Zuid-Afrika: op weg naar vrijheid

TOEN F. W. DE KLERK vorig jaar augustus een eind maakte aan de macht van P. W. Botha en het presidentschap van Zuid-Afrika overnam, moet hij geweten hebben dat de dag naderde waarop het spel uit zou zijn. Vandaag stond hij voor het parlement in Kaapstad, alle parafernalia van blanke deftigheid aan zijn zijde, om de vrijlating van Nelson Mandela aan te kondigen. Het was een bekentenis verpakt als concessie. Het begin van het einde van een rampzalig experiment dat volgens de uitvoerders werd ondernomen in de naam van 'Europese waarden'. Vandaag heeft de meerderheid van de vijf miljoen blanke Zuidafrikanen toegegeven dat zij niet langer 28 miljoen zwarte landgenoten als een ander soort mens kan blijven behandelen. 'De overheersing van de blanken is ten einde', zei De Klerks minister van buitenlandse zaken, Botha, even voordat de president de langverwachte toespraak met handreikingen naar de zwarte meerderheid zou uitspreken. Met de beloofde vrijlating van Mandela en anderen die vastzaten wegens het lidmaatschap van het ANC, de communistische partij, het Verenigd Democratisch Front of andere anti-apartheidsorganisaties hebben de blanken hun machtsmonopolie nog niet daadwerkelijk afgestaan. Wat vandaag is aangekondigd opent de weg naar normale democratische verhoudingen. Althans voorzover men er in een democratische omgeving op mag rekenen niet zonder proces te worden opgepakt wegens het uiten van kritiek op de regering van de dag.

Aan de opbouw van een systeem dat de naam democratie waardig is moet nog begonnen worden. Sinds hij Robben Eiland mocht verlaten, heeft Mandela in zijn gevangenisbungalow (een prinsenkind waardig) met het geduld en het analytisch vermogen van de jurist die hij is al maanden geschaakt met de nieuwe realisten in Pretoria. Zolang het ANC zich door bommengooien onaanvaardbaar maakte als onderhandelingspartner, kon Mandela geen doorbraak forceren. Nu het zwarte geweld alweer een tijd grotendeels achterwege bleef, was wit aan zet.

DE KLERK HEEFT zich moedig getoond. Door alle oppositie-organisaties toe te staan en de pers in principe vrij te maken (met uitzondering van tv-verslaggeving van rellen) staat hij voor het eerst sinds vele decennia een openbaar politiek debat in zijn land toe. Door de doodstraf vrijwel af te schaffen en detentie zonder proces tot zes maanden te beperken stuurt hij Zuid-Afrika in de richting van een rechtsstaat. De grondgedachte van de Zuidafrikaanse regering moet geweest zijn: een flink aantal stenen des aanstoots voor de zwarte meerderheid wegnemen en daarmee iedere opposant die niet wil mee-onderhandelen over een compromis voor de organisatie van een nieuw land buiten de orde plaatsen. De kern van de apartheid, de onvergeeflijke discriminatie naar ras, blijft in al zijn absurde legalistische uitwerkingen voorlopig nog bestaan: forse brokken materiaal voor onderhandelingen op de weg naar vrijheid. Wat voor de zwarte meerderheid vrijheid als staatsburger moet worden, die zij sinds eeuwen heeft ontbeerd, is voor de blanke minderheid een vrijheid aan de rand van de zee. Het algemeen kiesrecht dat De Klerk vanmorgen in het vooruitzicht stelde werd door zijn minister van onderwijs, Van der Merwe, dan ook gekwalificeerd als een algemeen kiesrecht, maar niet noodzakelijkerwijs voor een en hetzelfde staatkundig lichaam. De blanken hopen nog steeds op een hoekje voor zichzelf.

EEN TRIOMF voor de rede. Minder is de vandaag ingeslagen weg naar vrijheid niet. Misschien is het ironisch dat in een periode waarin de vreugde om de afbrokkeling van het marxisme-leninisme in Oost-Europa wat getemperd begint te raken, diezelfde ontwikkeling de beide onverzoenlijk lijkende partijen in Zuid-Afrika tot elkaar begint te brengen. Uit gegroeid vertrouwen, of uit bittere noodzaak, dat maakt voor de vrede in Zuid-Afrika niet veel uit.