Staat verplicht tot meten van geluid bij vliegveld Beek

DEN HAAG, 2 febr. - De Staat moet voor 1 januari 1991 bij het vliegveld Beek apparatuur hebben geinstalleerd voor het meten van geluid en het bewaken van de vliegroute. De vice-president van de Haagse rechtbank, mr. R. Portheine, heeft dat vanmorgen bepaald.

Op het niet nakomen van beide verplichtingen staat een dwangsom van honderdduizend gulden per dag. De Vereniging 'Geen Uitbreiding Vliegveld Beek' had in een kort geding een snellere aanleg geeist van de meetsystemen, maar volgens landsadvocaat mr. H. Th. Bouma is dat technisch niet uitvoerbaar. Waarschijnlijk kan het voor het einde van dit jaar wel worden aangelegd.

Met de Rijksluchtvaartdienst zijn afspraken gemaakt over een systeem dat gegevens verstrekt over vliegtuigen die overkomen, zoals het type, de snelheid, de route en de eigenaar. Dat systeem, FANOMOS, moet worden gekoppeld aan apparatuur die de geluidsterkte meet. Dan kunnen vliegtuigen die de geluidsnormen overschrijden worden achterhaald en de eigenaars worden gestraft.

De gekozen apparatuur moet de instemming hebben van de vereniging. Met FANOMOS is dat het geval, maar voor de meting van geluid wil de vereniging apparatuur hebben die TNO heeft aanbevolen. Tevens is in het kort geding bepaald dat het rijk wekelijks de meetgegevens van het vliegveld die nu al beschikbaar zijn aan de vereniging moet geven. Sinds augustus is dit niet meer gebeurd, omdat de vereniging niet meer om de gegevens zou hebben gevraagd.