Tijd is rijp voor Hollandse oostpolitiek

De ene bank na de andere valt om in de Europese kerk. Na een goed gesprek in Moskou zijn nu ook Gorbatsjov en DDR-premier Modrow hartelijk voor Duitse eenheid. Modrow schikte zich gisteren zelfs verrassend naar de leus van de demonstranten in zijn land: Deutschland einig Vaterland. Wat blijft er zo nog aan zekerheden voor de kritisch-progressieve Nederlandse intellectueel en zijn geengageerde Westeuropese vrienden? En voor gereserveerde Haagse bewindslieden die over Duitse zelfbeschikking en eenheid nu dagelijks nieuwe opwindende post krijgen? Post die na veertig jaar geen vertrouwd-theoretische maar plotseling acuut-praktische en realistische betekenis heeft - heden, dringend.

Ook de Nederlanders moeten aangaande de Duitse kwestie iets nieuws verzinnen. Zeker nu de VS op grotere afstand raken en het traditionele vertrouwen in de beheersende en integrerende functie van Atlantische kaders, dus ook van de NAVO, vermindert in een Europa dat het communisme als samenbindend vijandbeeld kwijt is. De Westeuropese wapens hebben, net als de voorwaartse verdediging van de NAVO, inmiddels zelfs iets obscuurs gekregen. Krijgt nu een nieuw gevaar groot-Duitse trekken en moet Den Haag in Europa, in de Europese Gemeenschap, maar ouderwets tussen de grote hoofdsteden gaan balanceren? Nee toch? Trouwens, hoe zou dat moeten, hoe 'politiek', hoe democratisch is dat zo economisch geprofileerde Europa? De snelle metamorfose van het Eurosclerosische internationale antiquariaat (midden jaren tachtig) naar het Dynamische Europa '92 zonder binnengrenzen heeft Brussel eerder doorgemaakt aan de hand van het bedrijfsleven dan van zijn politici. Dat Europa, dat als democratisch voorbeeld voor de Oosteuropese vernieuwers een nogal matige parlementaire controle kent, leeft voor een belangrijk deel bij de gratie van de economische dossiers.

Inmiddels zijn Westeuropese politici wat de Duitse kwestie betreft soms al bijna terug in de jaren dertig; met allerlei zorgen en nationale belangentegenstellingen die in de Europese statuten achterhaald zijn verklaard maar toch nog stevig aanwezig blijken. Als tegenwicht voor een herenigd Duitsland zijn Parijs en Londen - als zij het daarover al eens zouden zijn of worden - samen nauwelijks groot genoeg. En bovendien, de Gemeenschap is er om economisch te integreren en juist niet voor nationaal-politieke balanceeroefeningen.

Moet Nederland het als klein land in een veranderend Europa dan voortaan maar doen met de psychologische reflexen volgens professor Pavlov? Het zelfgevoel van binnen de Amsterdamse grachtengordel als het ware tot nationale politiek verheven? Gaan dwarsliggen jegens de grote onzekere oosterbuur en diens eventuele neiging tot nationalisme? Nee, dat zou soms goed bevallen, maar hoogst onpraktisch zijn, ja zelfs contraproduktief.

Nederland staat voor een heel andere, voor velen moeilijke keus. Het mag Europees voetbalkampioen zijn, maar het kan er in zijn praktische Europese politiek steeds minder omheen dat het, economisch gesproken, als het ware een deelstaat van de Bondsrepubliek is. Het zou er daarom, bij voorbeeld, wijs aan doen om over de beperking van Nederlandse troepen in West-Duitsland geen besluiten te nemen (of te overwegen) zonder daarover vooraf met Bonn te praten.

Hoe dan ook, ons er nu van afmaken met de vraag: 'De Duitse kwestie staat die eigenlijk wel op de agenda?' is heus te weinig. Die Duitse kwestie ontwikkelt zich razend snel. De DDR is niet alleen in politiek, economisch, moreel en maatschappelijk opzicht de mislukte geschiedenis van 'het re eel bestaande socialisme op Duitse bodem': als er niet snel 'n vorm van Duitse eenheid komt heeft de DDR zometeen zelfs geen bevolking meer. Voor de korte termijn is het probleem daarmee niet een dreigende 'uitverkoop' van de DDR, maar de vraag hoe de verdere uittocht van haar bevolking te stoppen valt.

Nederland staat met dit probleem niet alleen. Struikelend proberen politici in Duitsland en Europa het fantastische verloop van de gebeurtenissen bij te houden. Met Oost-Europa staat sinds een half jaar ook het diplomatieke handboek op zijn kop. Zelfs plechtige interim-codificaties van de presidenten van de VS en de Sovjet-Unie, begin december op hun Malteser top, blijken na twee maanden al achterhaald. De jongste geluiden uit Moskou, Oost-Berlijn en Washington maken dat duidelijk.

Ook de Westduitse minister van defensie moet zich nu al bezinnen op een kortgeleden nog ongedacht vraagstuk: wat moet hij doen met een flinke groep gewezen Oostduitsers (ruim honderd) die kort geleden nog het uniform aan hadden van de Nationale Volksarmee van de DDR, maar inmiddels als Westduitsers naar een betrekking bij de Bundeswehr hebben gesolliciteerd? Van het Warschaupact naar de NAVO in een paar weken, op dit gedeelte van de Westduitse arbeidsmarkt zijn de bewegingen in Europa treffend geillustreerd. Minister Stoltenberg, enigszins de Jan Precies van de Westduitse regeringscoalitie, wil die sollicitanten in beginsel wel aannemen, wat ook wel wat zegt over de verandering der dingen.

Deze week hadden de politici in Bonn een goed etmaal nodig om aan het idee te wennen dat Gorbatsjov de naderende Duits-Duitse eenheid niet meer als eerste remmer maar - 'gezien de dynamiek van de Duitse ontwikkeling' - alsnog als medevormgever wenst te begeleiden. Kanselier Kohl noemde de koerswijziging van Moskou en Modrow 'bemoedigend'. Nu moet er, zei hij, met de buren in Oost en West worden gewerkt aan een constructieve oplossing van het Duitse vraagstuk die rekening houdt met ieders veiligheidsbelangen. Minister Genscher (FDP, buitenlandse zaken) definieerde verder. Het Westen moet nu vooral geen voordeel uit de situatie proberen te halen. Een geheel in de NAVO opgenomen herenigd Duitsland (zoals de VS willen) is straks al even ongewenst als een neutraal herenigd Duitsland (wat Moskou en Modrow blijkens hun laatste boodschap nog willen). Als in beide Duitslanden herontdekte aartsvader van de SPD noemde oud-kanselier Willy Brandt na Gorbatsjovs verklaring de komende Duitse eenheid alvast een voldongen feit ('Die Sache ist gelaufen'). Voldongen feit of niet, kleine buurlanden die nog invloed willen in Brussel of in Bonn, zouden hun nationale agenda in elk geval zo snel mogelijk moeten aanpassen aan de Europese werkelijkheid. De ontkenning daarvan zou strijdig zijn met het eigen belang. Niet alleen Duitsers moeten aan Duitse politiek doen, maar anderen ook. En daarom zou Nederland anno 1990 juist in zijn Europese politiek nog wat vaker in oostelijke richting mogen kijken. Dat is geen traditie, maar wel nodig.