Rutten: Ik ging op EZ intellectuele uitdaging missen

DEN HAAG, 2 febr. - Vlak voor Kerstmis vroeg minister-president Lubbers de secretaris-generaal van Economische Zaken of hij voorzitter wilde worden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Drie dagen dacht prof. dr. Frans Rutten na, voordat hij ja zei. Gisteren, vlak voor zijn definitieve benoeming, had hij zijn eerste gesprek met leden van de Raad. Hij kwam er fluitend van terug. 'Ik herkende mijn jonge jaren weer. De onafhankelijke combinatie van wetenschap en beleid.'

Rutten ziet zijn nieuwe werkkring als een 'intellectuele uitdaging'. Die mist hij op het ministerie nu het goed gaat met de economie en de grote problemen van zo'n tien jaar geleden zijn opgelost. Dat is volgens hem de enige reden voor zijn vertrek. De nieuwe kleur van het kabinet heeft er niets mee te maken. En ook het gerucht dat hij niet zou kunnen opschieten met de eigenzinnige, nieuwe minister van economische zaken Andriessen, ontkent hij ten stelligste. Het is volgens hem een fabeltje dat Andriessen censuur zou hebben toegepast op zijn traditionele Nieuwjaarsartikel.

Rutten: 'Geen sprake van. Ik leg al jaren het concept van het artikel voor aan de minister. Andriessen heeft juist gezegd dat hij het een prima verhaal vond. 'Een van de betere in de reeks.' Het meest constructieve commentaar dat ik van ministers gekregen heb, kwam juist van Andriessen. Ik heb dat absoluut niet als kritiek ervaren. Hij ziet de economische situatie misschien zelfs ietsje zorgelijker dan ik.' Rutten ontkent niet dat een nieuwe minister 'een zekere invloed heeft' op zijn functioneren. Maar daar is hij in zestien jaar aan gewend geraakt. 'Terlouw was de meest sympathieke, de meest opene en heldere man om mee om te gaan. Maar dat is niet het meest belangrijke. Het gaat om de resultaten.'

Er is op het departement wel het een en ander veranderd sinds de komst van Andriessen. Ambtenaren kunnen minder gemakkelijk bij de minister binnenlopen dan onder De Korte de gewoonte was. Andriessen heeft de ministersstaf verkleind. Rutten: 'Dat was voor sommigen pijnlijk, maar hetzelfde hebben mijn plaatsvervanger en ik een paar jaar geleden voorgesteld aan zijn voorganger. Die is er alleen nooit op ingegaan.' Rutten gaat volgens eigen zeggen weg, omdat hij 'de emotionele verbondenheid met de economie' mist, zijn belangrijkste drijfveer in de afgelopen zestien jaar. Vanaf zijn aantreden in 1973 is Rutten geconfronteerd met grote economische problemen. Eerst de oliecrisis. Als jonge secretaris-generaal zorgde hij voor de benzinebonnen. Toen daarna de economische groei terugliep stond hij aan de wieg van de grote WIR-operatie, de subsidie die het bedrijfsleven moest stimuleren weer te investeren. En in het diepe economische dal van eind jaren zeventig, begin tachtig, deed hij met andere topambtenaren, verenigd in de Centraal Economische Commissie, omvangrijke saneringsvoorstellen die uiteindelijk leidden tot economisch herstel. De voorstellen werden niet direct overgenomen. 'Een aantal jaren was voor de problemen geen politieke oplossing mogelijk', kijkt Rutten terug. Het was pas het kabinet-Lubbers I die de zijns inziens noodzakelijke bezuinigingen durfde door te voeren. 'Dat was een spannende tijd. Medio jaren tachtig was de prognose: de aanpak slaagt niet. Als ze me toen een andere baan hadden aangeboden, zou ik het niet hebben gedaan. Ik was emotioneel te nauw betrokken bij de koers die was uitgezet. Maar we hebben het gered. Het is nu meer een kwestie van volhouden dan van grote ideeen. Daarmee is voor mij de spanning van deze functie komen te vervallen.'

Het illustreert Ruttens voorkeur voor het uitstippelen van het beleid boven het leiding geven aan het departement. 'In spannende jaren was mijn agenda voor tweederde gevuld met grote economische zaken. Dat is nu anders. Ik verveel me niet en heb nog wel genoeg te doen, maar niet op het terrein dat ik echt ambieer. De economische problemen die je nu hebt zijn voor een deel luxe problemen. Je krijgt nu te maken met kleinere vraagstukken. Die zijn voor mij minder een uitdaging.' Is het voorzitterschap van de WRR dat wel? 'Ik ben opgevoed voor de wetenschap. Mijn vader was hoogst ongelukkig toen ik secretaris-generaal werd. Maar ik vond dat ik in die functie mijn voorliefde voor de combinatie van wetenschap en beleid kon botvieren. Het lijkt me buitengewoon leuk om die combinatie weer te zoeken bij de WRR en dan op een breder terrein dan dat van de macro-economie.' Rutten denkt bij de WRR 'creatiever en onafhankelijker' te kunnen opereren. 'Als ambtenaar ben je nooit gehouden om te liegen, maar er zijn wel zekere grenzen aan wat je kunt zeggen. Eind zeventig, begin tachtig, onder de kabinetten-Van Agt, was het duidelijk dat het beleid niet toereikend was, maar daarover kon je in het publiek niet al te veel zeggen.' Aan Van Agt lag het trouwens niet, volgens Rutten. 'Wij verschilden weinig van mening. Het was meer de politieke situatie die het Van Agt onmogelijk maakte te doen wat nodig was. Bovendien had hij het ongeluk te moeten werken met te optimistische prognoses van de economische ontwikkeling.'

Te optimistische prognoses die Rutten zelf trouwens als een van zijn 'grote missers' ziet.

U wordt de machtigste ambtenaar van Den Haag genoemd. 'Ik denk dat ik een van degenen ben die de meeste ervaring heeft met economisch beleid. Voorzover je als ambtenaar enige invloed hebt, berust die voor negentig procent op argumenten die voor iedereen controleerbaar moeten zijn. Verder is het een kwestie van timing, tactiek en gevoel voor haalbaarheid. Voor mij heeft het woord macht een negatieve betekenis. Het beleid wordt niet bepaald door een groepje mensen, het wordt ook sterk beinvloed door de publieke opinie, de media en deskundigen met een helder verstand.' Heeft de WRR nog toekomst? 'De invloed van de WRR is onder Albeda vergroot. Het is mijn streven die lijn verder naar boven te brengen. De bundel van onafhankelijke expertise die er in Nederland is, moet worden benut. Ik ben maniakaal op het punt van deskundigheid. Bovenaan mijn prioriteitenlijstje staat een advies over het bevorderen van de arbeidsparticipatie. Mijn grote zorg.' Zijn er zaken die u de afgelopen zestien jaar volstrekt verkeerd hebt gezien? 'De zaak met de benzinebonnen was een grote misser. Ik was toen voorzitter van de oliecommissie. Volgens de officiele berekeningen dreigde een tekort aan olie.

Toen de beslissing moest worden genomen om de bonnen in te voeren, kwamen er geruchten vanuit de FNV: de olietanks puilen uit. Toen hebben we als commissie gezegd: 'Nee, dat is speculatie. We voeren de bonnen in.' Minister Lubbers zag die beslissing niet zitten. Toen mocht ik als ambtenaar in de ministerraad, een unicum overigens, de invoering van de bonnen verdedigen. De zaak is een flop geworden. Na drie dagen al. Een uitgesproken misser.' Na enige aandrang noemt Rutten nog enkele missers. Hij onderschatte de mogelijkheid om het - overigens succesvolle - conjunctuurprogramma van 1974, dat bestemd was om na de oliecrisis de effectieve vraag een stimulans te geven, weer terug te draaien. Het vergrootte blijvend het financieringstekort. Hetzelfde verwijt maakt hij zichzelf over zijn voorstel in 1976 om een programma van investeringsstimulering (WIR) en verlaging van werkgeverslasten te financieren door verhoging van het financieringstekort. Rutten: 'We hadden daarvoor moeten bezuinigingen'. Gezien uw argumenten om weg te gaan, kan de profielschets van uw opvolger er anders uitzien? 'Een wetenschapper is natuurlijk nooit weg, maar de noodzaak van een macro-econoom is in ieder geval minder.' U hebt er wel groot vertrouwen in dat het met de economie en de overheidsfinancien een hele tijd goed blijft gaan? Rutten begint luid te lachen: 'Laat ik het anders zeggen. Ik zou het niet meer kunnen aanzien als het weer fout zou gaan.'

    • Aukje van Roessel
    • José Toirkens