Hoofdredacteur van De Limburger stapt op

MAASTRICHT, 3 febr. - Een van de twee hoofdredacteuren van het dagblad De Limburger, F. Wijnands, heeft de redactie van zijn krant gisteravond laten weten dat hij zijn functie neerlegt. Hij is door het bestuur van de Zuid-Oost Pers benoemd tot correspondent in Oost-Europa. Wijnands zegt geen heil meer te zien in voortzetting van zijn activiteiten als hoofdredacteur, omdat hij de laatste weken heeft gemerkt 'dat een aantal redacteuren geen enkele moeite doet om het geknakte vertrouwen te herstellen. Integendeel. Waar een klimaat van openlijke vijandschap heerst, kan ik niet vruchtbaar werken en wil ik ook niet meer langer werken'.

Wijnands (51) is twaalf jaar lang hoofdredacteur van De Limburger geweest. Sinds 1988 is hij voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Over de standplaats die hij in Oost-Europa gaat innemen is nog geen beslissing genomen. De meerderheid van de redactie zegde op 16 december het vertrouwen in de twee hoofdredacteuren F. Wijnands en N. Bergkamp op en verzocht hen zich niet meer op de redactie te vertonen. Begin januari gingen beiden toch weer aan het werk zonder zich al te veel met de dagelijkse gang van zaken te bemoeien. Bergkamp wilde gisteren geen commentaar geven op het besluit van zijn collega. Over zijn lot wordt in de loop van de volgende week klaarheid verwacht, als de resultaten van een onafhankelijk onderzoek naar de verhoudingen binnen de redactie worden vrijgegeven. Het onderzoek is de afgelopen weken op dringend verzoek van de redactie uitgevoerd. Volgens de voorzitter van de redactieraad, Th. van Kessel, is het besluit van Wijnands om correspondent in Oost-Europa te worden 'een elegante oplossing voor de helft van het probleem. Ik hoop dat voor de andere helft een even elegante oplossing wordt gevonden, die mensen in hun waarde laat'.

Van Kessel vindt het verwijt van Wijnands dat sommige redacteuren niet wilden meewerken aan het herstel van het vertrouwen niet terecht: 'Er is een kloof gegroeid tussen de redactie en de hoofdredacteuren, die niet meer te overbruggen is met een simpele belofte dat ze hun leven zullen beteren. Daarvoor hebben de heren te veel kapot gemaakt. Tal van collega's, die waardevol zijn voor de krant, zijn door hen zo gedeprimeerd en gedemotiveerd, dat ze niet meer tot hun recht konden komen. In plaats van inspiratie kregen ze alleen maar klappen.'