DE ARGENTIJNSE VLEESMOLEN

Herinnering aan de dood door Miguel Bonasso 431 blz., Goossens/NOVIB 1989, vert. C. J. van Tilborch (Recuerdo de la muerte, Buenos Aires 1984), f47,50 ISBN 9065512136 De grens tussen revolutie en reactie is in weinig landen zo diffuus als in Argentinie.

Met een gemeenschappelijke basis van anti-kapitalistische en ultra-nationalistische standpunten overlappen de ideologieen van extreem-links en extreem-rechts elkaar. Hun politieke acties zijn doortrokken van drang tot zelfvernietiging en beide hebben een macabere fascinatie voor de dood. In Argentinie zijn links en rechts verenigd in een beweging, het Pero- nisme. De erfenis van generaal Juan Domingo Peron en van zijn vrouw Evita is een kruitvat van tegenstrijdigheden: een mengelmoes van vakbondssocialisme, liefdadigheid, persoonsverheerlijking, nationalisme en verzet tegen het buitenland. In de loop der jaren ontstonden binnen het Peronisme twee stromingen: een corrupte, nauw met de vakbonden en een deel van de militairen verbonden fascistische stroming en een militante socialistische vleugel. Zodra het Peronisme in 1973 de presidentsverkiezingen won en Peron korte tijd later met zijn derde vrouw Isabel naar Argentinie terugkeerde, brak een soort burgeroorlog binnen de partij uit.

MONTONEROS

De linkervleugel noemde zich de Montoneros en beweerde de socialistische idealen van Evita te belichamen. De Montoneros waren in 1970 begonnen met aanslagen door generaal Aramburu te vermoorden en waren voorstanders van de gewapende strijd. Begin 1973 was het presidentiele paleis korte tijd omgedoopt tot Casa Montonera, maar nadat de oude Peron was overleden en Isabel hem opvolgde, werden de Montone- ros het doelwit van de AAA, de Argentijnse Anticommunistische Alliantie. Die werd vanuit het presidentiele paleis geleid door rechtse Pero- nisten in nauwe samenwerking met de strijdkrachten. De 'vuile oorlog' in Argentinie werd verhevigd voortgezet nadat een staatsgreep in 1976 een einde had gemaakt aan het bewind van Isabel Peron. De Argentijnse vleesmolen draaide op volle toeren. Tienduizenden tegenstanders van het militaire bewind werden opgepakt. Sommigen 'verdwenen': ze werden vermoord of met Fokker-vliegtuigen gedumpt boven de Rio de la Plata. Anderen kwamen terecht in concentratiekampen, in de Technische school van de marine of in geheime villa's van het leger. Terwijl het Nederlandse elftal in 1978 onbekommerd de finale van het wereldkampioenschap voetballen in Buenos Aires speelde, bestond in Argentinie een ondergrondse wereld van folteraars en gefolterden in geheime militaire centra.

SYMBIOSE

Miguel Bonasso, een ex-Montonero, heeft een adembenemend boek geschreven over deze wereld waarin militairen en militanten van de Montoneros-beweging op een krankzinnige manier met elkaar in symbiose leefden. Herinnering aan de dood is een minitieuze reconstructie van de lotgevallen van een Monto- nero, die in Uruguay ontvoerd werd, klandestien naar de Technische school van de marine in Buenos Aires werd overgebracht, werd 'uitgeleend' aan het leger, terugkwam bij de marine en uiteindelijk uit gevangenschap wist te ontsnappen. Het boek heeft de spanning van een thriller en is geschreven als een gero- mantiseerde reconstructie van de rauwe werkelijkheid. Deze vorm van new journalism heeft in heel Latijns-Amerika groot opzien gebaard. Bonasso beschrijft de martelingen die de gevangenen ondergaan, maar die zijn uit andere publikaties ook bekend. Uniek is zijn boek door de beschrijvingen van het dagelijkse leven in de gevangencentra. Tussen de gevangenen onderling en tussen de gevangenen en hun bewakers ontstond een ingewikkelde hierarchie van betrekkingen. Niet alle 'revolutionairen' waren helden: sommigen waren gebroken door de martelingen, anderen sloegen door, hadden privileges verworven of werkten als verklikkers mee met de militairen. Een aantal vrouwen begon, al dan niet gedwongen, verhoudingen met hun folteraars. Hoewel de gevangenen waren overgeleverd aan de willekeur van de militairen, hadden ze ook greep op hun bewakers.

CONTRA-SPIONAGE

Het Argentijnse leger bezat een villa bij de stad Rosario waar een selecte groep gevangenen was ondergebracht, die werd ingezet in een contra-spionage activiteit tegen de Montoneros. Ex-Montoneros werden overgehaald om in hun organisatie te infiltreren met de bedoeling tot de hoogste leiding door te dringen. In de legervilla in Rosario werden vrijwel alle - vervalste - Montoneros-publikaties gemaakt die vervolgens als echt werden verspreid.

Verraad en dubbelspel waren een onderdeel van het dagelijkse leven van de gevangenen geworden. In Buenos Aires werkte de marine aan een ander plan. De marineleiding zocht politieke toenadering tot de Montoneros en zette in het foltercentrum van de Technische school een soort 'denktank' op met de gevangenen. Die beheerden een documentatiecentrum en verzorgden een knipseldienst uit de internationale pers voor de marineleiding. Ze stelden de marine bovendien gedurfde plannen voor, waarop latere politieke samenwerking mogelijk zou zijn. Volgens Bonasso hebben gevangen Montoneros in de Technische school van de marine voor het eerst het plan ter sprake gebracht om de Falkland-eilanden aan te vallen. Vier jaar later, in 1982, was de marine de drijvende kracht achter de invasie van de Falklands, die eindigde in een nederlaag en de val van het militaire bewind. Als deze bewering juist is - en Bonasso's boek is gebaseerd op minitieus gecontroleerde feiten - zijn de Montoneros politiek medeverantwoordelijk geweest voor de dood van honderden Britse en Argentijnse soldaten. In Herinnering aan de dood komt geleidelijk een vernietigend beeld naar voren van de leiding van de Montoneros, die in Mexicaanse ballingschap doorging in zijn militaristische lijn, terwijl de sympathisanten van de beweging in Argentinie werden vermoord.

Massa's jongeren brachten de Montoneros op de been en vervolgens volhardde de leiding in een strijd waardoor een generatie van de Argentijnse jeugd werd uitgeroeid. De Montoneros waren een abjecte organisatie, die over tientallen miljoenen dollars beschikte, afkomstig van de ontvoering van een Argentijnse graanmagnaat en beheerd door sympathiserende bankiers.

De leiding was in handen van verblinde intellectuelen.

Persoonlijke gevoelens of meningen waren ondergeschikt aan het gelijk van de beweging. Rechtlijnig, wereldvreemd en met een stalinistische hierarchie joegen de Montoneros de illusie na dat ze met een gewapende strijd het Argentijnse leger konden verslaan en de sympathie van de bevolking zouden winnen. De rechtvaardiging voor hun aanslagen haalden ze uit de mythe van een socialistisch Peronisme.

JONGEREN Miguel Bonasso beschrijft de misdadigheid van de militairen. Maar nergens in het boek komt de vraag aan de orde die mij na lezing het meeste bezig hield: waarom koos een generatie Argentijnse jongeren voor het Peronisme, waarom geloofden ze in het militarisme van de Montoneros? Waarom bleven weldenkende, sympathieke mensen vasthouden aan de loyaliteit met een cynische organisatie, waren ze bereid om hun kinderen, hun geliefden en hun eigen leven te verliezen? En vooral: voor welk ideaal deden ze dat? Ze deden het in naam van Peron en van Evita. Ze jaagden een vage socialistische droom na, die belichaamd werd door een generaal met een fascistisch verleden en zijn demagogische minnares, die in 1951 was overleden. Het was een Madonna-syndroom, een projektie van idealen in een heilig verklaarde vrouw. Anno 1989, toen de Peronisten in Argentinie opnieuw aan de macht kwamen, is de militaristische linkervleugel van het Peronisme uitgeschakeld. De ruggegraat van het Peronisme, de vakbeweging, is ongebroken. De militairen hebben niets van hun politieke opvattingen veranderd. Voor Argentinie, ondergedompeld in een een chronische economische crisis, voorspelt dat weinig goeds. Herinnering aan de dood is onmisbaar om de tragedie van tien jaar geleden nooit te vergeten.

    • Roel Jansen