Ambassadeur is over belangstelling voor Duits niet ontevreden

DEN HAAG, 3 febr. - De Duitse taal in Nederland ondergewaardeerd? Otto von der Gablentz, zes jaar ambassadeur van de Bondsrepubliek in ons land, gelooft er niet zoveel van. Daarvoor heeft hij genoeg aanwijzingen die deze suggestie in het vandaag gepubliceerde Actieprogramma Moderne Vreemde Talen logenstraffen. Von der Gablentz wijst op de aanzienlijke groep mensen in Nederland die het Duitstalige theater bezoekt en waardeert. De meeste, wat geletterde Nederlanders, kennen de Duitse literatuur van Brecht tot Boll. De cursussen Duits die de Kamer van Koophandel aanbieden zitten overvol. En Hans van Mierlo, leider van D66, mocht dan Von der Gablentz eens op een symposium hebben toegevoegd: 'Ik ben van de generatie die na de oorlog in verzet ging', maar dat is al weer een tijd geleden. Na Van Mierlo, die volgens de ambassadeur 'inderdaad niet zo goed Duits spreekt' is er een generatie groot geworden die wat meer ontspannen met de Duitse taal omgaat. Natuurlijk ziet de diplomaat die zegt van taal zijn hobby te hebben gemaakt, ook wel zorgelijke ontwikkelingen. Zo noopten de plannen van de toenmalige minister Deetman met de basisvorming (een nieuwe onderbouw van het voortgezet onderwijs) hem en zijn Franse collega tot een heuse demarche bij de bewindsman. Engels was verplicht, maar Frans en Duits moesten van Deetman maar naar de gunst van de leerling gaan dingen als tweede verplichte taal.

In de ogen van de twee diplomaten zou dit de positie van hun twee talen in het voortgezet onderwijs te veel ondermijnen. Trouwens, Frans en Duits hadden hun rivaliteit nu juist afgeleerd. Moesten ze nu opeens weer met elkaar gaan concurreren? Von der Gablentz moet toegeven dat het diplomatiek protest nog niet heeft geleid tot bijstelling van de plannen. Wel signaleert hij toenemende druk om de moderne talen meer ruimte te geven in de herstructurering van het voortgezet onderwijs. 'Kies exact' - refererend aan de campagne van het ministerie om de keuze van meisjes voor exacte vakken te stimuleren - 'heeft niet het laatste woord', aldus de ambassadeur. Hij zegt het in het vrijwel onberispelijk Nederlands dat hij leerde bij onder meer het particuliere taleninstituut van de nonnen van Vught. Men moet niet denken dat de Duitse diplomaat met zijn protest de dominantie van het Engels in ons onderwijs en onze cultuur heeft willen aanvechten. Die staat voor hem vast, ook tijdens alle turbulente ontwikkelingen in Oost-Europa en rond de beide Duitslanden in het bijzonder. Een eventuele hereniging van de Bondsrepubliek en de DDR zal volgens hem niet door de macht van het getal tot een sterkere invloed van de Duitse taal in ons land leiden. Daarvoor is het aantal Oostduitsers dat zich bij de Duitse eenheid zou voegen (17 miljoen tegenover 75 miljoen van de Bondsrepubliek) te klein. 'Bovendien', voegt Von der Gablentz eraan toe, 'Europa heeft zijn Esperanto al. Dat is Engels.' Echt jaloers kan hij er niet op zijn.

De massalisering van deze taal heeft onvermijdelijk tot kwaliteitsverlies geleid. Wat overbleef is een internationaal 'broken English'.

De diplomaat, die enkele jaren in Oxford verbleef, hekelt met name het inexacte en informele 'Sort-of-you-know- what-I-mean'-taaltje dat volgens hem uit het Amerikaans in het internationale Engels is geslopen. De taal is daarmee meer een communicatiemiddel geworden en wat minder de uitdrukking van een denktrant, een logica, een cultuur die elke taal toch ook is? De huidige minister van onderwijs ziet Engels kennelijk ook alleen maar als zo'n communicatiemiddel, concludeert de ambassadeur. Anders had Ritzen nooit zijn plan gelanceerd om hier en daar in de Nederlandse wetenschapsbeoefening het Engels als voertaal te introduceren.

    • Kees Versteegh