Groeiende corruptie in Costa Rica beheerstverkiezingscampagne

MEXICOSTAD, 3 febr. - President Oscar Arias van Costa Rica kreeg in 1987 de Nobel Prijs voor de vrede wegens zijn vredesinspanningen in Midden- Amerika, maar tijdens de recente campagnes voor zijn opvolging ging het er allesbehalve vreedzaam of verheffend aan toe. De verschillende partijen beschuldigden elkaar over en weer van drugshandel en corruptie. Dit modderslingeren hielp niet om een van beide presidentskandidaten naar voren te schuiven als de grote kanshebber bij de morgen te houden algemene verkiezingen. Die kandidaten zijn Carlos Manuel Castillo van de regerende sociaal-democratische Partij van Nationale Bevrijding (PLN) en Rafael Angel Calderon van de Sociaal Christelijke Unie (USC), die vier jaar geleden al eens een poging waagde en toen verloor van Oscar Arias.

Behalve een president van de republiek zullen morgen ook andere parlementariers worden gekozen. De ideologische verschillen tussen de strijdende partijen blijven beperkt. Beide zijn tamelijk conservatief en herbergen meer zakenlieden dan professionele politici. Ook op economisch terrein is er weinig aanleiding tot een boeiend debat, omdat zowel de PLN als de USC haar hoop vestigt op het neo-liberale model dat in het huidige Latijns Amerika zo in de mode is.

Dat er niettemin geen gebrek aan campagnemunitie bestond, had een minder plezierige oorzaak: de groeiende penetratie van de drugsmaffia en de bijpassende corruptie in het doorgaans rustige Costa Rica. Het rumoer begon al 1988, toen zakenman Ricardo Alem, in 1986 nog een naaste medewerker van president Oscar Arias, op het vliegveld van San Jose werd gearresteerd met twee koffers. Er zat 750.000 dollar in, blijkbaar drugsgeld dat 'gewassen' moest worden. En op de koffers zaten stickers geplakt van de campagne van secretaris-generaal Rolando Araya van de regerende PLN, die toen hard werkte aan zijn presidentskandidatuur. De ontdekking kostte Araya zijn politieke carriere en de PLN-nominatie ging naar zijn rechtse PLN-rivaal Carlos Manuel Castillo.

Medio vorig jaar kwam het echte vuurwerk toen de Panamese ex-consul Jose Blandon een rechter in de VS verzekerde, dat generaal Noriega een half miljoen dollar in de partijkas van Calderons USC had gestort, tijdens de campagne voor de vorige verkiezingen. De PLN-campagne van kandidaat Castillo haakte daarop dankbaar in en Calderon klaagde over een 'vooropgezette smeercampagne'.

Tot dezelfde Panamees Blandon in Amerika vertelde dat Noriega in 1985 ook een bijdrage had gestort in de kas van Oscar Arias. De handige Arias bevestigde dat direct en voegde eraan toe dat Noriega en zijn Partij ruim vier jaar geleden nog niet zo'n slechte reputatie hadden.

De zaken spitsten zich midden vorig jaar verder toe, toen een parlementscommissie tal van publieke figuren - meest PLN-leden - betichtte van betrokkenheid bij de drugshandel en corruptie.

De meest opvallende beklaagde was ex-president Daniel Obuder, die Costa Rica van 1974 tot 1978 namens de PLN regeerde en nog altijd actief is in de partijtop. Obuder zou geld hebben ontvangen van drugshandelaren en de onderzoekscommissie stelde voor hem levenslang uit de politiek te weren.

Dat had wel degelijk invloed en in de opiniepeilingen had USC- kandidaat Calderon afgelopen september een voorsprong van twaalf procent opgebouwd op zijn PLN-rivaal Castillo. De regerende PLN wist echter terug te krabbelen, mede dank zij de inspanningen van de populaire president Arias.