Beheer van arbeidspools nog omstreden

DEN HAAG, 2 febr. - Jarenlang hebben de arbeidspools gevaren onder de vlag 'initiatief-wetsvoorstel Buurmeijer/Leijnse', genoemd naar de twee PvdA-Kamerleden die als eersten met het idee kwamen. Het voorstel vond slechts met horten en stoten zijn gang door de parlementaire democratie en bereikte daar nooit de finish. Maar sinds het afgelopen najaar zijn de arbeidspools regeringsbeleid geworden. In het regeerakkoord van het kabinet-Lubbers/Kok hebben zij een prominente plaats gekregen in het beleid van sociale vernieuwing. De arbeidspools moeten nu eindelijk eens een eind maken aan de hardnekkige langdurige werkloosheid.

Een voorbereidende commissie van werkgevers, werknemers en overheid werkt nu in opdracht van het kabinet aan de precieze uitwerking van de arbeidspools. Over de manier waarop de pools te werk moeten gaan, bestaat in grote lijnen al overeenstemming. Langdurig werklozen die op de gewone arbeidsmarkt geen kans meer hebben, kunnen in vaste dienst komen van de arbeidspool. De pool leent hen uit aan andere werkgevers voor het verrichten van eenvoudige werkzaamheden. Regelmatig wordt bekeken of de deelnemer aan de pool alsnog kan doorstromen naar een gewone baan.

Maar over de bestuurlijke vormgeving bestaat nog onenigheid. Oorspronkelijk initiatiefnemer Frans Leijnse vreest dat dit de invoering van de pools opnieuw zal vertragen. Tot nu toe zijn gemeenten enerzijds en sociale partners anderzijds het niet eens geworden wie straks de eerst verantwoordelijke zal zijn. Minister De Vries van sociale zaken heeft in antwoord op vragen van de Kamer over zijn begroting al gezegd dat de regering voorstander is van een gedeelde verantwoordelijkheid. De VNG blijft er echter bij dat zij de aangewezen instantie is om de pools de besturen. Zij heeft haar standpunt ook aangekaart bij de ministeriele commissie die zich buigt over de nadere invulling van sociale vernieuwing. Zij hoopt de overheid alsnog tot haar standpunt te kunnen overhalen. Leijnse is daarover geirriteerd. 'Ik word langzamerhand zeer ongeduldig. Dat voorstel over arbeidspools ligt er nu al vier jaar. Ik begrijp niet welk doel het zou dienen deze zaak op te houden met de vraag wie de regiefunctie heeft', zegt hij. Leijnse vindt dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wel een heel grote verantwoordelijkheid op zich neemt door er hardnekkig aan vast te houden dat de gemeenten de aangewezen instanties zijn om de pools te beheren.

In een nota doet de tripartite commissie het voorstel om de arbeidspools een gedeelde verantwoordelijkheid te maken van gemeenten en de nieuwe regionale besturen voor de arbeidsvoorziening (RBA's). Leijnse is hiervan een warm voorstander. Hij vindt het bovendien essentieel dat gemeenten en arbeidsvoorziening ieder een deel van het voor de pools beschikbare geld krijgen, zodat zij wel gedwongen zijn om samen te werken. Leijnse: 'Door ze de financien te laten delen, dwing je ze bij elkaar te komen. Dat is een heldere gedachte, vind ik'. Volgens Leijnse is het 'dodelijk' als de verantwoordelijkheid of uitsluitend bij gemeenten, of alleen bij de arbeidsvoorziening ligt. 'Als je het alleen bij arbeidsvoorziening onderbrengt, loop je het risico dat de meest problematische groepen er niet aan te pas komen. Dat is geen wantrouwen, maar het constateren van een feit dat te maken heeft met de bemiddelende functie van de instelling'. Maar als alleen de gemeente de pools beheert, bestaat het gevaar dat het een restvoorziening wordt voor diegenen die absoluut niet meer interessant zijn voor de arbeidsmarkt, meent het PvdA-Kamerlid. 'Als zo iemand is geplaatst haalt het arbeidsbureau hem uit de bak, en doet er niets meer voor. Dat moeten we absoluut niet hebben. Want degenen die nu kansloos zijn, kunnen na een of twee jaar arbeidspool meer kansen op de markt hebben. Ze moeten altijd de mogelijkheid hebben om door te stromen uit de pool. Het arbeidsbureau moet dus 100 procent betrokken blijven.' Leijnse is niet bang dat gedeelde verantwoordelijkheid tot onmacht zal leiden bij het nemen van beslissingen. 'Ze zijn wel gek als ze het tot een patstelling laten komen. Beide partijen hebben er immers belang bij: de arbeidsbureaus willen best een groot deel van hun werklozen wegstrepen. Voor de gemeenten geldt dat ze een zwak deel van hun sociale dienstbestand zullen kunnen doorplaatsen.' Bovendien, zo meent hij, zijn de gemeenten ook vertegenwoordigd in de nieuwe organisaties voor de arbeidsvoorziening. Ze kunnen in feite vanaf twee kanten de vinger aan de pols houden.

Maar P. Lemmen, beleidsmedewerker van de VNG zegt: 'Het regeerakkoord wijst de gemeenten aan als coordinator van het sociale vernieuwingsbeleid, en arbeidspools maken daar een belangrijk deel van uit. Als de pools daaruit worden gehaald, verbrokkelt het geheel.' Hij voert ook aan dat veel gemeenten al met een poolsysteem werken, en dus ervaring hebben. Bovendien zullen de pools moeten aansluiten bij de al bestaande gemeentelijke organisaties die in het verleden het Jeugd Werk Garantieplan uitvoerden. 'De gemeenten zijn al klaar. Die kunnen bij wijze van spreken morgen aan de slag. Als arbeidsvoorziening daar als tweede kapitein tussenkomt, dan moeten we weer helemaal opnieuw afstemmen. Dat leidt alleen maar tot vertragingen.'

Lemmen wil niet verder gaan dan toezeggen dat de gemeenten goede afspraken met de arbeidsvoorziening moeten maken, alvorens zij tot vorming van een banenpool mogen overgaan. 'Daarvoor hoeft de uitvoeringsorganisatie niet per se onder gemeenten en RBA te vallen. Arbeidsvoorziening moet vertrouwen hebben in de gemeenten.'

    • Annemieke Smit