. De mate waarin ze zullen stijgen, hangt af van het gemiddelde van een aantal CAO-lonen.

De peildata daarvoor zijn 31 oktober en 30 april.

Bij deze methode ijlt de koppeling na. Door de vertraging gaan minimumloon en uitkeringen in tijd niet werkelijk gelijk op met de lonen in het bedrijfsleven. De aanpassing zelf is echter wel zeer nauwkeurig, omdat door de vertraging de gemiddelde loonstijging precies kan worden berekend. Volgens een andere systematiek zouden minimumloon en uitkeringen vooraf de te verwachten loonontwikkeling kunnen volgen. Het Centraal Planbureau zou daarvoor de ramingen moeten leveren. In de Macro Economische Verkenningen geeft het planbureau in september altijd een raming van de loonstijging in het jaar daarop. Volgens deze tweede methode, de zogenoemde voor-indexering, zou deze geraamde loonstijging op 1 januari moeten worden doorgegeven aan minimumloners en uitkeringsgerechtigden. Het nadeel van het afgaan op ramingen is dat van een daadwerkelijk gelijk opgaan met de lonen in het bedrijfsleven geen sprake hoeft te zijn. In de praktijk kan blijken dat de lonen harder, dan wel juist minder hard stijgen dan het planbureau had voorspeld. Daarnaast bestaat de vrees dat de ramingen van het planbureau als een bodem gaan fungeren bij de CAO-onderhandelingen. Het kabinet schiet dan zijn doel voorbij. Met de belofte te koppelen wil het kabinet de loonstijgingen gematigd houden. Vooraf de geraamde stijging al doorgeven aan minimumloners en uitkeringsgerechtigden kan de CAO-onderhandelingen beinvloeden en juist opdrijvend werken. De laatste methode waarover de bewindslieden een advies willen van de SER is een combinatie van de andere twee. Net als in de eerste methode zouden minimumloon en uitkering dan twee keer per jaar moeten worden aangepast. Op 1 januari kan volgens deze systematiek driekwart van de door het planbureau geraamde loonstijging worden doorgegeven.

Een half jaar later kan het verschil tussen de werkelijke stijging van de CAO-lonen en de raming worden bijgepast. Volgens de adviesaanvraag komt door deze methode de gelijkwaardige inkomensontwikkeling niet in de knel, zoals bij de andere twee wel het geval is.