Who is afraid of one Germany

Een echte vriendin heeft Michail Gorbatsjov in het Westen, Margaret Thatcher. Zij bleek al gevoelig voor zijn charme toen hij in 1984 voor het eerst op bezoek in Londen was. In een recent vraaggesprek met The Wall Street Journal ging de Britse premier zelfs zo ver, dat zij Duitse eenheid naar een verdere toekomst verwees met een beroep op de moeilijke positie van de Sovjet- president. Een hereniging van Duitsland kon slechts worden verwezenlijkt in een tempo 'dat rekening houdt met andere verplichtingen en dat ons tijd geeft voor reflectie - anders zou alles uit het evenwicht kunnen geraken.'

'Degene die zoiets terecht als bitter en onredelijk zou ervaren is de heer Gorbatsjov, zonder wie het nooit zover zou zijn gekomen.' In een duidelijke terechtwijzing aan regering en oppositie in Bonn (minus kanselierskandidaat Lafontaine?) vervolgde Thatcher: 'Voor mij is belangrijk Oost-Europa en de Sovjet-Unie te winnen voor democratie, gepaard aan een veel krachtiger ontwikkeling naar een markteconomie. Dus het hangt ervan af of je bereid bent jezelf voor al het andere en voor ieder ander te plaatsen, of dat je bereid bent een en ander in een ruime samenhang te zien.'

Europese leiders behoren meer oog te hebben voor Europa's behoeften op de langere termijn dan voor nauwere, nationalistische doelstellingen, aldus de Britse premier. Gorbatsjov, meende Thatcher, heeft begrepen dat het leninisme de geschiedenis een verkeerde draai heeft gegeven en volgens haar heeft hij de moed dit te corrigeren. Indien we hem niet duidelijk steunen, zouden we toekomstige generaties tekort doen. Eventuele opvolgers zouden repressief kunnen zijn en alles weghonen waarin we geloven en wat we willen bereiken. 'Het is in het belang van iedereen die in democratie gelooft, van iedereen die in de mensenrechten gelooft, dat de heer Gorbatsjov aan de macht blijft.' De eerste minister is niet de enige politicus in het Westen die op Gorbatsjovs succes heeft gewed, maar zij onderscheidt zich door de intensiteit van haar emoties. Ook president Bush heeft voor, tijdens en na de topontmoeting op Malta onderstreept dat hij zijn twijfels over de intenties van zijn ambtgenoot heeft opgegeven. Maar dat heeft hem, anders dan Thatcher, niet bijzonder ontvankelijk gemaakt voor gevoeligheden aan Sovjet-kant. Over een mogelijke Duitse eenheid heeft Bush bijvoorbeeld onomwonden gezegd dat dan Oost- Duitsland in de NAVO zou worden opgenomen, een uitlating waarmee op zijn beurt minister Genscher niet gelukkig was. Afgelopen dagen verklaarde de Westduitse bewindsman enkele malen dat een dergelijke figuur ondenkbaar was. 'Iedereen die de NAVO wil uitbreiden tot aan de Oder en de Neisse, slaat de deur dicht voor een verenigd Duitsland'.

Zijn ambtgenoot van defensie Stoltenberg had eerder al gespeculeerd over een Duitse toekomst buiten de Atlantische verdragsorganisatie. De Westduitse reserves gelden weer niet een (verder) opgaan van de DDR in de Europese Gemeenschap. Bijval uit Bonn kreeg de voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors toen deze onlangs liet weten dat de DDR een 'speciaal geval' was en daarom een bijzonder recht had op het lidmaatschap van de EG. Volgens Delors vindt het streven naar Duitse eenheid zijn oorzaak in de loop der gebeurtenissen en niet in het Europese eenheidsstreven. Angst en vrees in zijn eigen vaderland bezwoer hij met de vraag wat er zou gebeuren wanneer een verenigd Duitsland zich buiten de Europese Gemeenschap zou (moeten) plaatsen. Nachtmerries zouden dan pas werkelijkheid worden. Voor alle zekerheid wilde Delors dan ook spoedig overgaan tot de vorming van een Europese federatie, een bod dat de Duitsers voor de Gemeenschap zou moeten behouden.

Kanselier Kohl, op bezoek in Parijs, bleek tot een overeenkomstige conclusie te zijn gekomen. Maar daar hield de consensus op. Binnen de Franse socialistische partij werd Delors' voorzet gekarakteriseerd als een al te opzichtige gooi naar de opvolging van president Mitterrand.

Minister van defensie Jean-Pierre Chevenement meende dat de voorzitter als ambtenaar beter zijn mond had kunnen houden en de verkeerde antwoorden had gegeven. Chevenement betichtte partijgenoot Delors vervolgens van een 'onwezenlijke vlucht naar voren', mede gezien het verzet tegen diens plannen in Nederland, Groot-Brittannie en Portugal. Hoe wil Delors onder die omstandigheden zijn federatie verwezenlijken, vroeg de minister zich af. Even had het erop geleken dat minister Van den Broek zich in Dublin - nog voor Thatcher - had uitgesproken tegen Duitse eenheid. Maar na enige verduidelijking bleek de Nederlandse bewindsman geen bezwaren te hebben tegen een Duits lidmaatschap van de EG dat ook het gebied van de DDR zou omvatten, mits de DDR dan in een Duitsland zou zijn opgegaan. Hier ging het geschil meer om de weg waarlangs dan om het doel waarnaar men op weg was. Mogelijk hadden de Franse socialisten deze nuance als gevolg van hun onderling geruzie niet opgemerkt.

Het gaat nu om het uithoudingsvermogen van de hoofdbewoner van het Kremlin en die van het Kanzleramt. Hun gezamenlijke probleem is een gevolg van de belabberde omstandigheden in de DDR - die zich op dat punt minder onderscheidt van de rest van Oost-Europa dan werd aangenomen. Maar de DDR is in Sovjet-ogen het schild tegen gevaren uit het Westen, tegen denkbaar Duits revanchisme. Wellicht is hier nog sprake van enige Oosteuropese, mogelijk zelfs Europese consensus, maar een dergelijke consensus zou na Gorbatsjovs naar berusting tenderende uitspraken van afgelopen dinsdag nauwelijks nog politieke consequenties mogen worden toegedacht. De voortgaande exodus van Oostduitsers naar de Bondsrepubliek betekent een ondraaglijke last voor de Oostduitse economie, voor wat er rest van de structuur van de DDR, voor het in verregaande staat van ontbinding verkerende leiderschap in de voormalige volksdemocratie en voor de regering in Bonn. Het is te gemakkelijk indien het streven naar Duitse eenheid uitsluitend wordt verklaard uit herlevend Duits nationalisme. Zo goed als er voor Gorbatsjov veel op het spel staat, is dat het geval voor de Duitsers zelf. Tegen een verder uiteenvallen van de samenleving in Oost-Duitsland is aansluiting bij de Bondsrepubliek de enig overgebleven remedie. Over de aanvaardbaarheid van de modaliteiten voor betrokkenen kan nog worden getwist. Om de socialist Egon Bahr te parafraseren: over het hoe, niet meer over het of en nauwelijks nog over het wanneer. Zelfs de internationale spraakverwarring die tot deze beschouwing inspireerde, heeft haar tijd gehad.

    • Commentator Nrc Handelsblad
    • J.H. Sampiemon