Briefkaart uit Nicosia; Leugenstaat

Op het verdeelde eiland Cyprus worstelt men al een kwart eeuw met het probleem van de terminologie. Hoe moet men elkaar aanduiden? Misschien de enige twee die daar geen moeite meer mee hebben zijn de burgemeesters van de hoofdstad (hoofdsteden) Nicosia. Lellos Dimitriades van de Griekse sector en Mustafa Akinci van de Turkse ontmoeten elkaar al sinds jaar en dag op geregelde tijden bij een kopje (Turkse?) koffie. Het gaat dan om de acute problemen van hun stad (steden): elektriciteits- en watervoorziening, luchtvervuiling, zwerfhonden die zich niet storen aan de Groene Lijn die de twee sectoren scheidt, en wat verder ter tafel komt.

De een is voor de ander burgemeester, al spreken ze elkaar langzamerhand vermoedelijk wel bij de voornaam aan. Maar overigens is het voor de Grieken een en al aanhalingstekens wat de Turkse klok slaat. De alleen door Turkije erkende 'Turkse Republiek Noord Cyprus' is immers niet echt, het is een pseudokratos, een leugenstaat. Dus is niets ervan echt, en moet alles tussen aanhalingstekens, de 'president' Denktash maar ook de 'oppositieleider' Oktur, de 'ministers' en het 'parlement'. Op de radio kan men al die aanhalingstekens niet tot uitdrukking brengen, dus voorziet men alles van het voorvoegsel pseudo, of paranomo, illegaal.

Dat gaat heel ver. Het vliegveld Ercan in de Turkse zone functioneert nu al vijftien jaar zonder ongelukken - toch wordt het door de Grieken nog altijd illegaal genoemd, evenals het Turks-Cyprische radiostation Bayrak, dat al sinds 1964 in de lucht is.

Toen onlangs Griekse vrouwen en geestelijken uit protest tegen de 15 jaar durende Turkse bezetting van 37 procent van het eiland de bufferzone van Nicosia binnendrongen en daar door de Turken werden gearresteerd, kwamen ze voor een 'pseudorechtbank' die hen veroordeelde tot hechtenis in een 'pseudogevangenis'. Hier wordt het wel een beetje Bibelebons. Men zou haast zeggen: een pseudogevangenis is toch niet zo erg, daar kun je toch zo uit wegkomen? Maar alle Griekse gekheid op een stokje. De Turken en Turks-Cyprioten kunnen er ook wat van. Bij hen is het de gekozen Grieks-Cyprische president van de Republiek Cyprus, George Vassiliou, die hen met onbeschrijfelijke weerzin en ergernis vervult, elke keer als hij Cyprus weer 'vertegenwoordigt' bij een conferentie of met alle egards wordt behandeld bij staatsbezoeken, tot op het Witte Huis en Buckingham Palace toe. Van de weeromstuit noemen ze hem 'leider van de Grieks-Cyprische gemeenschap' of 'administratie' op een eiland waar blijkbaar alleen Denktash de titel van president mag voeren.

En komt op de nieuwsberichten van de Turkse televisie Cyprus ter sprake, dan ziet men een kaartje waarop de noordelijke - zeg maar gerust - helft van het eiland met koeieletters is aangeduid als Turkse Republiek Noord Cyprus, terwijl wat er in het Zuiden nog over is 'Griekse zone' wordt genoemd. Als je dat ziet ga je iets begrijpen van de Griekse fobie dat de Turken ook nog een oogje hebben op de rest van het eiland. Al die schichtige aanhalingstekens, al dat niet onder ogen willen zien van de realiteit van vliegvelden en gerechtshoven, gaan terug op vrees. Of die vrees gerechtvaardigd is blijft de vraag.

    • Frans van Hasselt