DANNY DE BIE: Een fietsende acrobaat die blubber haat

Morgen strijden de profs in het Spaanse Getxo om het wereldkampioenschap veldrijden. Danny de Bie, de 30-jarige titelverdediger, start als favoriet. Niet alleen omdat hij dit seizoen - hij boekte al veertien overwinningen - in de regenboogtrui uitblinkt. Ook omdat het Baskische parcours de Belg uit het gehucht Peipelheide goed ligt, als het ten minste niet regent. Want hij haat modder.

Vorig jaar twistte de cross-elite in Pontchateau om de wereldtitel. Bij de trainingen overwon De Bie vrijwel alle kunstmatige hindernissen zonder af te stappen. Om de lokale kanshebber Christophe Lavainne tegemoet te komen verhoogde de Franse organisatie de planken prompt tot veertig centimeter. Het mocht niet baten, de acrobaat De Bie nam de obstakels, als enige, zonder te hoeven lopen en deed daar zijn (beslissende) voordeel mee. Zijn vaardigheid roept herinneringen op aan de kleurrijke artiest Eric de Vlaeminck, die tussen '66 en '75 acht keer wereldkampioen werd.

Toch is er een belangrijk verschil: De Vlaeminck zweefde in een jump over de balken, terwijl De Bie in fasen te werk gaat. Eerst tilt hij zijn voorwiel op het houtwerk, vervolgens de rest van zijn fiets. 'Ik durf niet ineens', luidt zijn verklaring. Imitatie-pogingen van de concurrentie hebben tot nu toe gefaald. Frank van Bakel, in Getxo namens Nederland van de partij: 'Iedereen heeft het natuurlijk wel geprobeerd, de een vaker dan de ander. Men is ermee gestopt na een reeks gebroken tandwielen of pijnlijke valpartijen.' De Bie beheerst de unieke specialiteit al heel lang, maar dat is het grote publiek nimmer opgevallen omdat hij zelden in de frontlinie reed. Hij was jaren een echte flierefluiter. Het crossen was voor de pallieter een hobby of een gelegenheid de clown uit te hangen. Zo kreeg hij ooit de lachers op zijn hand door in een gestreept gevangenispak aan de start te verschijnen. Net als zijn broers Rudy (34) en Eddy (28), twee vrolijke renners die het bij de profs op de weg niet maakten, neemt De Bie het veldrijden pas sinds begin '87 echt serieus. Hij schoot als een komeet omhoog, hoewel de weg niet gemakkelijk was. De Bie kampte aanvankelijk met een minderwaardigheidscomplex als gevolg van zijn spraakgebrek. Het is opvallend dat hij direct na een succesrijke wedstrijd geen last heeft van stotteren. 'Zijn babbel wordt steeds beter', zegt Eric de Vlaeminck, thans Belgisch bondstrainer. De coach zal zich wel eens verbazen over de leef - en eetgewoonten van de regenboogtruidrager. Wat dat eerste betreft, de tv-liefhebber gaat dikwijls pas na twaalven naar bed. Van moderne oefenmethoden moet hij niets hebben en desnoods laat hij zijn vrouw Diane drie keer per dag patat frites op tafel zetten. Eric de Vlaeminck omschrijft de laatbloeier als een allround sportman.

'De Bie is lenig en behendig. Hij had ook als voetballer of atleet aan de top kunnen komen.'

De Bie was als junior een redelijke keeper tot hij zich als vijftienjarige op het wielrennen stortte. Geen moment met het idee prof te worden. Hij verdiende de kost zeven jaar lang als diamantslijper, waarna hij naar de bouw verhuisde. Nu staat zijn leven geheel in het teken van het veldrijden. Hij kan royaal rondkomen, maar miljonair is de door een Belgische bank gesponsorde renner niet. Dat lukt niet in deze wielertak, die trouwens aan populariteit verliest. De Bie is dan ook geen wereldvedette. Dat beaamt Roger de Vlaeminck, in de jaren zeventig een toprijder op dit nummer: 'Ik wil niets af doen aan zijn prestaties, maar De Bie mag een kaars branden voor Onze Lieve Vrouw van Heist op den Berg dat Hennie Stamsnijder deze competitie is gestopt en dat Roland Liboton sukkelt met zijn vorm.

Want hij heeft duidelijk minder inhoud dan die twee mannen. Dat blijkt ook uit het feit dat hij zijn eerste nationale titel pas als bijna-dertiger behaalde.'

'Bovendien', vervolgt De Vlaeminck, 'is zijn seizoen gezegend met bijzonder mooi weer. Nog niet een keer heeft hij in de modder hoeven ploeteren. Waar was hij anders geweest?' Als de blubber zich aandient, bekent ook De Bie, dan dalen zijn kansen aanzienlijk. Want lopen is zijn zwakke punt. Moet hij geregeld van de fiets af dan is de acrobaat met de paardestaart ('dat is geen imitatie; ik had hem eerder dan Laurent Fignon') niet veel meer dan een middenmoter.

    • Guido de Vries