Zaanstad teleurgesteld in Oostduitse partne

ZAANSTAD, 1 febr. - 'Tot op heden is hij er door de kritische massa niet uitgeknikkerd, maar ik denk wel dat hij zijn langste tijd heeft gehad'. Burgemeester H. Ouwerkerk van Zaanstad spreekt over zijn collega H. Fischer, Oberburgermeister van het Oostduitse Zwickau en een communist van de oude stempel. Zaanstad en Zwickau, in het zuiden van de DDR, zijn partnersteden, die onder de welluidende naam jumelage vriendschappelijke betrekkingen met elkaar aanknoopten ter bevordering van de vrede. Sinds in september 1987 de officiele overeenkomst daartoe werd gesloten, is meer veranderd dan men destijds had kunnen bevroeden.

De grote omwenteling in de DDR liet ook Zwickau niet onberoerd.

Ouwerkerk kan daar zelf getuige van zijn wanneer hij medio februari als hoofd van een flinke Zaanse delegatie enkele dagen in de zusterstad verblijft. Dat wordt zijn tweede bezoek aan Zwickau. Het eerste dateert van augustus vorig jaar, dus kort voor de Wende, maar daaraan bewaart hij door de opstelling van zijn ambtgenoot Fischer geen al te dankbare herinneringen. Eerder had de gemeenteraad van Zaanstad een vinnige brief aan de Liga fur Volkerfreundschaft in Oost-Berlijn geschreven. Hoe had de DDR in godsnaam de bloedige onderdrukking van de vreedzame studentenopstand in China kunnen goedkeuren? Een afschrift ging naar het gemeentebestuur van Zwickau, waar weldra ook Ouwerkerk in eigen persoon en in gezelschap van gemeentesecretaris J. de Wildt verscheen om met onder anderen Fischer te praten. 'Bij die gelegenheid', vertelt hij, 'ben ik gelijk over die bewuste brief begonnen, maar Fischer wenste geen duimbreed van het Oostduitse standpunt te wijken. 'Wij baseren ons op de officiele Chinese bronnen', was alles wat ik te horen kreeg. Er was geen doorkomen aan. We werden weliswaar zeer vriendelijk ontvangen, maar het was vrijwel uitgesloten door het formele en officiele pantser heen te breken en met gewone mensen in gesprek te raken'. Een dringend verzoek aan Fischer om de Zaanse brief ook schriftelijk te beantwoorden, viel volgens Ouwerkerk in weinig vruchtbare aarde, maar werd niettemin gehonoreerd. Het antwoord kwam in september.

Ouwerkerk: 'Daarin stond precies hetzelfde verhaal en dat heeft me ernstig teleurgesteld. Ik had gehoopt in dat antwoord iets terug te vinden van de bezorgdheid die we hadden uitgesproken, maar de ronduit stalinistische toonzetting van Fischers brief bood geen enkele opening'.

Ouwerkerk zag daarin echter geen reden de vriendschapsband met Zwickau te verbreken. Ook de raad wenste geen breuk, zoals die zomer na de gebeurtenissen in China al was gebleken. Er was toen een man, CDA-fractieleider L. van Galen, die er genoeg van had, maar hij kreeg niemand mee, ook zijn eigen fractie niet. 'Doorgaan met Zwickau', was kort samengevat het standpunt van de grootst mogelijke raadsmeerderheid, 'maar wel bij voortduring laten merken hoe je over de situatie denkt'. Pag.3: Vervolg Burgemeester Ouwerkerk over de vriendschapsband met Zwickau: 'Het gaat er natuurlijk om dat de burgers van beide steden, vooral ook jongeren, elkaar ontmoeten, maar als herhaald contact zou uitwijzen dat zoiets onmogelijk is, dan zou ook ik er zeker een punt achter willen zetten, want dan schiet zo'n jumelage haar doel voorbij. Maar we hebben de proef niet op de som kunnen nemen, want sinds oktober is alles veranderd'.

Dat laatste kon een kleine delegatie uit Zaanstad in november al vaststellen. Wethouder D. Sanders (PvdA), raadslid L. Coret (CDA) en gemeentesecretaris De Wildt waren voor een kort verblijf in Zwickau en brachten geestdriftig verslag uit aan de raad. Maar met een kritische ondertoon: 'Hoe is het mogelijk dat en gemeentebestuur dat kort geleden nog een geharnaste brief over de ontwikkelingen in China schreef, nu mede vorm moet geven aan democratische ontwikkelingen in de DDR?' Burgemeester Fischer zit er in elk geval nog. Als hij medio februari, wanneer de grote Zaanse afvaardiging in Zwickau aantreedt, zijn ambt nog steeds vervult, mag hij een faxapparaat voor het gemeentebestuur in ontvangst nemen. Een vorm van praktische hulp waar volgens Ouwerkerk juist nu behoefte aan bestaat.

Tegelijk zal de oppositie in de partnerstad, waaronder Neues Forum, worden verblijd met een fotokopieerapparaat. Jumelages tussen Europese gemeenten, vooral bedoeld om de Europese gedachte tot uitdrukking te brengen, zijn al jaren een bekend verschijnsel. Steden of dorpen in het Oostblok waren vanouds echter minder in trek. Een groot bezwaar was dat men daar vrijwel uitsluitend met officiele functionarissen te maken kreeg; van een vrije gedachtenwisseling kon er nauwelijks sprake zijn, maar onder invloed van perestrojka (hervormingen) en glasnost (openheid) is dat beeld snel aan het veranderen. Op het ogenblik telt Nederland ruim vijftig gemeenten die een partner in Oost-Europa vonden. De meeste stedenbanden kwamen tot stand met Polen, de Sovjet- Unie en Hongarije. Tussen Nederland en de DDR bestaan er officieel vijf: Rotterdam-Dresden, Leeuwarden-Schwerin, Delft- Freiberg, Arnhem-Gera en Zaanstad-Zwickau. Zaanstad heeft dergelijke verbintenissen al sinds de vroege jaren zestig met Hammersmith (Engeland), Neukoln (West- Duitsland) en Boulogne-Billancourt (Frankrijk). Ze zijn geerfd van Zaandam, dat in 1974 met zes andere Zaanse gemeenten werd samengevoegd tot Zaanstad. De trits buitenlandse partners werd later uitgebreid met Pancevo in Joegoslavie en in 1987 volgde ten slotte Zwickau, ongeveer even groot als Zaanstad (rond 130.000 zielen) en ook een typische industriegemeente, waar onder meer de Trabantfabrieken staan. Bij de voorbereiding van de laatste stedenband speelden de Vereniging Nederland-DDR en voormalig burgemeester drs. A. J. Lems een voorname rol.

De gemeenteraad ging er destijds unaniem mee akkoord. De huidige burgemeester Ouwerkerk (hier net een jaar in functie) plaatst deze keus nadrukkelijk in de linkse traditie van de Zaanstreek, die ooit tot de bolwerken van de CPN behoorde. 'De raad heeft hiermee willen zeggen: na de periode van de klassieke jumelage in Westeuropees verband willen we bewust de blik naar Oost-Europa richten, in de wetenschap dat dit in de praktijk beperkingen meebrengt'.

Dat het oog op een stad in de DDR viel, had ook te maken met het relatieve gemak waarmee men de taalbarriere zou kunnen overwinnen.

De ervaringen met het Joegoslavische Pancevo hebben Zaanstad geleerd dat een vreemde taal de uitwisseling van ingezetenen bemoelijkt.