Fresco's schoonmaken

De huidige techniek van restauratie, of conservering zoals ze liever zeggen in de Vaticaanse musea, staat mijlenver van de methodes die in vroeger jaren zijn gebruikt. Al in 1543 worden er speciale bewakers aangesteld, de mundatori, die ook tot taak hebben de fresco's schoon te maken. Veel meer dan afstoffen met een plumeau doen zij niet. In 1625 wordt besloten tot een ingrijpender restauratie. Een tijdgenoot beschrijft het werk van de restaurateur als volgt: 'De figuren werden een voor een afgestoft, met een linnen doek en het stof werd erafgehaald met een stuk twee-centsbrood of van een goedkopere soort, door voorzichtig te wrijven, en waar het stof vaster zat, maakte hij het brood een beetje vochtig, en zo herstelde hij de werken in hun oorspronkelijke schoonheid zonder enige schade aan te richten.' Een kleine honderd jaar later is er een nieuwe restauratie, volgens de kronieken met sponzen die zijn gedompeld in zure Griekse wijn. Het is in de achttiende eeuw dat waarschijnlijk de grootste schade is aangericht door de restaurateurs.

Omdat de Sixtijnse kapel, eind vijftiende eeuw gebouwd in opdracht van paus Sixtus IV, op zachte ondergrond stond, kwamen er al snel scheuren in muren en plafond. Hierdoor lekte regenwater naar binnen, wat zichtbaar bleef in een afscheiding van minuscule zoutkristallen. Om deze te verbergen, werden de fresco's op sommige plaatsen bedekt met een dunne laag lijm. Maar het middel bleek erger dan de kwaal. Even werden de kleuren opgehaald, maar na een paar jaar werden ze flets. In een poging om het kleurenpalet weer uniform te maken, werd in de achttiende eeuw - wanneer en door wie is niet duidelijk - het hele plafond met een laag lijm bedekt. Het is dan ook uit die tijd dat voor het eerst de klachten komen dat de fresco's zo donker zijn. Goethe, in 1787 op bezoek in Rome, was bijzonder teleurgesteld. Hij weet het donkerder worden vooral aan de wierook en de kaarsen, maar hoofdschuldige is de hardnekkige lijmlaag, die tot een paar jaar terug niet te verwijderen leek zonder ook de fresco's aan te tasten. Bij de restauratie van Michelangelo's fresco's, die in 1980 begon, is het schilderwerk eerst zorgvuldig onderzocht, onder andere met infrarood en ultraviolet licht en met het oranje monochrome licht uit natriumlampen. Het was aanvankelijk de bedoeling alleen de portretten van de pausen, bovenaan de muren, schoon te maken. Maar toen bleek dat alle fresco's bedreigd werden doordat de lijm samentrok en op de zwakste punten de kleurpigmenten wegtrok, werd besloten alle fresco's schoon te maken. De fresco's hebben geen beschermende laag gekregen. De restaurateurs hebben alleen het minimieme laagje stof laten zitten dat zich direct nadat Michelangelo klaar was, aan het fresco heeft gehecht. Omdat het Vaticaan het hele restauratieproces op film wilde vastleggen, is het op zoek gegaan naar een sponsor. Het Japanse tv-station Nippon Television had het beste bod: drie miljoen dollar. In ruil daarvoor heeft Nippon Television tot drie jaar na voltooiing van de restauratie de exclusieve rechten op foto's en film.